'Beurs stemde in met fraude door Nusse'

AMSTERDAM, 17 AUG. De interne controleurs van de Amsterdamse effectenbeurs hebben begin 1993 ingestemd met een “ernstige vorm van effectenfraude” doordat zij het inmiddels failliete effectenkantoor Nusse Brink toestonden een verlies van vier ton door te schuiven naar een klant.

Deze beschuldiging uit mr. J. Hoff, de advocaat van een zakenrelatie van Nusse Brink, in een brief aan minister Zalm van Financiën. Nusse Brink ging medio 1993 bankroet als gevolg van financieel wanbeheer. Minister Zalm, die politiek verantwoordelijk is voor het toezicht op de financiële markten, zag vorig jaar in het debâcle geen reden om te twijfelen aan de kwaliteit van het toezicht dat de Amsterdamse beurs op haar aangesloten leden uitoefent.

Hoff beschuldigt het Controlebureau van de beurs, dat toezicht moet houden op naleving van de beursregels en de financiële positie van effectenkantoren, er nu van te hebben ingestemd met het benadelen door Nusse Brink van een klant. Nusse Brink had verlies geleden op een effectenspeculatie en zou dat hebben willen oplossen door een klant ervoor te laten opdraaien. Doordat Nusse Brink het verlies kon afwentelen bleef het effectenkantoor zelf buiten schot. Daardoor werd haar wankele bestaan nog een tijdje gerekt. Doordat Nusse Brink langer in zaken bleef, leed de cliënt van Hoff grotere verliezen dan nodig was geweest als het Controlebureau eerder de frauduleuze praktijken bij Nusse Brink ontdekt had. Deze cliënt is voormalig directeur F. van den Broek van Effectenkantoor Van den Broek. Hij deed zaken met Nusse Brink, maar hij kreeg zijn rekeningen niet meer betaald toen Nusse Brink in de zomer van 1993 op de fles ging, waarna ook Van den Broeks effectenkantoor gesloten werd. De schade die Van den Broek daardoor heeft geleden claimt hij inmiddels bij de Amsterdamse effectenbeurs in een procedure bij de rechtbank.

In zijn brief aan minister Zalm citeert advocaat Hoff uit een brief van het Controlebureau aan een van de directeuren van Nusse Brink. Daaruit kan worden opgemaakt dat het Controlebureau zonder verdere opmerkingen accepteerde dat het verlies op een effectentransactie van Nusse Brink aan een cliënt werd toegerekend. Hoff stelt dat het Controlebureau nimmer om een instemmingsverklaring van de betrokken cliënt heeft gevraagd.

Hoff komt in de brief tevens met nieuw cijfermateriaal om aan te tonen dat Nusse Brink zich illegaal als effectenbank gedroeg zonder dat het Controlebureau dat doorzag.