Belgie; De Eurosmurfen vliegen in Brussel over de toonbank

Winkels vol kant, mannekes pis, bonbons en Belgisch bier lonken naar de stroom toeristen aan de Grasmarkt, hartje Brussel.

Maar er is ook een ander soort souvenirshop in deze drukke straat: de eurowinkel. Hier worden pennen verkocht met het blauw-gele logo van de Europese Unie, blauwe horloges, golfballen met gele sterren, chocolade ecu's, een kinderboek over 'twaalf kleine Europeaantjes', beren met euro- strik, T-shirts met opschrift 'Team 15 Europe' en champagne met als datum 1 januari 1993: 'de geboorte van de Europese Unie'.

Het best verkopen produkten met tekeningen van 'de perfecte Europeaan', vertelt de verkoopster van 'Euroline'. Volgens deze spotprenten kan de perfecte Europeaan koken als een Brit, is hij geduldig als een Oostenrijker en vrijgevig als een Nederlander. “Van alles verkopen we er mee: truien, kaarten, dienbladen.”

Belgen ziet ze niet veel in de winkel, haar klanten komen uit alle windstreken. “Europeanen, Russen, Amerikanen.” Japanners kopen vaak honderd stuks van hetzelfde voorwerp, als relatiegeschenk. Honderd pennen of sleutelhangers. “En die moeten we allemaal apart inpakken.”

Eurosouvenirs zijn prijzig. Een zeepbakje kost 25 gulden, een boekenlegger vijf, een gouden ecu zeshonderd gulden. “Veel klanten kijken niet naar de prijs en geven zo 250 gulden uit”, zegt de winkeljuffrouw. De beste klanten zijn zakenlui. Prijzen worden in deze winkel niet alleen aangegeven in Belgische franken, maar ook in ecu. “Voor de grap.”

In de winkel 'Eurotempo', ook aan de Grasmarkt, rekent een Britse vrouw een europlu af. “Leuk als cadeautje”, verklaart ze haar aankoop. Op de

schappen liggen behalve blauw-gele souvenirs ook het gratis informatieblad Eur-op News en boeken over Europa. “Er is veel vraag naar informatie over de Unie”, bevestigt de verkoopster. Zelfs ansichtkaarten hebben hier een belerend karakter, met thema's als 'een sociale ambitie' of 'een groener Europa'. De artikelen verkopen allemaal

even goed, zegt de medewerkster. Net als bij 'Euroline' zijn ook hier Japanners de beste klanten. Een Japanse familie rekent in rap tempo een eurosmurf en wat sleutelhangers af. Op de vraag waarom juist die souvenirs, wordt afwerend gereageerd. “Sorry, no time today.”

'Euroline' was de eerste eurowinkel die zich in 1988 in de Brusselse binnenstad vestigde, vertelt manager Lena Maus. Ze begon met paraplu's, “omdat ik die zo leuk vond.” Inmiddels heeft ze meer dan duizend artikelen in haar winkel. Over klandizie hoor je haar niet klagen: zo'n 150 klanten per dag “met 1992 als topjaar.” Behalve de euroshops, spelen ook de traditionele souvenirwinkels in op het thema Europese Unie. Zo verkoopt bonbonnerie Leonidas chocolade in gele verpakking met blauw lint en likeur-bonbons van het type 'emblème bleu'.

Europa is een markt in meerdere opzichten. Niet alleen winkeliers, ook Brussel zelf lijkt haar imago als hoofdstad van de Europese Unie goed uit te buiten. Hoewel het toerisme vorig jaar terugliep, was de stad met

2,2 miljoen toeristen nog altijd koploper in België, op afstand gevolgd door midden-Vlaanderen (1,7 miljoen) en de kust (1,6 miljoen). Een groeiend aantal Zweedse en Finse toeristen bezocht de hoofdstad van de Unie, waarvan hun land dat jaar lid werd. Lena Maus heeft de afgelopen acht jaar gemerkt dat Brussel vooral populair is bij inwoners van kandidaat-lidstaten en landen die net zijn toegetreden. “Die kiezen

in plaats van een weekendje Londen voor Brussel. Nu vooral Finnen, Zweden en Oostenrijkers, daarvoor Spanjaarden en Portugezen.''

Een groeiend Eurotoerisme wordt ook opgemerkt in het Europese Parlement.

Vooral Nederlanders, Duitsers, Fransen en soms ook Britten komen voor een dagje naar Brussel en bezoeken het parlement, aldus Jan Verlaan, hoofd van de Nederlandstalige afdeling van de bezoekersdienst.

Het Europarlement is zo populair, dat sinds kort speciale toeristenrondleidingen worden georganiseerd, naast de bestaande langere geleide bezoeken. Hostessen werden aangetrokken “om de toenemende stroom eurotoeristen te kanaliseren”.

Na een ochtend parlement, gaan de bezoekers vaak naar het stripmuseum of

naar 'Mini Europe': een soort Madurodam met bouwwerken typisch voor de landen van de Europese Unie.

Het Europees Parlement ontving vorig jaar ruim 44.000 bezoekers, in de eerste vier maanden van dit jaar al bijna 22.000. Ook het aantal bezoekers van de Commissie (in '94 zo'n 27.000) stijgt.

Verlaan verklaart de populariteit van het Europarlement uit de opening van het nieuwe gebouw, bijgenaamd 'caprice des dieux' (gril van de goden) naar het gelijkvormige Franse kaasje. “Mensen willen zien of het

echt zo'n lelijke mastodont is als vaak wordt beweerd.''

De meest gestelde vraag tijdens rondleidingen is: Hoe zit het met de verdeling van de activiteiten tussen Brussel en Straatsburg? Daarnaast willen vooral Nederlanders weten wat het parlement kost en wie dat betaalt.

Net als in het centrum van Brussel bevindt zich in het drukbezochte bezoekerscentrum van het parlement een eurowinkel, zodat niemand het gebouw hoeft te verlaten zonder eurodas, -kurkentrekker, -sokken of eurotandenborstel.