Schuld-revolutie

Dit jaar betaalt de Nederlandse staat ruim 29 miljard gulden aan rente over een staatsschuld van meer dan 400 miljard. Daarmee is de rente-afdracht de op een na hoogste begrotingspost. In Den Haag is de staatsschuld een issue omdat verlaging ervan een voorwaarde is voor toetreding tot de Economische en Monetaire Unie (EMU) in 1999, en ook lagere lasten met zich meebrengt.

Maar naar besparingen door een ander management van de staatsschuld kijkt vrijwel niemand om. Terwijl minister Zalm van Financiën juist daar een revolutie doorvoert.

Een ander schuldmanagement kan miljarden guldens schelen. De rente die Nederland betaalt over de nationale schuld is gemiddeld 7,5 procent. Duitsland betaalt over zijn schuld maar 6,9 procent. Dat verschil komt jaarlijks neer op ruim 1,7 miljard gulden aan meer betaalde rente. Terwijl de Nederlandse en Duitse rentes al enige jaren gelijk oplopen en de Nederlandse rente zelfs al een jaar onder de Duitse ligt.

Waarom betaalt Nederland dan meer rente? Gedeeltelijk stamt het van de nog uitstaande schuld die in de jaren tachtig werd aangegaan, toen de rente in Nederland nog boven de Duitse lag, en er duurder werd geleend. Maar de voornaamste oorzaak voor het verschil is de looptijd van de schuld. Begin jaren tachtig, toen beleggers huiverig waren om hun geld in langlopende Nederlandse schuld te steken, moest de overheid noodgedwongen zijn toevlucht nemen tot korter lopende leningen om het jaarlijkse begrotingstekort en de afbetaling op aflopende schulden mee te financieren. De gemiddelde looptijd van de staatsschuld liep terug tot 4,5 jaar: per jaar moest bijna een kwart van de schuld worden afgelost en opnieuw geleend, met het begrotingstekort daar nog bovenop. Dat maakte de Rijksbegroting zeer gevoelig voor schommelingen in de rente.

Daarom werd in die tijd door Financiën een beleid ingezet van looptijdverlenging: het uitgeven van zoveel mogelijk langlopende staatsleningen kreeg de hoogste prioriteit. Door dat beleid, en door de betere reputatie die Nederland zich in de tussentijd op de openbare kapitaalmarkt verwierf, werd de looptijd van de staatsschuld langzamerhand 'verlengd' tot 7,2 jaar midden vorig jaar.

Die grotere zekerheid had wel een prijs. De betaalde rente op langlopende schuld is (net als bij hypotheken) doorgaans hoger dan op kortlopende leningen, zodat de overheid bij het streven naar looptijdverlenging wel een hogere rente ging betalen. Omdat het renteniveau op de financiële markten vanaf het begin van de jaren tachtig structureel is gedaald, is dat niet te zien aan de gemiddelde rente die Nederland de afgelopen vijftien jaar op de staatsschuld betaalde. Ten opzichte van Duitsland is het verschil wel goed zichtbaar. De Duitse staat houdt de looptijd van zijn schuld nu al vijftien jaar op ruwweg 5,5 tot 6 jaar. Omdat die kortere looptijd een lagere rente inhoudt, zit daar het belangrijkste verschil met de hogere gemiddelde rente die Nederland betaalt.

Daar komt verandering in. In mei van dit jaar liet het ministerie van Financiën weten het beleid van looptijdverlenging te willen herzien. En aan de acties van Financiën op de kapitaalmarkt valt af te lezen dat het beleid van looptijdverkorting dit jaar in alle hevigheid is ingezet. De staatsschuld wordt elk jaar vanzelf een jaar 'jonger'. Om de looptijd op peil te houden moeten nieuwe leningen dus extra langlopend zijn. Maar al tweemaal liet Financiën dit jaar die gelegenheid voorbij gaan, leende korter en bespaarde daarmee meer dan 200 miljoen gulden aan rente per jaar. En gisteren kwam minister Zalm niet met een verwachte tienjarige staatslening, maar met een zesjarige, die de gemiddelde looptijd van de staatsschuld verder naar beneden trekt. Bij een geleend bedrag van bijvoorbeeld 5 miljard gulden scheelt dat tegen de 40 miljoen gulden per jaar aan rente.

Door verschillende maatregelen was de gemiddelde looptijd van de staatsschuld op 30 juni van dit jaar al terug op 6,7 jaar. Hij daalt inmiddels stevig verder. Wordt de begroting hiermee niet gevoeliger voor schommelingen in de rentestand? Agent H. Bevers van Financiën bevestigt dat het vooruitzicht op de EMU de angst voor grote renteschommelingen sterk heeft verminderd, en daarmee de kwetsbaarheid van de begroting voor die renteschommelingen. De begrotingsdiscipline van de landen in de muntunie moet dat straks garanderen.

Bovendien ontstaat na 1999 één grote EMU-markt voor staatsleningen, omdat iedereen in dezelfde valuta leent. Nederland wil daarbij zoveel mogelijk in de pas lopen met Duitsland, dat onlangs aankondigde zijn looptijd van de staatsschuld verder te willen verkorten dan de huidige 5,6 jaar.

Het terugbrengen van de looptijd van de Nederlandse schuld naar die van de Duitse kan Nederland op termijn miljarden guldens per jaar schelen. Daarmee maakt de stille revolutie van de staatsschuld grote kans de geschiedenis in te gaan als een van grootste financiële operaties van het kabinet-Kok. Opvallen doet dat kennelijk nog niet. Totdat de minister van Financiën in de komende Miljoenennota voor het eerst sinds tien jaar een teruggelopen looptijd tot 6,7 jaar zal melden.