Tussen heiligen, boeven en gekken

ANTHONY STORR: Feet of clay. Study of Gurus

254 blz., HarperCollins 1996, ƒ 56,70

Goeroe is een woord uit het Sanskriet en betekent iemand die licht in de duisternis brengt. Anthony Storr kiest voor de definitie van het woordenboek, een spiritueel leraar, een te vereren persoon. Goeroes verschillen naar tijd, plaats en persoon, verdienen meestal geen verering, maar hebben gemeen dat ze zeggen een bijzonder geestelijk inzicht te hebben, gebaseerd op een persoonlijke openbaring. Wie hen volgt kan in dat inzicht delen, zijn leven beteren en verlossing zoeken.

Het is de generalisatie van het eigen inzicht die anderen doet volgen, vaak in blinde gehoorzaamheid omdat twijfel en kritiek letterlijk uit den boze zijn. Goeroes maken en breken zichzelf. Ze staan op uit het niets, trekken aandacht en volgelingen, eisen onderwerping en eindigen vaak in destructie en verval. Ze zijn zelden heilige, vaak oplichter en soms gek en dat in wisselende verhouding.

Storr beschrijft er een aantal, als voorbeelden, en besteedt alle aandacht aan de volgelingen. Die zijn niet of altijd verward , kwetsbaar

of gemakkelijk te beïnvloeden. Ook geestelijke gezonde, evenwichtige mensen worden geconfronteerd met de verwarring en zinloosheid van hun bestaan en zoeken orde in chaos, zingeving in hun leven en zijn bereid zich daarom blindelings, met hoofd en hart, uit te leveren.

In zijn goeroeportretten laat Storr ook de positieve kanten van sommige goeroes zien, zoals hun zoektocht naar spiritualiteit, hun zorg voor anderen en de stichting van scholen en verzorgingshuizen. Bij alle irrationaliteit laat die andere kant ook iets zien wat bepaalde groepen onzekere volgelingen getrokken moet hebben, het charismatische leiderschap.

Wonderen

Het boek begint met twee gewelddadige, hedendaagse Amerikaanse goeroes, Jim Jones en David Koresh. Ze hebben beiden een eenzame jeugd, werden strikt kerkelijk opgevoed in Midden-Amerika maar vonden beiden een roeping waarbij Jones integratie van blank en zwart predikte en sociale hulpverlening organiseerde en daarbij door een respectabele omgeving werd geholpen. Daarna kwamen helderziendheid, wondergenezing en het doen

opstaan van doden, gekoppeld aan misbruik van gelden en seksuele uitspatting.

Het werd Jones te heet onder de voeten en hij week uit met duizend volgelingen naar Guyana, waar hij vooral zwarten en vrouwen trok. Al zijn wonderen waren oplichterij. Het utopia in het oerwoud werd een concentratiekamp met Jones als perverse commandant. In 1978 kwam vrijwel

de gehele gemeenschap om, vergiftigd met cyaankali, waaronder 260 kinderen.

Koresh stichtte een sekte gebaseerd op zijn uitleg van de Openbaring van

Johannes en vestigde zich in Waco, de prairie van Texas, in een boerderij waarin een schrikbewind werd gevoerd over de volgelingen. Lijfstraf, seksuele en sadistische uitspattingen, druggebruik en godsdienstwaanzin bepaalden het afgedwongen isolement, totdat de FBI ingreep, maar te laat. Zelfverbranding maakte een einde aan de sekte, Koresh en bijna dertig volgelingen werden doodgeschoten.

Beiden illustreerden hoe dicht overtuiging, waan, oplichterij en psychotisch gedrag in elkaar overgingen. Macht over volgelingen was totaal waarbij seksuele slavernij, uitputtend werk en afdracht van alle bezit en vrijheid werden geëist. De beloning zou een nieuw paradijs

zijn waarvoor nu de offers moesten worden gebracht. Met spionage, wapens, drugs en een intimiderend isolement werd dat offer afgedwongen, tot aan zelfdoding, de opperste annihilatie.

Bhagwan

De Bhagwan Sri Rajneesh was de magneet voor blanke, goed opgeleide zoekers in het rijke westen en zijn eerste stichting, de Ashram in Poona

trok duizenden. De Bhagwan was een in India opgeleid filosoof, als alle goeroes een boeiend prediker die een religieuze levensinstelling zonder credo of kerk voorstond voor diegenen die het materiële paradijs al

hadden gevonden maar niet gelukkig waren. De weg naar dat geluk was seksuele vrijheid in alle vormen behalve homoseksualiteit, hyperventilatie als meditatie met het uitschreeuwen van alle woede en agressie en soms harde arbeid ten behoeve van de commune, met overdracht

van bezit.

De spirituele supermarkt trok velen en maakte verhuizig gewenst naar een

afgelegen stuk grond te Oregon waar de beweging begon te verlopen. Geslachtsziekten, geweld, wapensmokkel, vergiftiging van tegenstanders en drugsgebruik maakten er een centrum van criminaliteit van. De Bhagwan

werd het land uitgezet, zijn vertegenwoordigster Sheela kwam voor jaren achter de tralies. De Bhagwan zelf met vijfendertig gouden en platina horloges op zak en drieennegentig Rolls Royces, was een zieke narcistische man geworden, geïsoleerd en corrupt, die in 1990 in India stierf in overdaad.

De Bhagwan trok velen en het duurde tot lang na zijn dood voordat zijn aanhang verliep, die hij hem zelfbeschikking, seksuele vrijheid en oosterse spiritualiteit had gezocht, gekleed in oranje jurken, met houten kralen en de beeltenis van de geestelijk leider die zo zou teleurstellen. Misschien krijgt iedere tijd de goeroe die het verdient.

In het boek is er ruime aandacht voor drie Duitstalige goeroes uit het begin van deze eeuw, Steiner, Freud en Jung. Rudolf Steiner, in navolging van de door hem bewonderde Goethe, zag dat introspectie hem in

contact kon brengen met een spirituele wereld achter de materie, een geestelijke helderziendheid die ons in contact met het universum zou kunnen brengen waarvoor hij een geheel nieuwe kosmologie bedacht, gevuld

met onze astrale lichamen. Steiner was de vriendelijkste van alle mensen

maar ook volstrekt zeker dat al zijn sprituele ontdekkingen geldigheid hebben voor het gehele leven. Hij heeft veel goeds nagelaten, waaronder scholen voor gehandicapte kinderen, waar met liefde wordt opgevoed en was de eerste die al in 1924 waarschuwde voor de schade van de landbouw aan het milieu en de waardering voor het natuurlijke.

Zijn tijdgenoten Freud en Jung worden door Storr ook als goeroes beschreven. Hoewel beiden zichzelf als onderzoekers beschouwen, waren hun ideeën ontleend aan eigen subjectieve ervaring die werd veralgemeend tot een verklaring van de menselijke geest in gezondheid en

ziekte. Voor Jung was dat, na een crisis, de breuk met Freud en verlies van geloof, een magische wereld met een collectief onderbewustzijn, een esoterische wereld van krachten, oeroude herinnering en occulte gebeurtenissen. Jung stichtte geen school maar vond vele bewonderaars, waaronder zijn vele dankbare en rijke patiënten. Met de rug naar wetenschappelijke tradities wist hij met zekerheid dat zijn toegang tot het mysterie en de ervaring van het transcendente de werkelijkheid waren.

Freud was een goeroe van dwingender natuur. Zijn subjectieve ervaring en

inzicht zouden maatgevend zijn voor een theorie die geen tegenspraak of experiment verdroeg. Zijn inzicht in de menselijke geest kon of volledig

aanvaard worden of afgewezen. Veel twijfelaars, van Jung en Adler, heeft

hij gehaat en veracht terwijl trouwe aanhangers beloond werden. De psychoanalytische beweging werd dankzij de stichter een sekte die niet alleen gestoorde Weense dames analyseerde, maar ook kunst, religie en menselijk gedrag in het algemeen kon verklaren, al zouden zijn handvol beschreven patiënten zelden beter worden. Zijn navolgers, orthodox en vrijzinnig, hebben nog steeds invloed, vooral in Frankrijk en de Amerikaanse oostkust, ook al is de magie van Oedipuscomplex en penisnijd

verbroken.

Steiner, Jung en Freud hebben in hun tijd velen geboeid, die verklaring voor het bestaan zochten in kosmos, de ziel of het onderbewuste. Ze waren goeroes door de zekerheid van hun inzicht, de generalisatie ervan voor alles en iedereen en de bijzondere taak die ze vervulden. Ze hadden

de waarheid in pacht. Al of niet door eigen toedoen kregen ze invloed, macht en volgelingen zagen hun inzichten door weinig bevestigd en zijn nu toe aan revisie. Steiner wordt racisme verweten, Jung nazisympathie en Freud wetenschappelijke fraude terwijl hun onmisbare verdiensten worden vergeten.

Jezus

Tenslotte beschrijft Storr Ignatius van Loyola, stichter van de Jezuïtenorde in samenhang met zijn voorbeeld Jezus. Beiden ondergingen een geestelijke crisis, ontvingen een openbaring en beschouwden zich als door God gezonden tot bekering van mensen, niet tot

wettische gehoorzaamheid maar innerlijke spiritualiteit die hen zou verlossen van het kwade.

Jezus, schrijft Storr, was geen christen en uit de Evangeliën kunnen we maar fragmentarisch opmaken hoe hij zichzelf zag want de interpretatie en uitvergroting is van zijn navolgers. Discipelen, joodse

en Romeinse gezagsdragers meenden dat zijn kruisiging het eind was van een leraar en dat Messias en hemels koninkrijk wel waren aangekondigd maar niet verschenen. Beiden eisten volstrekte volgzaamheid, loslaten van iedere band met de wereld en als beloning de hemel. Hoewel sommige goeroes onmiskenbaar geestelijk gestoord waren, door waan, hallucinatie,

depressie of manie, ontbreken die afwijkingen bij velen en passen ze niet erg in de gangbare psychiatrische taxonomie. Hun denkbeelden mogen excentriek en verward zijn, hun persoonlijkheid geïsoleerd, arrogant of narcistisch, hun gedrag bizar en hun ideeën in strijd met alledaagse wetenschap, het maakt ze nog niet tot psychiatrische patiënt. Miljoenen geloven in vliegende schotels, astrologie en buitenaardse wezens, contact met geesten of engelen maar zijn ook oppassende burgers. Goeroes scheppen nieuwe geloofssystemen die zin en duiding geven aan de chaos of onbegrijpelijkheid van het bestaan. Ze voorzien in een behoefte want vele van de diepste menselijke ervaringen zijn niet rationeel. Goeroes geven daarop een antwoord, ook al aanvaardt

de rede geen opstanding, reïncarnatie of kosmisch paradijs waardoor

verzoening of verlossing wordt gebracht. De overgave aan een geloof - juist als het absurd is - maakt de werkelijkheid verdragelijk als de opium van het volk.

Nieuwe inhoud

Het gaat erom tot wie we ons wenden. De katholiek Chesterton schreef ooit dat als mensen hun geloof verliezen ze bereid zijn alles aan te nemen. Het geestelijk vacuüm van zingeving, ontstaan door het verval van de traditionele christelijke religie, wordt dagelijks gevuld met nieuwe inhoud, soms gebracht door nieuwe goeroes als Amerikaanse tv-evangelisten, Indiase wijzen, wondergenezers, profeten en sectariërs.

Sommigen zijn gevaarlijk voor de geestelijke gezondheid in hun dominantie, isolement en charismatische prediking. De zekerheid van overtuiging leidt tot machtsmisbruik en intimidatie van mensen, seksuele

perversie en financiële oplichterij, eindigend in desillusie en erger. Ze hebben, naar de titel van het boek, voeten van leem, zoals de reusachtige Oudtestamentische afgodsbeelden, die omvallen wanneer eraan gechud wordt.

Storr heeft er een lezenswaardig boek over geschreven, in portret en bechouwing, relativerend en met begrip voor wat goeroes en volgelingen beweegt in het voetspoor van het irrationele. Hij denkt met de dichter T.S. Eliott, dat de mens maar beperkt de realiteit kan verdragen en daarom andere wegen zoekt en onder invloed raakt.

    • A.J. Dunning