Arena

Toch bizar, die juichstemming na een nederlaag. Ajax-Milan: 0-3, en toen ging le tout Amsterdam uit zijn dak. Willeke kwam, zag en overwon. En het bleef nog lang onrustig in het schijnsel van de Philipslampen.

In de Arena kantelen de mensen en de dingen, zo weten we nu. Ajax-PSV: 0-6: olé, olé. olé. Wat is verlies en verdriet in de ruimte? Daar zweven we met zijn allen toch lekker over die achterlijke aardse ongemakjes heen. De Arena is niet alleen een Starship, het nieuwe Ajax-stadion is een geluksmodel. Onbuigzaam in de zelfontploffende vreugde. Los van beperkingen, manco's en lamento's. Wie zelfs de zee in een stadion kan opsluiten, hoeft nooit meer voor een ander of het lot te buigen. De elementen in zelfbeheer: transcendenter kan een mens niet zijn.

De koningin, de halve regering, 51.000 ademende skyboxen, zelfs Van der Sar glunderde van geluk na het verlies tegen Milan. Louis van Gaal? Nooit zo genoten van zijn colaatje-rum als die woensdagavond. De oudste en de jongste Ajacied bescheurden het van het lachen in elkaars armen. Alleen over meneer Wolfs hing nog een schimmeltje dood en verderf. Hij dacht aan het gras dat niet zo best was. Verder was de hele Arena aan een diarree van beate gelukzaligheid. Wat beton allemaal niet vermag.

Vroeger, toen Ajax nog bestond, toen het vaantje van de club nog van een ander substraat was dan het tafellaken in de VIP-lounges, hadden mensen meer moeite met een nederlaag. Ik wil ze niet te eten geven, al die vrouwen en moeders die het graf in zijn gemokt voor die ene bal van Ruud Krol op de paal, in de negenentachtigste minuut. Nog geen jaar geleden zou een smadelijke nederlaag tegen Milan tot echtscheidingen en ander geweld hebben geleid. Die tijd lijkt voorbij. De Arena staat voor geld, prestige, zogenaamde chique, Rolex en Sandra Reemer. Allemaal prachtig, een voorschot op de schoonheid van een nieuwe eeuw, zeker. Maar voetbal is juist van alle eeuwen. Als je die loslaat, wordt het een kinderachtig spel. Voetbalfans van gisteren en nu delen dezelfde tijd, het zachte knarsen van dezelfde herfstbladeren onder de schoen, dezelfde regen en kou. Clubliefde als comfort. In de Lange Leegte waren de mensen op zondagmiddag even gelukkig als in De Meer. Gras en kalk waren de leesbare tekens van verbondenheid. De ene club was wat armer dan de ander, maar dat werd dan weer goedgemaakt door een voorzitter die zijn wanhoop ontvluchtte in ijdelheid. In het voetballandschap bereikten de contrasten niet de scherpte van een kapel naast een kathedraal. Ook al niet omdat er in dit wereldje zoveel meer is tussen hemel en aarde dan stenen.

De Arena is het landschap ontstegen. Het stadion staat als een bijhuis van de Nasa te pronken in zijn eenzame glorie. Henk Hofland feliciteerde de architecten voor hun democratische gevoeligheid: kuipjes voor iedereen. Het is een verheven gedachte, een sociaal-democraat waardig. Maar voetbalfans hebben andere gevoeligheden. Tallozen ontlenen hun identiteit aan de staanplaatsen. Daar alleen worden de gevoeligste antennes van hun grote liefde gestreeld. De echte Ajax-fan wil niet in een kuipje hangen. Ik zie ze straks al rijden, de treinen van Amsterdam naar Emmen of Enschede. Allemaal Ajax-jongens die nog eens samen willen vallen met een staanplaats achter het doel. Meegolven met bal en wind, dat genot.

Een voetbalstadion is een schuilplaats, de Arena is van iedereen. Ik weet wel dat de Stones ooit in de Kuip ook hebben staan balken en dat het PSV-stadion wel eens licht heeft laten schijnen over de wangebeden van meneer Rieu. Waarom zouden er dus geen gala-avonden voor smokingfanaten in de Arena mogen worden georganiseerd? Alles mag, maar de multi-functionele pretenties van voetbalstadions zijn er meestal om de kassa te verwarmen, niet de ziel. Was het dan toeval dat Frank Rijkaard gevraagd werd het fakkelvuur aan te steken en niet prinses Irene? Die keuze was toch een offer aan de symboliek die het voetbal in en met zich draagt?

Zoveel is zeker: de oogverblindende openingsceremonie van de Arena lag volledig in het verlengde van de futurologische bouwkunst van Nederland. De Arena heeft zich aan de wereld getoond. Maar voor de symboliek van Ajax moeten we voortaan in het sigarenwinkeltje van Sjaak Swart zijn. Daar mag nog geleden worden om een nederlaag.