In Brussel gewoon maar Nederlands spreken

Deze maand neemt ambassadeur J.T. Warmenhoven (63) afscheid na 34 jaar buitenlandse dienst, waarvan de afgelopen drie jaar in België. Wat hij het meest zal missen van zijn laatste standplaats, is de oprechte belangstelling voor Nederland. Maar ook: “De uitnodigingen van Vlaamse vrienden om in een landelijke sfeer te genieten van de goede keuken.”

Voordat Warmenhoven naar Brussel kwam, was hij ambassadeur in Algerije en Turkije. Na zijn ervaring op buitenlandse posten viel het hem op dat er tussen Belgen en Nederlanders veel meer overeenkomsten bestaan dan verschillen, “waar zo vaak de nadruk op wordt gelegd”. De Belgische samenleving lijkt op de Nederlandse. “Toch valt er aan de Belgen soms nog wat toelichting te geven, zoals over het drugsbeleid en over ontwikkelingen op het gebied van euthanasie, onze media en ons consensus-model.”

De Nederlandse ambassadeur in België geniet een speciale status. Hij wordt gezien als vertegenwoordiger van Koningin Beatrix en van een bevriend buurland waarvoor grote belangstelling bestaat. “De ambassadeur belichaamt als het ware Nederland bij vele plechtigheden en wordt met de nodige egards tegemoet getreden. Representatieve taken zijn in een land als België, waar veel gevoel voor traditie en stijl bestaat, van wezenlijk belang.”

De traditionele Koninginnedagreceptie wordt in Brussel druk bezocht. “Elk jaar blijkt weer hoezeer recepties bij de ambassadeur thuis op prijs worden gesteld.” Niet alleen de Tulpenreceptie voor de Belgische autoriteiten, het diplomatieke corps en het bedrijfsleven, ook de daarop volgende ontvangst voor Nederlanders is populair “omdat de Nederlandse kolonie groot en actief is”. In België woont, op Duitsland na, het grootste aantal Nederlanders in den vreemde. “Voor zover wij weten, ruim 100.000 van wie ongeveer twintig- tot dertigduizend in Brussel en omgeving.”

Tijdens de ambtsperiode van Warmenhoven in Brussel werden de betrekkingen tussen Nederland en België, en in het bijzonder die met Vlaanderen, aangehaald. “Een historische mijlpaal” noemt de ambassadeur de ondertekening begin vorig jaar van de zogenoemde Waterverdragen, een cultureel verdrag en een verklaring van politieke samenwerking, door premier Kok en de Vlaamse minister-president Van den Brande. “Hiermee kwam een einde aan een hypotheek welke jarenlang een belemmering vormde in onze relaties en die bij Vlamingen veel wantrouwen wekte.” Relaties een nieuwe impuls geven is één ding, daarna moeten ze worden onderhouden. “Zelfs goede buren moeten regelmatig met elkaar praten om betere samenwerking te bevorderen en vooral om misverstanden en irritaties te voorkomen. Bij de suprematie van de Eurocratie dreigt de aandacht voor bilaterale relaties minder te worden”, meent Warmenhoven, die in hetzelfde gebouw kantoor houdt als die andere, veel grotere Nederlandse delegatie in Brussel: de permanente vertegenwoordiging bij de Europese Unie. Volgens de ambassadeur moet Nederland meer aandacht aan België besteden “want wij hebben vaak nog stereotiepe vooroordelen en te weinig begrip voor de typische karaktertrekken van deze complexe samenleving.”

De afgelopen jaren is vooral de relatie met Vlaanderen in een stroomversnelling geraakt en Nederland moet er voor waken dat de verhouding met het Waalse gewest niet achterblijft. “De ambassade tracht doelgericht zoveel mogelijk aandacht te besteden aan meer contacten met Wallonië, vooral in de economische sector. Van de zijde van de Waalse autoriteiten bestaat een toenemende interesse, al zijn de mogelijkheden voor investeringen beperkt.” Onlangs opende Nederland een honorair consulaat-generaal in de Waalse hoofdstad Namen. “Wij verwachten met deze presentie een aantal activiteiten te kunnen starten die meer bekendheid zullen geven aan Nederland en ontmoetingen te organiseren met Waalse ondernemers.”

Hoewel de contacten met de zuiderburen de laatste jaren veel warmer werden, klinkt van Vlaamse zijde soms het verwijt dat Nederlanders zich onvoldoende realiseren dat het merendeel der Belgen Nederlands spreekt en dat zij voorbij Mechelen overschakelen op het Frans. Warmenhoven zou wensen dat Nederlanders in het tweetalige Brussel, en in ieder geval in de Vlaamse 'Brusselse rand', Nederlands spreken. “Nederlanders geven hierdoor inhoud aan de officiële regelingen die in het federale België bestaan.”

Een ander Vlaams verwijt is dat Den Haag Brussel verwaarloost, terwijl in deze stad met een Nederlandstalige bevolking van ongeveer 15 procent, juist de strijd om het Nederlands zou moeten worden gevoerd. Volgens Warmenhoven moet niet taal, maar in de eerste plaats cultuur worden bevorderd. “Hierdoor zal de positie van het Nederlands in Brussel vanzelf beter tot zijn recht komen.” Nederlanders kunnen daaraan bijdragen door de beste culturele produkties naar Brussel te brengen. “Nu Vlaanderen sinds de laatste staatshervorming op vele terreinen zelfstandige verdragen kan afsluiten, hebben deze betrekkingen een extra dimensie gekregen en vragen ze onze bijzondere aandacht. Ik denk vooral aan de culturele betrekkingen die ook in het groter wordende Europa van belang zijn voor onze identiteit.”

De laatste tijd is opnieuw de jarenoude discussie opgelaaid over een Nederlands huis in Brussel. Voorstanders, zoals de Leuvense hoogleraar F.G. Droste onlangs in deze krant, pleiten voor een “cultureel centrum met een duidelijke uitstraling”, analoog aan het Vlaams Cultureel Centrum de Brakke Grond in Amsterdam. Tegenstanders vinden een instituut niet het juiste middel om cultuur te verspreiden. Bovendien is zo'n Nederlands huis duur - te duur vinden politici. Ambassadeur Warmenhoven vindt dat er niet een Nederlands, maar een Vlaams-Nederlands huis in Brussel moet komen, dat in de eerste plaats de cultuur van Nederland én Vlaanderen naar Franstalig België uitdraagt. Ook zou het een centrum kunnen zijn voor de uitwerking van het vorig jaar gesloten culturele verdrag dat de (nieuwe) mogelijkheid biedt een gemeenschappelijk cultuurbeleid te voeren. “Aangezien de belangrijkste doelstelling van het verdrag is om een gezamenlijk beleid te voeren op het gebied van onderwijs, cultuur, wetenschappen, media en welzijn, zal er veel overleg nodig zijn.” Voorts kan het huis een ontmoetingsplaats worden voor particuliere organisaties die de Vlaams-Nederlandse samenwerking willen bevorderen, waarbij er wel voor gewaakt moet worden dat het een bruin café wordt.

Behalve de Vlaamse en Nederlandse overheden moet het bedrijfsleven de onderneming steunen, meent Warmenhoven. Die laatste partner biedt het voordeel van “een extra ondersteuning voor cultuur en daardoor meer financiële armslag”. Als de middelen voor het Vlaams-Nederlands huis ontoereikend zijn, waarschuwt de ambassadeur, moet je aan het plan niet beginnen. “Een dergelijk huis zou voorlopig moeten functioneren voor een experimentele periode.” Na vijf jaar kan geëvalueerd worden of het project moet worden voortgezet. Het experiment is volgens Warmenhoven zeker de moeite waard. Want gezamenlijke culturele activiteiten, zo verwacht de vertrekkende ambassadeur, “zullen een goede invloed hebben op onze toekomstige betrekkingen met Vlaanderen”.

    • Birgit Donker