Beelden van Brazilië

DANTE MARTINS TEIXEIRA (red.):

Brasil-Hollandes/Dutch Brasil: Theatrum rerum naturalium Brasiliae

997 blz., geïll., vijf delen, Editora Index 1995, (distributie in Nederland: Erasmus Antiquariaat en boekhandel in Amsterdam), ƒ 250,-

Zoals alle oorlogen heeft de Tweede Wereldoorlog gezorgd voor vernietiging, verplaatsing en spoorloze verdwijning van kunstvoorwerpen.

Schilderijen, prenten, tekeningen, sculpturen, boeken en handschriften zijn verbrand, geroofd of na onduidelijke transacties verkocht. Nog altijd duiken er voorwerpen op en nog altijd zijn er vroegere eigenaren of hun erfgenamen op zoek. Vaak werden voorwerpen uit veiligheidsoverwegingen verplaatst. Zoutmijnen en kastelen blijken altijd weer favoriete opslagplaatsen te zijn geweest. Dat was ook het geval, toen de Duitsers in 1941 besloten om hun meest kostbare boeken en

handschriften, de 'rara' en de 'rarissima', uit de Preussische Staatsbibliotheek over te brengen naar oostelijker gelegen gebieden. Duizenden kostbare boeken en handschriften werden in 1941 en 1942 verplaatst naar Silezië. Een deel kwam na de oorlog terecht in de Jagiello-bibliotheek in Krakau. De communisten hielden deze schat, bestaande uit 10.000 banden met boeken, 6.000 banden met partituren en nog eens honderden kaarten, prenten en geïllustreerde handschriften, geheim. Je wist nooit in welke onderhandelingen hij nog eens van pas kon komen.

Zeven foliobanden

Tot de kostbaarheden van deze 'Berlinska'-verzameling behoorden niet alleen oorspronkelijke partituren van Bach, Mozart, Beethoven, Schubert,

Brahms en Mendelssohn, maar ook zeven foliobanden met ruim 800 tekeningen die in de zeventiende eeuw in Brazilië waren gemaakt. Een deel van die partituren is in een broederlijke geste ooit aan Honegger geschonken, maar die tekeningen bleven op hun plaats. In 1977 konden westerse geleerden vaststellen dat ze zich in Krakau bevonden. De

Braziliaanse regering deed vergeefse pogingen om ze te laten bestuderen en zelfs om ze aan te kopen. Wel werden ze gefotografeerd en pas nu, na de val van de Muur, konden ze worden uitgegeven.

In 1993 publiceerde uitgeverij Index in Rio de Janeiro een gedeelte van de tekeningen in twee delen. Vorig jaar verscheen de complete schat in vijf delen in een cassette en sinds twee maanden is die nu ook in Europa

verkrijgbaar.

De tekeningen waar het om gaat werden in de eerste helft van de zeventiende eeuw in Brazilië gemaakt door professionele kunstenaars

in dienst van de Westindische Compagnie. Vanaf de jaren twintig had de Compagnie grote stukken van de Braziliaanse kust op de Portugezen veroverd. In 1637 werd, om de zaak te consolideren en systematisch te beheren, een gouverneur-generaal benoemd. Dat was de toen 33-jarige Johan Maurits van Nassau, een Duitse graaf, die zijn militaire opleiding

in Nederland had gekregen, een erudiete humanist met grote belangstelling voor kunst en wetenschappen.

Johan Maurits vertrok niet alleen met soldaten, ingenieurs, boekhouders en wapenmakers, nodig voor de commerciële infrastructuur, maar ook met getalenteerde cartografen, schilders, artsen en botanici. Hij wilde het land op een wetenschappelijke manier voor Europa openstellen en dat is hem gelukt. De periode van Johan Maurits' aanwezigheid in Brazilië waren gouden jaren. Hij liet havens, steden en wegen aanleggen, flora en fauna werden bestudeerd, er kwam een menagerie, een botanische tuin en een astronomisch observatorium. Toen hij in 1644, na zeven jaar, na een conflict met zijn opdrachtgevers, terugkeerde had hij

een schat aan geschreven en getekend materiaal bij zich. Tien jaar na zijn terugkeer ging Brazilië voor Nederland verloren.

Nooit eerder was een buiten-Europees land met zoveel inzicht en precisie

beschreven. Deze verzamelde kennis kreeg vorm in een aantal boeken. Om te beginnen in de Rerum in Brasilia Gestarum Historia van de geleerde Caspar Barlaeus. Dat gaf veel meer dan de titel beloofde. Niet alleen beschreef Barlaeus hierin Johan Maurits' activiteiten, het was ook een beschrijving van het land en de bevolking. Dat zou meer dan honderd jaar

het standaardwerk over Brazilië blijven. Daarnaast publiceerden de arts en de botanicus die met Johan Maurits mee waren gereisd een geïllustreerd natuurhistorisch boek over Brazilië, dat eveneens een standaardwerk werd. Verder had Johan Maurits een enorme hoeveelheid visueel materiaal mee teruggenomen. Schilderijen, waarvan sommige levensgroot en tekeningen van verschillende schilders van wie alleen de namen van Frans Post en Albert Eckhout vaststaan. Post is bekend door de vele Braziliaanse landschappen van zijn hand, die hij overigens voor het allergrootste deel in zijn atelier in Haarlem heeft gemaakt. Van Eckhout zijn geschilderde stillevens van Braziliaanse planten, vruchten en dieren bekend. De honderden tekeningen van deze schilders en hun medewerkers kwamen ook terug.

Theatrum

Johan Maurits verzamelde zijn Braziliaanse schatten, de schilderijen, de

etnografische voorwerpen en de vele tekeningen in zijn nieuwe paleisje in Den Haag, maar in de volgende decennia schonk hij regelmatig delen weg, of hij verkocht ze aan bevriende monarchen: aan de koning van Denemarken, aan Lodewijk XIV van Frankrijk en aan zijn neef, de keurvorst van Brandenburg, die hem benoemd had tot zijn stadhouder in Kleef.

Zo kreeg deze keurvorst in 1652 een massa Braziliaanse tekeningen. Hij liet ze ordenen in banden door zijn lijfarts Georg Mentzel. Vier folianten kregen de naam Theatrum rerum naturalium Brasiliae, in twee andere banden kwamen de tekeningen waarbij Johan Maurits zelf de bijschriften had gemaakt en Mentzel voegde er nog een laatste band aan toe met tekeningen uit zijn eigen bezit. Elk deel kreeg een fraaie titelpagina, een opdracht aan de keurvorst en een inhoudsopgave. In het Theatrum is de levende wereld onderverdeeld in waterdieren, vogels, zoogdieren en insecten, en planten. Ook zit hier een kleine, zeer bijzonder sectie met Indianen in. Het zijn deze zeven banden die in 1941

naar Silezië werden getransporteerd en die nu voor het eerst integraal openbaar zijn gemaakt.

De tekeningen, aquarellen en olieverfschetsen verraden verschillende handen. De techniek en de vaardigheid varieert nogal. Maar alles bij elkaar is het een fascinerende collectie die in deze uitgave goed tot haar recht komt. Met wat een geduld en precisie hebben die Nederlandse kunstenaars de dieren en de planten geobserveerd en vastgelegd. Het zijn

kleurige, natuurgetrouwe afbeeldingen. De bijschriften van Johan Maurits

vermelden de naam, de kleur en de afmeting. Die maat is altijd in een vergelijkende vorm. Dan staat er bijvoorbeeld: 'zo groot als een hond', of 'zo klein als bij ons een konijn', of over een jaguar: 'wanneer deze tijger volwassen is, is zijn rug zo hoog als een tafel'. De tong van de miereneter is zo dik als de dikste snaar van een cello. Ook staan er wel

bijzonderheden over het gebruik (goed om te eten, of met een mooie pels), of de mededeling dat het dier geschonken is aan de stadhouder.

Dat er nogal wat zetfouten in de Engelse tekst staan, dat de vertalingen

van de oorspronkelijke Duitse bijschriften niet altijd exact zijn en de voetnootcijfers niet altijd juist verwijzen naar de voetnoottekst achterin is jammer. Anders dan in de uitgave van 1993 ontbreekt de moderne index. Dat zijn smetten die bij een dergelijke kostbare editie niet passen. Dat neemt niet weg dat deze boeken een verrijking zijn niet

alleen van de Braziliaanse, maar ook van de Europese geschiedenis. De honderden afbeeldingen tonen aan hoe smal in die tijd de grens was tussen documentatie en kunst.