'Twee doden is genoeg', zegt een Grieks-Cyprioot

PARALIMNI, 17 AUG. Glimmend chroom en staalharde blikken. Onder ovationeel applaus rijden dertig motorrijders het plein voor de kerk van

het Cyprische dorp Paralimni op. Ze tonen omstanders de verse littekens van hun strijd met de Turken, rollen met hun spierballen, laten hun motoren brullen.

De 19-jarige Makis Nicolaou zegt vanavond te willen sterven als de politie hem de gelegenheid biedt met zijn Honda 500 CC de Turkse linies te bestormen. “Houd toch op. Twee doden, genoeg is genoeg”, zegt een vriend geïrriteerd.

Even later maken de motorrijders het plein vrij voor de aartsbisschop, de Griekse hoogwaardigheidsbekleders en de militaire blaaskapel die de woensdag door het Turkse leger doodgeschoten Solomos Solomou gisteravond

naar zijn laatste rustplaats begeleidden. Turkse soldaten namen de 26-jarige Solomou onder vuur toen hij na afloop van de begrafenis van zijn neef Tasos Isaac op de demarcatielijn tussen het Turkse en Griekse deel van het eiland een mast inklom om de Turkse vlag naar beneden te halen. Isaac was de voorgaande zondag tijdens schermutselingen door Turken doodgeknuppeld bij de zogeheten groene lijn - de 180 kilometer lange grens die zijn naam ontleent aan het kleurenpotlood waarmee een Britse officier in 1953 de eerste demarcatie tussen het Turkse en Griekse volksdeel op de kaart zette.

De Cyprische aartsbisschop Chrisóstomos roept Solomou en Isaac tijdens de rouwdienst uit tot nationale helden maar verzoekt zijn toehoorders de protesten verder te staken. De begrafenis is, in strijd met de grieks-orthodoxe traditie, naar de avonduren verplaatst om de kans op nieuwe rellen zo klein mogelijk te maken. Het doel is al bereikt, zo meent de aartsbisschop. De Turken hebben hun ware gezicht getoond, de wereld heeft weer aandacht voor de Cyprische zaak.

Dat geldt vooral voor Griekenland en Turkije. Gisteren belaagden Griekse

menigten de Turkse consulaten op het eiland Rhodos en in het plaatsje Komotini, terwijl Turken vlaggen verbrandden voor het Griekse consulaat in Istanbul. Vanuit de internationale gemeenschap zijn sussende geluiden

te horen.

De tientallen cameraploegen worden in Paralimni vergast op een meeslepend schouwspel. Dorpsidioot Andreas, die zo hard huilt dat binnen

een minuut alle omstanders meehuilen. Moeder Solomou, die achter de doodskist van haar zoon driemaal gilt: “Dood aan alle Turken. Beesten, moordenaars.” De ovaties voor de martelaar, de galmende zang van de priesters en daarna de trage tocht naar de begraafplaats, waar een politiehelikopter in de avondschemering rondjes boven de in het zwart gehulde massa draait.

Als de kist wordt geopend om de familie een laatste blik op Solomou te gunnen, dringt de menigte zo hevig op dat vader Spiros bijna in de kuil valt. “Hij leeft”, wordt er geroepen, en “Solomos, jij blijft altijd bij ons”.

Pagina 5: Demonstranten zingen over de vrede

Ondanks de heftige emoties en de wederzijdse troepenversterkingen op Cyprus lijkt een oorlog nog ver weg in Paralimni. Want hoe diep de vernedering van de Turkse inval van 1974 en de daarop volgende etnische zuiveringen ook gevoeld wordt door het Griekse volksdeel, 22 jaar vrede heeft zo zijn compensaties. Het Griekse deel van Cyprus is uiterst welvarend. Het Cyprische pond is zelfs zo hard dat aansluiting bij de Europese Monetaire Unie nauwelijks problemen zou opleveren.

De recente spanningen tussen het Griekse en Turkse volksdeel zijn het gevolg van een curieus ritueel. Al zo'n tien jaar proberen medio augustus Grieks-Cyprische motorrijders de demarcatielijn te overschrijden om de inval van 1974 te gedenken. Daar stuit men dan op Turkse tegenstanders, waarna men 's avonds gebutst maar tevreden huiswaarts keert. Het soort collectief jeugdgeweld waarvoor zich in andere landen het uitgaansleven of voetbalwedstrijden lenen. Beide partijen hielden het voorheen redelijk sportief, zegt Papageorgiou Evgenios, de boezemvriend van de zondag overleden Tasos Isaac en beoogd peetvader van diens nog ongeboren kind.

Dit jaar had de tocht een internationale dimensie gekregen door de deelname van een groep voornamelijk Duitse motorrijders - die overigens vooral kwamen protesteren tegen de 'laatste Berlijnse muur in Europa' en

zich misbruikt voelen door de Cyprioten. Turkije reageerde met het verschepen van extreem-nationalistische milities naar het eiland. Daarop

volgde de geweldsuitbarsting van afgelopen zondag.

Evgenios lijkt nog steeds verbijsterd. “Ze hebben zo hard met een kei op Tasos' hoofd geslagen dat zijn ogen eruit hingen. Hoe kunnen mensen zoiets doen?” Hij was gewaarschuwd toen de Cypriotische president Glerides de tocht van zondag verbood, maar Evgenios kon zich niet voorstellen dat de regels van de jaarlijkse krachtmeting ineens zo drastisch zouden veranderen. “Ik stop ermee. Dit was mijn laatste tocht.”

“Geef mij dan maar een geweer, ik vermoord elke Turk die ik zie”, bluft bodybuilder Isidorou Panagiotis. Hij was deze week overal, “zelfs

op CNN” te zien als een van de mannen die tussen het prikkeldraad werden omsingeld door een Turkse menigte. Panagiotis wist te vluchten, Isaak struikelde en werd doodgeknuppeld. “Ik kende hem niet, maar vijf minuten lang zijn we de beste vrienden ter wereld geweest.” Ondanks al zijn branie heeft ook hij zijn bekomst van de jaarlijkse grensoverschrijding.

Cyprus lijkt het geweld nu al moe. Zelf vader Spiros Solomou, die via de

televisie de Cyprische jeugd verbeten opriep het voorbeeld van zijn zoon

te volgen, zegt nu dat de jeugd de overheid moet gehoorzamen en niet moet vechten. Later op de avond komen er slechts een kleine honderd jongeren naar het grensplaatsje Dherinia om een krans te leggen op de plaats waar zoon Solomou uit de vlaggenmast werd geschoten. Ze stuiten op Griekse soldaten en een kordon agenten. Even wordt er geschreeuwd, dan gaan de jongeren op straat zitten. Winkeliers slepen dozen sinaasappels aan, een gitaar komt te voorschijn en opeens zingt men met betraande ogen over Cyprus en over de vrede. De geest van Woodstock vaart definitief in de betogers als enkele agenten zich uit het kordon losmaken en tussen de jongeren gaan zitten om mee te zingen. Uiteindelijk brengt een agent de gedenkkrans naar de groene lijn en geeft hem af aan aan een Britse VN-soldaat. Die verdwijnt met de krans onder zijn arm in de duisternis van het niemandsland.