Een vergelijkend examen is eerlijker dan loting

De lotingsmethode voor toelating tot universitaire studies is in principe te verwerpen. Oók als de zogenaamd 'gewogen methode' wordt toegepast.

Verwerpelijk, in de eerste plaats omdat voor een belangrijke bepaling als studiekeuze, die mede de hele levensloop van de betrokkene bepaalt, de willekeur van loting onaanvaardbaar is.

In de tweede plaats verwerpelijk, omdat voor alle uitgelote kandidaten - de meesten - een periode van onzekerheid aanbreekt, die minstens één jaar en vaak meer jaren duurt, wat een ontoelaatbaar tijdsverlies betekent.

Soms wordt deze periode besteed aan een zogenaamde parkeerstudie. Ter adstructie: het aantal studenten voor geneeskunde moet door een selectiemethode voor het hele land gereduceerd worden aan 6.072 tot 1.750 studenten, te verdelen over acht medische faculteiten.

Is er een billijk systeem zonder loting denkbaar? Welzeker. Zo'n systeem zou de volgende onderdelen moeten bevatten. Laat alle gegadigden met geldig einddiploma VWO tot de studie van hun keuze (geneeskunde, tandheelkunde, diergeneeskunde) in september toe. Daarbij moet de spreiding over de faculteiten uiteraard wel centraal worden geregeld.

In december van het eerste studiejaar zou dan een verplicht propedeutisch examen (eerste gedeelte) afgelegd moeten worden. Hierbij zou een door het ministerie vastgesteld percentage studenten moeten afvallen. Dit is dus een vergelijkend examen. Het percentage moet afhangen van de maatschappelijke behoefte en kan elk jaar worden bijgesteld.

De afgewezenen zouden de studie moeten verlaten, maar zouden wel een andere studie mogen beginnen. Vervolgens zouden voor de uitverkoren studenten de practica moeten beginnen. Dit zou dus in januari van het eerste jaar het geval zijn.

Tenslotte zou dan in mei/juni van het eerste jaar het verplichte propedeutisch examen (tweede gedeelte) moeten worden afgelegd. Hierbij zou wederom een door het ministerie vastgesteld percentage studenten moeten afvallen, zodanig, dat nu een gewenst aantal studenten tot het tweede studiejaar wordt toegelaten om de studie te vervolgen.

Ook deze afgewezenen zouden deze studie moeten verlaten en ook zij zouden wel een andere studie moeten mogen beginnen.

De voordelen van dit systeem zijn drieërlei. De studenten weten spoedig waar zij aan toe zijn. Afgewezenen kunnen in september een andere studie kiezen of wel de universiteit verlaten. Afwijzing ontstaat door onvoldoende prestatie in vakken van de zelf gekozen studie. Deze afwijzing is logischer en beter te aanvaarden voor de betrokkenen dan afwijzing door uitloting.

In het debat over de lotingskwestie wordt soms aanbevolen alle gegadigden als selectiemethode te testen en te interviewen, en zo de geschiktheid voor de studie en voor het uitoefenen van het beroep in de geneeskunde, tandheelkunde en diergeneeskunde te peilen. Deze methode is echter kostbaar, omstandig, subjectief, weinig betrouwbaar en daarom te verwerpen.

Overigens, welke selectiemethode men ook hanteert, soms komt zeer duidelijke ongeschiktheid pas tijdens de gekozen studie aan het licht. Vaak wordt na de studie een bepaald onderdeel of een specialisatie gekozen, in verband met voorkeur of geschiktheid, van de afgestudeerde.