Discussie vervroegde vrijlating laait op

BRUSSEL, 19 AUG. “A mort!” - ter dood, riep gisteren de verontwaardigde mensenmassa die was samengestroomd voor het 'gruwelhuis' in een voorstadje van Charleroi, waar zes ontvoerde meisjes hebben vastgezeten en zijn misbruikt. Petities gingen rond waarin herinvoering van de juist twee maanden geleden in België afgeschafte doodstraf werd geëist.

De gruwelijke ontdekkingen van de afgelopen dagen hebben in België een golf van verontwaardiging losgemaakt. Behalve op Marc Dutroux, die de ontvoering van zes meisjes heeft bekend, richt de woede zich op justitie en met name op Melchior Wathelet, voormalig minister van Justitie. Wathelet, thans rechter bij het Europese Hof van Justitie in Luxemburg, zette in 1992 zijn handtekening onder de vervroegde invrijheidstelling van Dutroux, die in 1989 tot dertien jaar en zes maanden was veroordeeld wegens de verkrachting van zes minderjarige meisjes. “Slaapt u goed, meneer Wathelet...” is te lezen op een immens spandoek aan de brug vanwaar de meisjes Julie en Mélissa op de dag van hun ontvoering naar voorbijrijdende auto's zwaaiden. In Wathelets woonplaats Petit-Rechain reden gisteren auto's rond met de foto's van de twee vermoorde meisjes.

Dutroux werd vervroegd vrijgelaten op basis van de zogeheten wet-Lejeune, die bepaalt dat een gevangene voorwaardelijk in vrijheid kan worden gesteld als hij zich goed gedraagt en ten minste eenderde van zijn straf heeft uitgezeten. De directeur, het personeel en het bestuur van de gevangenis hadden zich voor zijn vervroegde vrijlating uitgesproken. De procureur-generaal van het parket van Mons (Bergen) gaf een negatief advies. Het openbaar ministerie zou vervroegde invrijheidstelling steeds vaker systematisch afkeuren, omdat het vermoedt dat de wet-Lejeune wordt gebruikt om ruimte te maken in de gevangenissen.

Wathelet volgde het advies van de gevangenisleiding, hoewel de gevangenispsycholoog reserves aantekende bij de vervroegde invrijheidstelling. Critici betogen nu dat de gevangenis sowieso een kunstmatig milieu is. Als iemand zich in de gevangenis voorbeeldig gedraagt, betekent dit niet dat hij dat ook na zijn vrijlating zal doen. Kritiek is er ook omdat Dutroux noch tijdens noch na zijn invrijheidstelling medische of psychische begeleiding kreeg.

“Een pedofiel zonder enige vorm van nazorg laten gaan ondanks negatief psychologisch advies is een onvergeeflijke fout”, stelt de Brusselse sociologe Marie-France Botte vandaag in De Morgen. In 1992 waren er nauwelijks middelen om Dutroux te begeleiden, pas vorig jaar werd een speciale dienst in het leven gelopen voor de begeleiding van zedendelinquenten, aldus criminoloog Henri Bosly vandaag in Le Soir: “Op dit terrein is België nog niet erg ver.”

Pagina 5: Vervroegde vrijlating al beperkt

Opvallend is overigens dat juist de nu zo gekritiseerde Wet-Lejeune de laatste jaren minder vaak wordt toegepast in geweld- drugs- en zedendelicten - een trend die zich onder ex-minister Wathelet inzette. In de jaren 1990-1994 daalde het aantal toekenningen met 35 procent, vooral omdat de minister vaker voorstellen verwierp. Werden in 1990 nog zo'n veertienhonderd verzoeken voor voorwaardelijke vrijlating ingewilligd, vorig jaar waren dat minder dan achthonderd.

Om tegemoet te komen aan de kritiek van magistraten dat de wet-Lejeune te soepel wordt toegepast, heeft de huidige minister van Justitie, Stefaan de Clerck, een voorstel gereed om de wet te wijzigen. Volgens dit voorstel moet een nationale commissie van twee magistraten en een deskundige voortaan adviseren over vervroegde in vrijheidsstellingen. Is dit advies unaniem, dan is het bindend voor de minister. De Clerck wil voorts een analyse maken van de recente gebeurtenissen en daaruit eventueel conclusies trekken. Hij zou daarover vandaag een persconferentie geven.

In het afgelopen jaar hebben de ouders van de dit weekeinde gevonden meisjes vaak uitgehaald naar justitie in Luik, die te laks zou zijn geweest in het onderzoek naar hun dochters. Ook de ouders van de in augustus vorig jaar verdwenen An en Eefje hebben herhaaldelijk gezegd dat justitie traag was. Het werkelijke onderzoek zou pas tien dagen na de verdwijning van de meisjes zijn gestart. Justitie en politie lijken zich de kritiek te hebben aangetrokken. Na de laatste verdwijning anderhalve week geleden van de veertienjarige Laetitia Delhez, werd onmiddellijk een grootschalige zoekactie op touw gezet die leidde naar Marc Dutroux.

Herinvoering van de doodstraf in België lijkt onwaarschijnlijk. Het parlement stemde in juni in met het schrappen van de doodstraf uit wetboek van strafrecht. In praktijk werd de doodstraf al jaren niet meer toegepast, de laatste keer dat de doodstraf werd voltrokken was in 1950. Marc Dutroux zou op basis van de nu bekende feiten een gevangenisstraf van twintig jaar te wachten staan. Zelfs als hij weer in aanmerking zou komen voor de Wet-Lejeune zou hij dit keer pas na het uitzitten van tweederde van zijn straf worden vrijgelaten omdat hij recidivist is.