Veel delinquenten hebben extra hulp nodig

Het beleid van een gevangenisdirecteur kan lelijk worden doorkruist

als de delinquenten, die vaak extra zorg behoeven, van de ene dag op de andere worden vrijgelaten.

ALKMAAR, 17 AUG. E. Terpstra (30) was al gevangenisdirecteur voor ze was afgestudeerd. Sinds twee jaar geeft ze leiding aan de Alkmaarse huizen van bewaring Schutterswei en Bergerhout met in totaal 134 kortgestrafte gevangenen. Hun profiel: negentig procent is allochtoon, zestig procent illegaal, driekwart verslaafd, ruim tien procent psychiatrisch gestoord.

“Het is een vrij hopeloze groep”, zegt Terpstra in haar werkkamer in Schutterswei. “Je ziet ze vaak terugkomen, ook de illegalen, hoewel die

eigenlijk door de vreemdelingenpolitie zouden moeten worden uitgezet. Ik

weet niet waarom dat niet gebeurt.” Ze schenkt heet water in en presenteert een doos met twintig soorten thee. “De meeste directeuren bieden hun gasten een sigaar aan, ik heb mijn thee.”

Terpstra raakte geïnteresseerd in het gevangeniswezen toen ze als rechtenstudent stage liep op de Forensische Observatie- en Begeleidingsafdeling van de Bijlmerbajes, een crisiscentrum voor zwaar psychotische gedetineerden. Korte tijd later nodigde het ministerie van Justitie haar uit te solliciteren als management trainee voor een directiefunctie in het gevangeniswezen. Door de snelle toename van het aantal cellen moest Justitie ook snel directeuren vinden. Haar werkervaring beperkte zich op dat moment tot baantjes als au pair, reisleidster en receptioniste. Tijdens de opleiding, waarvoor ze haar studie opschortte, werd ze “in het diepe gegooid” als plaatsvervangend

unitdirecteur in een huis van bewaring in Arnhem. Pas toen ze een vaste baan had in Alkmaar, schreef ze haar afstudeerscriptie (een betoog over de 'meermanscel') en werd ze meester in de rechten.

Terpstra steunt het pragmatisme dat de laatste jaren het gevangenisbeleid van Justitie beheerst. Het ideaal van 'resocialisatie',

waarbij de gevangene wordt geholpen in de maatschappij terug te keren als eerzaam burger, is losgelaten. Justitie investeert alleen nog in gevangenen die gemotiveerd zijn, en schat hun aantal op ongeveer 20 procent. Zij krijgen extra kansen op het gebied van onderwijs en reclassering. De overige 80 procent wordt onderworpen aan een 'standaardregime': 26 uur per week arbeid, 40 daguren per week in de cel, 9 uur recreatie, 10,5 uur luchten en 9 uur voor onder meer bezoek van dominee, imam en advocaat en voor sport.

Het hoogste streven is nu het 'beperken van de detentieschade', waaronder verstaan wordt 'verslechtering van de (psycho)sociale en fysieke conditie'. Terpstra: “Ik vind dat een betere doelstelling dan de gedetineerde als 'verbeterden mensch' terug te brengen in de maatschappij. De maximumstraf van de gedetineerden hier in Alkmaar is zes maanden. Gemiddeld duurt een verblijf twee tot drie maanden. De meesten moeten eerst een maand afkicken en dan moeten ze al bijna weer weg. Dat is te kort om er grip op te krijgen. Je zou compleet afknappen als je de illusie zou hebben dat je binnen de gevangenis iemand kunt veranderen.”

Als de gevangenen van de Schutterswei al gemotiveerd zijn iets aan hun situatie te verbeteren, gaat dat meestal niet verder dan de bereidheid tot opname in een afkickkliniek of verbetering van de banden met familie, zegt Terpstra. “Het is een groep bij wie alle relaties heel erg verstoord zijn. Nauwelijks tien procent krijgt bezoek.” De meeste gedetineerden in de Schutterswei hebben overigens helemaal geen recht op

hulp. “Zestig procent is illegaal, daar mag de hulpverlening noch de reclassering iets mee doen.”

Een directeur van een huis van bewaring kan volgens Terpstra beter trachten voor en na de gevangenschap iets voor gedetineerden te betekenen. Ze ontdekte al snel dat veel gedetineerden van Schutterswei permanent heen en weer reisden tussen Alkmaar en het Amsterdamse criminele circuit. “Als ze vrijkwamen werden ze hier op de trein gezet met een treinkaartje voor Amsterdam. Op het centraal station kwamen ze een vriendje tegen en in no time waren ze weer terug.” Om die cirkel te

doorbreken zocht Terpstra contact met de Amsterdamse reclassering, verslavingszorg, het openbaar ministerie en de gemeente. Met vertegenwoordigers van deze instanties zit ze nu eenmaal per twee maanden om de tafel in een project dat Terugdringing Overlast Categorie Amsterdam is genoemd. Haar bedoeling is van de gemeente Amsterdam en de sociale dienst gedaan te krijgen dat gevangenen die vrijkomen zo snel mogelijk hun uitkering en huisvesting krijgen.

Medewerking van het openbaar ministerie is van belang wegens de vele 'heenzendingen'. Het komt regelmatig voor dat het openbaar ministerie een gevangenisdirecteur de opdracht geeft een bepaalde crimineel vroegtijdig vrij te laten, zodat een ander diens plaats kan innemen. De eventuele begeleiding van gedetineerden wordt dan onverhoeds beëindigd.

“Heb je met de afkickkliniek een afspraak gemaakt voor een opname als de gedetineerde vrijkomt, krijg je plots bericht dat hij eruit mag.” Terpstra wil met de hoofdofficier van justitie in Amsterdam bespreken welke gevangene wanneer wordt vrijgelaten. Hoewel het overleg er is, moet het project nog van de grond komen. “We hopen dat we geld krijgen in het kader van het grote-stedenbeleid.”

Terwijl de nadruk vroeger lag op het 'verbeteren' van de gevangene, wordt nu veel geld geïnvesteerd in het voorkomen van ontsnappingen.

In nieuwe gevangenissen zullen bij gijzel-alarm via een elektronisch systeem de gevangenisdeuren automatisch in het slot klikken, waarna ze alleen nog door de directie kunnen worden geopend. Zeer vluchtgevaarlijke gevangenen worden overgebracht naar de Tijdelijke Extra Beveiligde Inrichting in Vught, waar zij onder scherp toezicht staan en weinig contact hebben met mede-gedetineerden. Terpstra, die nu werkt in een relatief licht beveiligd huis van bewaring: “Ik vind het een goed systeem, maar ik zou daar liever geen directeur zijn. Het is zo

beveiligingsgericht. Heel zwaar voor de mensen die er werken, ook voor de directeur.''

Niettemin staat bewaking van orde en rust ook bij haar voorop. Zo heeft ze nu te maken met een nieuw gratis tijdschrift voor gevangenen, gemaakt

door een ex-gedetineerde. Veel directeuren weigeren dit blad te laten bezorgen in de cellen. Ook Terpstra voelt daar niet voor. “Wij hebben twee exemplaren in de bibliotheek. Dat doen we met alle bladen die hierheen gezonden worden, of het nou de Panorama is of iets anders.” Of

zo'n blad echt een veiligheidsrisico is, vindt ze moeilijk te zeggen. “Het is naar mijn mening geen neutraal blad, het is eerder opruiend. Persoonlijk vind ik dat er voor gedetineerden heel goede manieren zijn om te protesteren tegen eventuele misstanden. Er is een beklagcommissie,

een commissie van toezicht... zo'n blad voegt weinig toe.''

Terpstra denkt in het gevangeniswezen beland te zijn, doordat ze zich aangetrokken voelt tot 'ontspoorden' in de maatschappij. Ze verklaart dat uit haar voorgeschiedenis. “Zelf ben ik ook niet over geijkte wegen

gelopen. Op mijn zeventiende ben ik uit huis gegaan en naar het buitenland. Ook van school af. In Frankrijk liet ik wel meteen mijn schoolboeken opsturen en ik heb staatsexamen gedaan. Daarna ben ik naar Italië gegaan en naar Amerika. Ik heb in die tijd veel mensen ontmoet, heel verschillende. In Frankrijk heb ik in hele rijke kringen rondgelopen, maar in Milaan ben ik met een drugsverslaafde opgetrokken.''

Oorspronkelijk lag haar hart meer bij de psychisch gestoorde dan bij de crimineel. Ze sluit niet uit dat ze justitie ooit verlaat voor de psychiatrie. Die stap is niet zo groot. Naar schatting ruim 10 procent van de Nederlandse gevangenen is psychiatrisch gestoord. In de gevangenis krijgen zij geen behandeling. Dit wordt wel aangevoerd als een van de mogelijke oorzaken van het toegenomen aantal zelfmoorden onder gedetineerden.

Terpstra denkt lang na over de vraag of deze mensen wel in het gevangeniswezen thuishoren. “Het feit dat ze gestoord zijn èn dat ze een gevaar vormen voor hun omgeving maakt het noodzakelijk hen uit de samenleving te halen. Psychiatrische ziekenhuizen hebben niet de mogelijkheden van beveiliging die we hier hebben, daarom komen ze bij justitie terecht. De aandacht en zorg die ze behoeven kunnen wij ze niet

geven. Ik vind dat triest, maar ik ben er wel wat pragmatischer in geworden. Hun behandeling kost gewoon heel veel geld. Zoals mensen vaak zeggen: gevangenen hebben een cel voor zichzelf, in verpleeghuizen liggen mensen met z'n zessen op een zaaltje. We proberen te doen wat we kunnen, maar het is niet ideaal.''