Voorzitterschap D66 is twistappel

DEN HAAG, 17 AUG. Binnen de top van D66 smeult tegenstelling over de taken van de partijvoorzitter. Het is een kwestie die behalve met geld te maken heeft met principes en met macht, en daarom de potentie heeft uit te groeien tot een twistappel van formaat. Wat is er aan de hand?

In november zal de huidige partijvoorzitter Wim Vrijhoef, adjunct-directeur bij de Gelderse Ontwikkelingsmaatschappij, zijn voorzittershamer na vier jaar neerleggen. De procedure voor de verkiezing van zijn opvolger is in volle gang en tussen partijbestuur en

fractievoorzitter Gerrit Jan Wolffensperger bestaat verschil van mening over de vraag of de nieuwe voorzitter full-time moet worden betaald of niet. Wolffensperger vindt dat dat moet kunnen. Het partijbestuur vindt van niet.

De professionalisering van het partij-apparaat is binnen D66 een hardnekkig thema dat met enige regelmaat opduikt en rechtstreeks verband

houdt met de visie die men heeft over de aard van de partij. Zij die D66

beschouwen als middel om het bestaande politieke bestel op te blazen, zoals oorspronkelijk volgens de befaamde “ontploffingstheorie” de bedoeling was, houden vast aan amateurisme en vrijwillige bevlogenheid als het gaat om de partij-organisatie. Betaalde functies in die sfeer zouden alleen maar aantrekkingskracht uitoefenen op baantjesjagers. Partijleider Van Mierlo geldt als voorstander van deze lijn.

Daartegenover staat Wolffensperger, die meermalen te kennen heeft gegeven dat D66, net als alle andere partijen, een gegeven is waar voor langere tijd mee dient rekening gehouden te worden. Daarbij past bijvoorbeeld een actief wetenschappelijk bureau maar ook een krachtige partijvoorzitter.

De profielschets van het partijbestuur rept van politiek gevoel, bestuurlijke ervaring, presentatievaardigheden en “probleemoplossend vermogen”. Wolffensperger benadrukt dat de nieuwe partijvoorzitter “een voor de continuïteit van D66 voor en na de komende Kamerverkiezingen bepalende factor” moet zijn. Een omschrijving die aanzienlijk verder gaat dan die van het bestuur. En waar het partijbestuur nu voor het eerst, het zij toegegeven, “een beperkte schadeloosstelling” mogelijk wil maken, vindt Wolffensperger dat de geschikte kandidaat eventueel een voltijdse dienstbetrekking moet worden

aangeboden.

Een veel genoemde kandidaat voor de opvolging van Vrijhoef is de voormalig campagneleider Lennard van der Meulen, tegenwoordig persoonlijk medewerker van staatssecretaris Nuis. Naar verluidt zal hij zijn kandidatuur alleen accepteren als daar een adequate betaling tegenover staat. Openlijk daarvoor pleiten kan hij niet op straffe van de beschuldiging van baantjesjagerij.

De zuinigheid van het partijbestuur van D66 wordt ondertussen ook verklaard uit het feit dat dit orgaan onder leiding van een voltijdse voorzitter ogenblikkelijk aan macht inboet. Vrijhoef, die Wolffensperger

onlangs nog ongeschikt verklaarde als opvolger van Van Mierlo, relativeert dat. Hij vindt voorlopig dat de twintig- tot vijfentwintigduizend gulden die het bestuur nu wil uittrekken als onkostenvergoeding voor zijn opvolger, voldoende moet zijn. Het totale budget van de partij bedraag zo'n twee miljoen per jaar. Vrijhoef: “Bij

full-time aanstelling van de voorzitter praat je al snel over een ton per jaar. Dan heb je zo vijf procent van je totale begroting te pakken.''