Lichaamstaal van Pieter van den Hoogenband.

Sommige haren verspreiden zich als een deken over de huid, andere groeien in wilde weelde op of rondom kwetsbare delen, maar de meeste verzamelen zich op het hoofd. Iedere haar heeft een spier en wanneer die door kou of emotie samentrekt, gaat de haar rechtop staan. Dan ontstaat kippenvel. Zo houden haren de lichaamswarmte vast.

De lucht tussen de haren isoleert de huid en voorkomt warmteverlies. Hoe meer haren rechtop staan, hoe meer lucht ze vasthouden. Voor een zwemmer die op z'n snelst door het water wil, zijn haren geduchte tegenstanders. Daarom wil hij een gladde huid. Er zijn zwemmers die hun hoofd kaal scheren. Anderen dragen een badmuts. Maar hun benen scheren ze, hun rug laten ze ontharen en de oksels ontdoen ze ook van het kriebelende plukje. Een onthaard of een behaard lijf maakt verschil. Een zwemmer met een haarloze oksel heeft voordeel. Die scheert niet en wordt niet geplaagd door een geschraapte huid. Een zwemmer met een behaarde oksel vreest het scheermes. Haren van een zwemmer hebben geen leven, die groeien tegen de verdrukking in.