Een grote familie

Kòmt er eigenlijk een picknick-scene voor in Fanny en Alexander? Ik dacht van wel, maar zelfs als het niet zo is, dan nog is de laatste speelfilm van Ingmar Bergman voor mij vooral een ode aan het verloren tijdperk van de picknick. Een grote familie die zich als een zwerm vogels neerzet op een veldje.

Reusachtige witte lakens. Manden vol fruit. Gebraad. Aardewerk. Ooms zonderen zich stilletjes af met een andere tante dan hun eigen vrouw. Vader gaat een eindje roeien met grootmoeder. Neven en nichten krijgen ruzie, en ter beëindiging daarvan een draai om hun oren. Broer en zus liggen op hun rug te praten.

Het is een beeld van zonlicht, voortdurende nazomer (wilde aardbeien!) en de vanzelfsprekende warmte van familie. Deze picknick is vermalen tussen de kaken van de moderne tijd, waarin gezinnen statistisch ineengeschrompeld zijn tot gemiddeld 3,6 personen - en zelfs die zes-tiende persoon zit liever met zelfgekozen vrienden buiten dan met zijn familie.

Het Vondelpark in Amsterdam is de plaats bij uitstek voor de geïndividualiseerde picknick. Groepjes zorgvuldig geselecteerde vrienden en familieleden zitten er in het gras, soms ligt er een kleed. Er is altijd wijn en stokbrood en Franse kaas. Ze hebben slingers opgehangen in de boom waaronder ze zitten, en een enkel lampionnetje, zodat ze tot diep in de avond kunnen doorgaan. Af en toe wordt er gezongen om te onderstrepen dat hier een vrolijke tijd wordt beleefd.

Het zal wel gezellig zijn, maar het is van een ruil-gezelligheid die niets met mijn film-picknick te maken heeft - als ik op jouw partijtje mag komen, mag jij op het mijne komen. En dat het partijtje nu eens de vorm van een picknick heeft aangenomen, is afhankelijk van de grillen van de dag. 'Op mijn verjaardag ga ik roeien in Botshol.' 'O ja? Nou, ik vier mijn afstuderen in het Vondelpark.'

Er zijn nog wel echte picknicks in Amsterdam, maar dan in het Oosterpark, het Flevopark of het Amsterdamse bos. Dat is in zomerse weekeinden het domein van Turkse families. Broers voetballen. Zusters rennen rond, met de jongste kinderen achter zich aan. Hun vader en hun oom maken hand in hand een wandelingetje. En als het eten klaar is - niks geen stokbrood, lellen vlees op de barbecue en grote schotels met groente - dan zit er een familie op de lakens die alle trekken vertoont van de clan van Fanny en Alexander. Af en toe schreeuwt iemand of schiet een hand uit en loopt een van de kinderen huilend en pruilend weg, maar de cohesie is altijd groter dan dat één ruzie ze zou kunnen verbreken.