Op zoek naar kunst uit strips in het Brusselse Jubelparkmuseum; Nachtmerrie historisch gefundeerd

Tentoonstelling: Museum in strip; museumstukken als figuranten in een stripverhaal.

Brussel, Jubelparkmuseum. T/m 29 sept. Di t/m zo 10-17u. Cat 480 Bfrs.

Af en toe komt hij nog terug in mijn nachtmerries: de 'mummie van Rascar Capac', die zich in Kuifje en de 7 kristallen bollen wreekt op archeologen en andere grafschenners. Met zijn bruinleren huid, zijn holle doodshoofd en zijn wapperende zwarte haren is hij zonder concurrentie de engste stripfiguur waaraan de kinderziel kan worden blootgesteld. Zelfs de monsters uit de moderne manga-strips kunnen niet aan hem tippen.

De echte Rascar Capac, of liever de 'Peruviaanse mummie' waarop Kuifje-tekenaar Hergé zijn stripfiguur baseerde, heeft dan ook een ereplaats op de expositie Museum in strip in het Brusselse Jubelparkmuseum. Net als in De 7 kristallen bollen zit de Inca-koning met opgetrokken knieën in een vitrine. Haar heeft hij niet, en hij ziet er wat aangevreten uit, maar hij grijnst nog altijd even vervaarlijk. Je zou haast medelijden krijgen met de bewakers die hier 's nachts moeten patrouilleren.

Kuifje-lezers komen in het Jubelparkmuseum (voorheen de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis) veel meer bekende voorwerpen tegen. Op de Egyptologische afdeling vind je het Anubisbeeldje dat Kuifje en Bobbie de weg wijst naar de sigaren van de farao. Tussen de kunst uit Tibet staan de verschillende godenbeelden die kapitein Haddock in de Himalaya de stuipen op het lijf jagen ('Is me dat een stelletje vrolijke kwanten'). En in de collectie Zuid-Amerika pronkt het houten beeldje dat zo'n belangrijke rol speelt in Het gebroken oor. Anders dan in de strip blijkt de fetisj niet afkomstig uit het Amazonegebied, maar uit Peru; teleurstellender is dat beide oren nog gaaf zijn.

'Museumstukken als figuranten in een stripverhaal' luidt de ondertitel van Museum in strip. Een reguliere tentoonstelling is het niet, want er zijn geen bruiklenen uit andere musea te zien, en alle getoonde stukken staan gewoon op hun eigen plaats in de collectie. De bezoeker legt een parcours af. Borden in de vorm van stripballonnen geven de te volgen route aan, en bij ieder voorwerp dat tot de presentatie behoort, staat een informatiebord met daarop de stripplaatjes die erdoor geïnspireerd werden. Voor degenen die de hele strip willen lezen, liggen de albums - met een lint aan de borden vastgebonden - op de grond.

Verreweg de populairste historische inspiratiebron voor striptekenaars was (en is) het Egypte van de farao's - geen nieuws voor degenen die een paar jaar geleden in het Allard Pierson Museum de tentoonstelling 'Egypte hertekend' bezochten. In Brussel speelt meer dan een kwart van het parcours zich af op de egyptologische zalen. Dat is logisch, want vele Belgische striptekenaars kwamen naar het Jubelparkmuseum om zich te laten inspireren door de Egyptische oudheden. Hergé was een stamgast, terwijl de Blake en Mortimer-tekenaar Edgar P. Jacobs goed bevriend was met de conservatoren. In zijn beroemde strip Het mysterie van de Grote Piramide gebruikte Jacobs niet alleen veel stukken uit het museum als decor en rekwisieten, maar gaf hij ook een bijrol aan de grondlegger van de Belgische egyptologie, Jean Capart.

De objecten die Jacobs inspireerden, vallen in zijn strips duidelijk te herkennen. Voor veel andere in het parcours opgenomen museumstukken geldt dat niet; ze zijn er door de organisatoren enigszins met de haren bijgesleept. Zo lijkt de roodfigurige vaas op de Griekse zaal alleen in vorm op de amfoor waarop Hoefnix zich in Asterix en de Olympische spelen laat vereeuwigen. De klokken en meubelstukken van de afdeling Europese Sierkunsten zijn wel erg vrijelijk weergegeven in de strips van Bob de Moor over de Tachtigjarige Oorlog. En voor de indianentooien in Kuifje en Lucky Luke zal de getoonde 'Sioux-oorlogsmuts' hoogstens vagelijk model hebben gestaan.

Het geeft niet. De kracht van de presentatie Museum in strip is ook dat je een mooi overzicht krijgt van de zeer uiteenlopende Brusselse collectie. Het Jubelparkmuseum is een beetje een stoffig kabinet waar de sfeer van de jaren vijftig heerst en de klokken op tien over elf zijn blijven staan; de bezoeker wordt doorgaans nauwelijks geprikkeld om iets anders te bekijken dan de topstukken op de klassieke afdelingen. Door het strip-parcours te volgen, kom je in alle zalen, zonder overvoerd te worden. Je stuit op rituele voorwerpen uit Tibet, fraai bewerkte opiumpijpen, gekrompen hoofden uit de Andes, gouden pendules, een indrukwekkende replica van een metershoog hoofd van Paaseiland. Zelfs striphaters hebben een mooie wandeling als ze door hun kinderen op sleeptouw worden genomen.

Museum in strip toont hoe tentoonstellingsmakers met minimale middelen een maximaal effect kunnen bereiken. Wie van bord naar bord vlindert, gaat als vanzelf met andere ogen naar de rest van de Jubelparkcollectie kijken. De beroemde laat-Romeinse mozaïeken uit Apamea, de Etruskische asurnen met gekleurd reliëf, de gereconstrueerde mastaba's (Egyptische grafkamers) met hun petieterige schilderingen - allemaal krijgen ze iets stripachtigs. Alsof buiten de gebaande paden het stripparcours gewoon wordt vervolgd.