Kok niet optimistisch over economie

DEN HAAG, 17 AUG. Minister-president Kok is niet erg optimistisch over de ontwikkeling van de economie. Het economische beeld voor 1997 heeft volgens de premier “twee gezichten”. Kok zei dit gisteravond na afloop van de wekelijkse Ministerraad.

Volgens Kok gaat het goed met de economische groei en de stijging van het aantal banen, maar slecht met de moeilijk plaatsbare werklozen en de financiële situatie bij de sociale fondsen. Volgens berekeningen van het Centraal Planbureau is er sprake van een “forse tegenvaller” in de opbrengst van de inkomstenbelasting en de daarmee samenhangende premies volksverzekeringen. In totaal gaat het daarbij om 5 miljard gulden: 3,5 miljard gulden belasting en 1,5 miljard gulden premies. De meest betrokken bewindslieden begrijpen niets van deze tegenvaller, zo melden goed ingelichte bronnen. De directeur van het Centraal Planbureau, H. Don, is daarom verzocht om maandag aanwezig te zijn bij een vergadering van het economische kernkabinet.

Volgens Kok is wél duidelijk dat de sociale fondsen moeten worden

aangevuld. De vraag is alleen met hoeveel en in hoeveel jaar. Om de sociale fondsen aan te vullen is premiestijging nodig en dat gaat ten koste van de koopkracht van de burgers.

Volgens Haagse bronnen overweegt het kabinet de inhaal over vier jaar uit te smeren, teneinde de negatieve koopkrachteffecten zo beperkt mogelijk te houden. Eerder werd besloten om dat in drie jaar te doen.

Na de Ministerraad heeft Kok over de totale financiële economische problematiek “bijgepraat” met de drie meest betrokken ministers: Zalm,

Melkert en Wijers. Deze drie ministers hebben verschillende uitgangsstellingen voor het begrotingsoverleg, dat volgende week begint.

Wijers (Economische Zaken) gaat uit van lastenverlichting ten behoeve van het bedrijfsleven, Melkert (Sociale Zaken) wil geld om laagopgeleide, moeilijk plaatsbare arbeidskrachten goedkoper te maken. Hij wil dat doen door werkgevers een “afdrachtingskorting” voor verschuldigde sociale premies te geven. Zalm (Financiën) tenslotte wil dat Nederland zich in 1999 “op een nette manier” kwalificeert voor

de Economische en Monetaire Unie. Daarvoor is nodig dat het overheidstekort ruim binnen de toegestane bandbreedte van 3 procent blijft en de staatsschuld een “bevredigende daling” vertoont.

Minister-president Kok heeft volgens goed ingelichte bronnen zijn kruit tot nu toe droog gehouden. Wel heeft hij de drie bij het overleg betrokken ministers laten weten dat het volgens hem niet te verkopen is dat het in een tijd van economische groei slecht gaat met de koopkracht.

Volgens het Centraal Planbureau groeit de economie volgend jaar, net als

dit jaar, met 2,5 procent. De modale werknemer (50.000 gulden bruto per jaar) gaat er zonder nader beleid echter 1,4 procent in koopkracht op achteruit. De overige inkomensgroepen gaan er eveneens flink op achteruit. Daar staat echter tegenover dat de werkgelegenheid toeneemt. Volgend jaar komen er 82.000 volledige banen bij (96.000 personen).

Volgens Kok bestaat er een “spanningsveld” tussen drie punten: de toename van de werkgelegenheid, de koopkracht en het financieringstekort. “Het is moeilijk om een goede afstemming tussen deze drie punten tot stand te brengen”, zei Kok gisteren na afloop van de Ministerraad. “Als het goed gaat met de werkgelegenheid, dan is dat ook goed voor de burgers. Namelijk voor die burgers die een baan krijgen”.

Die gaan er volgens Kok in de meeste gevallen in koopkracht op vooruit. Meer banen zijn ook goed voor het overheidstekort, omdat minder mensen een uitkering nodig hebben.

Volgens Kok heeft noch hij noch enige andere minister al concrete voorstellen op tafel gelegd. Alle opties zijn nog open. Daaronder valt ook een forse belastingverlaging ten behoeve van koopkrachtbehoud. Volgende week dinsdag zal het kabinet voor het eerst voltallig over de problematiek spreken. “Het kabinet zal dan antwoord moeten geven op de puzzle”, aldus Kok. “Dat wordt een kwestie van passen en meten”.