Uit de hand gelopen hobby oogt professioneel

Van het grootste Nederlandse programmaweekblad, 'Veronica' met een oplage van meer dan 1,2 miljoen exemplaren per week, is Robert Briel (47) de hoofdredacteur. En ook van het kleinste: 'Satellite' met een wekelijkse oplage van ongeveer 42.000. “Maar zie Satellite niet als een

hobbyblaadje hoor”, zegt hij in zijn Hilversumse kantoor. “Wij zagen satelliettelevisie als een nieuwe markt, waarop we de eerste wilden zijn”.

En zo is Satellite, in 1991 begonnen als een bijlage van een kwartje bij het grote blad Veronica, sinds 1994 een volwaardige publicatie geworden, die schotelbezitters van Nederland van programmaschema's van 57 der talloze in Nederland te ontvangen zenders voorziet.

De televisie- en radioactiviteiten van Veronica mogen dan sinds vorig jaar in handen zijn van het bedrijf HMG, dat ook de zenders RTL4 en 5 exploiteert, de Veronicablad bv., die zowel Veronica als Satellite uitgeeft, is nog steeds ferm in handen van de aloude omroepvereniging Veronica. Die bezit tachtig procent van de aandelen. De rest is van RTL4

S.A., een van de Luxemburgse werkmaatschappijen uit het HMG-bestel. De in oplage grootste omroepgids van Nederland wordt dus al een jaar niet meer vanwege een Nederlandse publieke omroeporganisatie uitgegeven - lang voordat, naar verwachting, een nieuwe Nederlandse mediawetgeving deze toestand volgend jaar zal sanctioneren.

Toch bevat het blad Veronica de omroepgegevens van de Nederlandse publieke omroep, net als in de tijd voordat Veronica uit het publieke bestel trad. De NOS, houdster van de publieke programmagegevens, en Veronica, kopen van elkaar het recht op publicatie van de wederzijdse programmagegevens - een mogelijkheid die later dit jaar wettelijk ook voor anderen zal worden geopend. Robert Briel vreest echter niet de toekomstige concurrentie en vermoedt niet dat het in Nederland in de toekomst zal wemelen van nieuwe programmagidsen. “Het is traditioneel een gesloten markt. Het opnemen van programmagegevens is ook, anders dan

soms gedacht wordt, geen magische pil om niet-programmabladen een opkikkertje te geven, zoals uitgever VNU gemerkt heeft toen men in de Vlaamse Story programmagegevens ging opnemen. Een weekblad in Nederland heeft over het algemeen een lange omloopsnelheid. Opname van programmagegevens maakt van een weekblad na een week onherroepelijk oud papier''.

Het blad Veronica heeft van de uittreding van Veronica uit het publieke bestel geen enkel nadeel ondervonden, in tegenstelling tot de Veronica-televisie, waarvan de kijkcijfers tot nu toe ernstig achterbleven bij de verwachtingen. “Bij de televisie heeft men zich verkeken op de eigen concurrentiekracht”, denkt Briel. “Er zijn ook wel erg veel spelers op die markt”. Maar voor Veronicablad bv. geen centje pijn: “Mensen blijven zonder enig probleem trouw aan ons en blijven dus ook lid van de vereniging Veronica. Ik denk dat wij ons in vergelijking met de televisie wat conservatiever, bedaagder hebben opgesteld”, zegt Briel. “Dat moet ook wel, want in tegenstelling tot een televisiestation, kan een blad niet worden weggezapt als het er ligt. Een blad moet inhoudelijk goed kloppen”.

Satellite, deze - zoals Briel toegeeft - “een beetje uit de hand gelopen hobby” oogt niet minder professioneel dan zijn grote broer, veel professioneler in ieder geval dan de veertiendaagse Free Satellite Watcher, een Nederlands-Belgisch blad dat de enige concurrent is op de markt van lezende schotelbezitters. Technische nieuwtjes en testrapporten van nieuwe apparatuur op het gebied van satellietontvangst

vullen slechts enkele pagina's in het laatste deel van het blad, overeenkomstig de opvatting van Briel dat de lezers weliswaar early adaptors zijn, en trots op hun schotel als innovatief en horizon verwijdend medium, maar daarmee nog geen toegewijde sleutelaars. De meeste redactionele ruimte gaat dan ook, net als bij andere programmabladen, behalve aan de programmaschema's op aan artikelen over programma's, films en sterren.

Opvallend is dat ruim plaats is ingeruimd voor tal van - vooral Britse -

zenders die in Nederland niet officieel, en alleen met nagemaakte of stiekem uit het land van toelating geëxporteerde smart-cards of andere decoderingsmiddelen zijn te zien. Iedereen weet dat er een grote,

grijze markt bestaat op dit gebied. “We hebben wel eens overwogen om de

gegevens van Sky en al die andere stations weg te laten, maar toen bleek

dat er bij onze lezers enorme vraag naar is”, aldus Briel. “In het begin kregen we nog wel eens een brief van Sky, dat we moesten ophouden die programmagegevens te publiceren, maar tegenwoordig laten ze het er maar bij zitten”.

Briel denkt niet dat Satellite veel hinder zal ondervinden van de oprukkende digitalisering van satelliettelevisie. In het blad vallen daarover regelmatig stekelige opmerkingen te lezen: in tegenstelling tot

de analoge techniek, die vermoedelijk nog jaren actueel zal blijven, bieden de eerste thans op de markt verschijnende tuner-decoders slechts de mogelijkheid om een handjevol, door een nationale aanbieder van satelliet-tv in het apparaat voorgeprogrammeerde zenders te zien. De hele attractie van satelliet-ontvangst, de potentiële keuze uit wel

honderden stations uit allerlei landen, dreigt daarmee - althans voorlopig - te vervallen. Het is een van de redenen waarom schotelbezitters voorlopig niet zo gauw hun analoge apparatuur de deur uit zullen doen voor digitale, denkt Briel. En al helemaal niet voor het

aanbod dat de bespeler van de Nederlandse markt op het gebied van digitale satelliet-tv, Multichoice, in eerste aanleg voorschotelt. “Bijna allemaal zenders die ook op de Nederlandse kabel zitten”, zegt Briel. “En daarom nauwelijks interessant voor onze lezers, van wie ongeveer de helft naast zijn schotel een kabelaansluiting heeft”.

Wat betreft de veel bezongen digitale televisietoekomst, met de voorspelde boom van televisiekanalen is hij sceptisch gestemd. “Ik weet

het nog niet zo net, met de digitale toekomst. Een paar jaar geleden nog

wist iedereen nog precies dat D2Mac (een betere transmissienorm voor televisie, red.) de toekomst was, en daar is niets van terecht gekomen. Bovendien schuilt er wel iets tragisch in, dat al die nieuwe technieken niets veranderen aan de mate van creativiteit van programmamakers, of aan het aantal creatieve programmamakers. Die blijven op hetzelfde niveau, hoeveel zenders er ook bij komen. En dus zien we, thans digitaal, toch weer die oude afleveringen van de Lucille Ball Show verschijnen''.