De rijken worden steeds rijker

ROTTERDAM, 17 AUG. Het is oneerlijk verdeeld in de wereld, om te beginnen in Nederland. Recent cijfermateriaal van het Centraal Bureau voor de Statistiek (over 1993) laat zien dat bijna een op de drie Nederlandse huishoudens of helemaal geen vermogen heeft, doordat zij meer schulden dan bezittingen hebben, of minder dan 5.000 gulden. Daarentegen bezit anderhalf procent van de ruim 6,3 miljoen huishoudens een miljoen of meer.

Niet alleen de vermogensverdeling is ongelijk, ook de inkomstenverdeling kent zijn rariteiten. Deze week bevestigde staatssecretaris Vermeend dat 2.000 tot 4.000 directeuren-grootaandeelhouders van bedrijven door handige trucs noch vermogens- noch inkomstenbelasting betalen

Uit de CBS-cijfers blijkt dat het aantal miljonairs in twee jaar tijd met tweederde is gestegen tot iets meer dan 100.000. In 1991 waren er 60.000. Deze vermogens zijn grotendeels wit in de fiscale zin, zo legt CBS-onderzoeker Rens Trimp uit, die onlangs in het CBS-blad Index de vermogenscijfers op een rijtje zette.

Dat het om grotendeels wit vermogen gaat, heeft te maken met de manier waarop het CBS deze gegevens boven tafel krijgt. Het materiaal komt uit uit de aangiftes voor de inkomsten- en vermogensbelasting, maar het CBS put ook uit informatie van een sociaal-economisch panel. De hoop is dat de deelnemers daar wel vertellen over wat zij voor de fiscus met de mantel der liefde bedekken.

In 1993 bedroeg het gezamenlijk vermogen van de Nederlanders 800 miljoen gulden. Dat is het saldo van 1,1 miljard bezittingen, voornamelijk eigen woningen, effecten en bedrijven, en 300 miljoen gulden schulden, grotendeels woninghypotheken. De vermogenscijfers over 1993 zijn de de tweede in een reeks, die elke twee jaar herhaald zal worden, zo legt Trimp uit. De stand van zaken over de vermogens in 1995 hoopt het CBS volgend jaar te hebben.

Tot 1991 was er wel een statistiek over de particuliere vermogens, maar die was gebaseerd op de fiscale meldingen en dat betekende in de praktijk dat alleen grote vermogens werden geregistreerd.

Belangrijke bezittingen zijn overigens niet opgenomen in het vermogensgetal dat het CBS berekent. Zo blijven de pensioenaanspraken buiten beeld. Dat zijn kolossale bedragen: de pensioenfondsen en verzekeraars beheren gezamenlijk zo'n 800 miljard vermogen, evenveel als het vermogensbedrag dat het CBS nu heeft becijferd. Een ander manco:de spaarhypotheek zit maar gedeeltelijk in de cijfers. Het gespaarde bedrag in het spaardeel wordt niet meegeteld bij het bezit. Het CBS is er nog niet uit hoe groot dat is.

Andere vermogensbestanddelen worden door het CBS zelf nog wat in waarde verhoogd, omdat de ervaring heeft geleerd dat burgers sommige bezittingen eerder te laag dan de te hoog taxeren. Dat geldt bijvoorbeeld voor de waarde die bij de inkomstenbelasting wordt opgegeven voor de eigen woning. “Het werkelijk vermogen van de huishoudens ligt hoger”, zegt Trimp. “Er zijn veel meer onderschattingen dan overschattingen.”

Ten opzichte van 1991 is de verdeling niet ongelijker geworden, vertelt de CBS-onderzoeker. In 1993 bezat de rijkste 1 procent van Nederland een kwart van het totale vermogen. De groei van het aantal miljonairs is, in tegenstelling tot wat sommige financiële waarnemers hadden verwacht, hoofdzakelijk het gevolg van een stijging van de prijzen voor koopwoningen. De tweede factor is de toenemende waarde van het effectenbezit doordat de koersen van aandelen en obligaties in die periode bleven stijgen. Wat oudere welgestelden werden slapend miljonair: zij verdienden dubbel. Een keer met hun eigen woning (met geen of steeds minder hypotheeklasten) en nog een keer met hun effectenbezit. Zoals de eerste wet van Bommel zegt: geld trekt geld aan.

Ouderen zijn aanzienlijk gefortuneerder dan jongeren: sparen, beleggen en huizen kopen neemt toe naarmate meer wordt verdiend, en tot nu toe stijgen de inkomsten met de leeftijd (tot een jaar of 55). Jongeren die meer dan een miljoen verdienen zijn zeldzaam, zoals de kernspelers van Ajax die 2 miljoen per man toucheren. Aan de andere kant worden bedrijfsmanagers die tussen hun 45-ste en 60-ste tonnen of miljoenen verdienen met aandelenopties eerder regel dan uitzondering. Toch bestaat in de groep ouderen ook een scheve verdeling: het gemiddeld vermogen van 65-plussers is 178.000 gulden, maar de helft van hen heeft minder dan 40.000 gulden.

In tegenstelling tot landen als Amerika en Engeland, waar hoge inkomens (en de daaruit voortvloeiende vermogensverdeling) een maatschappelijk issue zijn, speelt dit in Nederland bij politici en vakbeweging geen rol van betekenis. Het CBS is de uitgebreide vermogenscijfers gaan verzamelen uit professionele nieuwsgierigheid. Zelden is het materiaal ook politiek van nut, zoals bij de vraag of er een vermogenstoets moet zijn voor ouderen in het ziekenfonds. Toch bestaan er duidelijke opinies over de inkomensverdeling. Het percentage Nederlanders dat kleinere verschillen wil, neemt gestaag toe, zo blijkt uit cijfers van het Sociaal en Cultureel Planbureau.