Singapore verplicht kinderen voor hun ouders te zorgen

SINGAPORE, 17 AUG. De laatste tijd hebben ze het zwaar, vertelt de 71-jarige Wong. Samen met zijn vier jaar jongere vrouw kan hij steeds moeilijker de eindjes aan elkaar knopen in het dure Singapore. “We moeten rondkomen van 20 dollar (ongeveer 24 gulden red.) per dag”, zegt

Wong. “Daar kunnen we net ons eten van kopen. Van de rest betalen we de

rekeningen van de dokter en andere kleine noodzakelijkheden. We houden zelden iets over'', zegt Wong.

De oude dag van de Wongs staat in het teken van soberheid en zuinigheid. Het magere pensioen van de oud-kantoorbediende gaat grotendeels op aan de huur van hun kleine flat. Voor de overige inkomsten is het bejaarde echtpaar afhankelijk van hun dochter. Maar juist zij verzaakt haar plicht. “Onze dochter gaf ons jarenlang maandelijks 600 dollar. Maar acht jaar geleden hield ze daar plotseling mee op”, klaagt Wong. “Het is niet omdat ze het zelf niet kan missen, want ze woont in een mooi huis van drie etages hoog”, voegt zijn vrouw er aan toe. “Ze heeft alle banden met de familie doorgesneden. Ze weigert gewoon ons verder te verzorgen.”

Om die reden meldden Wong en zijn vrouw zich een paar weken geleden bij het Ministry of Community Development. Daar ging deze zomer het Tribunal

for the Maintenance of Parents van start, dat voortkomt uit een nieuwe wet die begin juni in werking trad in Singapore. Volgens de wet mogen Singaporese ouders van 60 jaar en ouder voortaan een vergoeding eisen van hun kinderen als dezen niet goed voor hen zorgen.

De nieuwe wet, die in de Singaporese volksmond de sue your son bill heet, biedt uitkomst voor mensen als de Wongs die de, voor confucianistische culturen vroeger zo vanzelfsprekende, opvang binnen de

familie ontberen. “Het enige wat we willen is een maandelijkse bijdrage

van onze dochter van 600 dollar, zoals ze ons die vroeger gaf. Als we dat geld zouden krijgen, wordt ons leven een stuk gemakkelijker en hoeven we niet meer zo zuinig te zijn”, vertelt Wong. “Maar op dit moment lijkt het er sterk op dat zij dat geld liever aan haar honden en haar dure huis spendeert dan aan ons.”

De zaak van het echtpaar Wong is een van de 74 klachten die het tribunaal tot nu toe heeft binnengekregen. Het tribunaal, voorgezeten door een president die dezelfde bevoegdheden heeft als een rechter, buigt zich op dit moment over de klachten. In eerste instantie wordt gekeken of, en zo ja hoe, er een oplossing voor de familieproblemen te vinden is. Daartoe worden twee zogeheten verzoeningbeambtes ingezet die bemiddelen tussen ouders en kinderen. “Op die manier hopen we op een prettige manier tot een oplossing te komen', vertelt Lim Bee Khim, woordvoerster van het verantwoordelijke ministerie.

Als die vriendelijke manier geen succes heeft en de kinderen weigeren een financiële bijdrage aan hun ouders te geven, verplicht het tribunaal de kinderen een deel van het onderhoud van hun ouders te betalen. Beide partijen moeten zonder advocaten opereren. Alleen als de kinderen tegen hun verplichte bijdrage in hoger beroep gaan, mogen beide

partijen een advocaat inschakelen. Maar de autoriteiten denken dat het in de meeste gevallen niet zover zal komen. “We verwachten binnenkort de eerste regelingen”, vertelt woordvoerster Lim optimistisch.

De wet is een idee van parlementslid Walter Woon en komt op een moment dat in Singapore de vergrijzing hard toeslaat. Singapore heeft de snelst

vergrijzende bevolking van Azië, zo wees een recente studie uit. Op

dit moment is zeven procent van de drie miljoen Singaporezen ouder dan 65 jaar. In 2018 zal dat aantal verdubbeld zijn. De groei van het aantal

bejaarden in de Singaporese samenleving valt bovendien samen met de opkomst van een jonge, op carrière gerichte generatie die de vijf

magische c's van Singapore (cash, car, career, creditcard en condominium) prefereren boven de verzorging van vader en moeder.

“Maar het is verkeerd om de conclusie te trekken dat die ontwikkelingen

gezorgd hebben voor het ontstaan van deze wet'', verklaart Woon. Volgens

de Singaporese parlementariër is de 'ouderverzorgingswet' een direct gevolg van een belastingmaatregel die drie jaar geleden van kracht werd. “We hadden al een aantal malen in het parlement gesproken over de problemen rond ouders die door hun kinderen in de steek worden gelaten. Maar door de invoering van belasting op goederen en diensten was er een duidelijke reden om een wetsvoorstel in te dienen”, vertelt Woon.

De nieuwe belastingregeling betekende namelijk een significante achteruitgang in inkomen voor veel ouderen. Door het ontbreken van wetgeving belandden sommige ouders plotseling in ernstige financiële problemen als zij niemand hadden om op terug te vallen. “Kinderen en echtgenoten zijn hier in Singapore wettelijk beschermd, mocht de zorg en steun in hun directe omgeving wegvallen. Maar voor de rechten van ouders ten opzichte van hun kinderen was tot voor kort niets

geregeld'', legt Woon uit.

De parttime parlementariër, die de helft van zijn tijd doorbrengt op de National University van Singapore, waar hij plaatsvervangend hoofd

is van de faculteit rechten, was voor de regering de ideale persoon om een wetsvoorstel te maken. “Ik ben een onafhankelijk, partijloos parlementslid”, vertelt Woon, een van de zes zogeheten Nominated Members of Parliament die Singapore kent. “De regering vond het dus prettig de verantwoordelijkheid voor deze nieuwe wet bij mij te leggen en tegelijkertijd een oplossing te creëren voor een steeds zichtbaarder probleem: de zorg voor onze ouders”, legt Woon uit.

Een recente enquête van het Singaporese televisiestation TCS toonde aan dat 80 procent van de bevolking blij was met de nieuwe wet. “Dat geeft ook aan dat het familieleven in Singapore nog steeds belangrijk wordt gevonden”, zegt Woon. “Dit is een soort extra verzekering voor als een familie in dit land om welke reden dan ook uit elkaar valt. Ik wil het niet typisch Aziatisch of Oosters noemen. Ik denk dat dit een gevolg is van de algemene modernisering in deze wereld”, meent het parlementslid. “Voor Singapore is een welvaartsstaat zoals die in sommige Westeuropese landen bestaat domweg te duur. In Israel en India zijn al jaren soortgelijke wetten te vinden.”