Koning Hussein geeft Irak schuld van broodoproer

AMMAN, 19 AUG. De Jordaanse koning Hussein heeft broodonlusten in enkele zuidelijke steden en een arme wijk in Amman toegeschreven aan pro-Iraakse elementen, en gezworen de protesten “met ijzeren vuist” neer te slaan.

Hij voegde er gisteravond in een vraaggesprek met de Jordaanse staatstelevisie aan toe dat de toestand nu weer onder controle is. Regeringstroepen zijn gelegerd rond alle steden in het land, hoewel in de hoofdstad Amman geen militaire aanwezigheid zichtbaar is.

Onlusten braken vrijdag uit in het stadje Karak naar aanleiding van de verdubbeling van de broodprijs in het kader van economische hervormingen, van 20 tot 44,5 cent per kilo, en breidden zich snel uit naar Tafila en Ma'an, en zaterdag eveneens naar Amman. Met behulp van uitgaansverboden en na ingrijpen van het leger keerde gisteren de rust terug. Bij de onlusten werden tientallen mensen gewond; er werden honderden arrestaties verricht.

Inwoners van Karak verwierpen vandaag Husseins uitspraken over buitenlandse betrokkenheid bij de onlusten. Zij zeiden dat de onvrede onder de bevolking alleen zou worden aangewakkerd als haar problemen worden genegeerd. “Wat er gebeurde kwam van binnenuit het volk, uit het hart van de mensen”, zei een activist die bij de botsingen in Karak was betrokken.

Oppositiepartijen, van moslim-fundamentalistisch tot links-nationalistisch, eisten het aftreden van de regering van premier Abdel Karim al-Kabariti. De koning heeft zich echter tot dusverre opgesteld achter zijn premier. Kabariti zelf verzekerde journalisten vanochtend ook dat hij aanbleef. “Ik ben zeer tevreden met de resultaten van mijn kabinet”, zei hij.

De premier herhaalde koning Husseins beschuldigingen van een Iraakse rol in de onlusten. Maar hij gaf toe dat ook economische factoren meespelen. “De mensen maken zich absoluut veel zorgen over hun welzijn”, zei hij. “Er zijn bepaalde concentraties van armoede, er wordt geleden. Het is de taak van de regering daarvoor zorg te dragen en we doen onze best.” (Reuter, AFP, AP)