Dreigementen Serviërs; IFOR paraat na ontruiming wapendepot

SARAJEVO, 19 AUG. De NAVO-vredesmacht in Bosnië, IFOR, heeft zijn troepen in verhoogde staat van paraatheid gebracht wegens dreigementen aan het adres van IFOR na de 'operatie Vulkaan', de ontruiming van een illegaal wapendepot van de Bosnische Serviërs, gisteren.

Met een enorme overmacht hebben IFOR-soldaten gisteren het illegale depot van de Bosnische Serviërs in Margetici, 40 kilometer ten noordoosten van Sarajevo, leeggehaald. Daarbij werden tussen 1.500 en 2.000 IFOR-militairen en een groot aantal tanks en pantserwagens ingezet, uit vrees voor verzet van de Bosnische Serviërs. Het weghalen van de 300 ton wapens - raketten, explosieven, munitie en 5.700 kratten met mijnen - verliep zonder incidenten. Het is de bedoeling dat de wapens en munitie vandaag en morgen op diverse plaatsen worden vernietigd.

Het leger van de Bosnische Serviërs reageerde woedend op 'operatie Vulkaan'. In een verklaring stelde de leiding van het Bosnisch-Servische leger dat het depot legaal was, dat IFOR in maart op de hoogte is gebracht van het bestaan ervan en dat de ontruiming “een gevaarlijke provocatie” en een schending van het vredesakkoord was. Volgens de verklaring draagt het leger van de Bosnische Serviërs “geen verantwoordelijkheid voor de onvoorzienbare gevolgen die onvermijdelijk zijn als IFOR destructieve methoden en geweld aanwendt bij de uitvoering van het vredesakkoord”.

Generaal Sir Michael Walker, bevelhebber van de IFOR-grondtroepen, zei dat de protesten van de Bosnische Serviërs erop zijn gericht “een gevoel van onbehagen” te wekken bij de Bosnisch-Servische bevolking. “Dit is geen crisis en het Bosnisch-Servische leger moet er geen crisis van maken. De regels van het spel bepalen dat mijnen en munitie moeten worden opgeslagen en bewaakt, opdat Bosnië wordt bevrijd van elke bedreiging van de vrede die in het akkoord van Dayton wordt beloofd”, aldus Walker.

De ontruiming van het depot lijkt te hebben geleid tot onenigheid tussen de militaire en de politieke leiding van de Bosnische Serviërs. Walker heeft in de kwestie-Margetici nauw contact gehad met Biljana Plavsic, president ad interim van de Servische Republiek en q.q. formeel opperbevelhebber van het Bosnisch-Servische leger. Plavsic erkende zaterdag dat het depot illegaal was: “Ik heb moeten toegeven dat het depot niet was goedgekeurd. Maar ik heb gezegd dat het goed zou zijn te wachten met de ontruiming in verband met de politieke toestand”, aldus Plavsic na een onderhoud met Walker. Het Bosnisch-Servische leger vindt echter dat het depot legaal was en beschuldigde IFOR van het zaaien van tweedracht tussen de politieke en de militaire autoriteiten van de Servische Republiek.

In Bosanski Novi in de Servische Republiek in Bosnië is de auto van een kandidaat van de oppositie opgeblazen. De man, vice-voorzitter van de Socialistische Partij, is eerder dit jaar door de regeringspartij, de SDS, als directeur van een groot bedrijf ontslagen. Hoewel het ontslag door het Hooggerechtshof van de Servische Republiek ongeldig is verklaard, heeft hij zijn functie niet teruggekregen. (Reuter, AFP)