'Als ik stil ben, is mijn publiek dat ook wel'

Volgend weekeinde heeft in de Flevopolder het driedaagse Lowlands-festival plaats, waar ongeveer honderd popgroepen zullen optreden. Behalve een paar grote namen als Björk en Sonic Youth zijn de meeste bands nog vrijwel onbekend. Een daarvan is Sixteen Horsepower uit Denver, Colorado. Volgens zanger Dave Eugene Edwards speelt het trio 'bezeten kerkmuziek'.

Sixteen Horsepower speelt vrijdag 23/8 op Lowlands; 6/9 Melkweg/Max, Amsterdam; 11/9 Crossing Border Festival in de Dr Anton Philipszaal, Den Haag.

Sackcloth 'n' Ashes is verschenen bij Polydor (540 491)

Edwards' bleke vingers liggen als knekels over de gitaarhals. Ze krommen en verschuiven langzaam. De vingers van de andere hand ondertussen, aan de toppen verlengd met ijzeren haakjes, laten razendsnel de snaren tegen de klankkast rinkelen. Het effect is een waterval van klanken, elektrisch knetterend onder de handen van de onverstoorbare Dave Edwards. Edwards kijkt strak over de hoofden van het publiek. Ook tussen de nummers door staart hij voor zich uit en zwijgt, zo nadrukkelijk dat het bijna ongemakkelijk wordt.

De dag na het Nederlandse debuut van het trio Sixteen Horsepower vertelt David Eugene Edwards over de noodzaak van stilte als intermezzo bij zijn songs. “Als ik stil ben, is het publiek dat ook. Daardoor krijgt ieder nummer dat we spelen meteen vanaf het begin alle aandacht.”

Sixteen Horsepower komt uit Denver, Colorado. Edwards heeft de groep opgericht met Keven Soll, die staande bas en cello speelt, en Jean-Yves Tola op drums. Edwards zelf zingt met overslaande stem en speelt behalve banjo en steel guitar ook bandoneon, de 'diatonische' accordeon die een andere toon laat horen bij het induwen dan bij het uittrekken.

De muziek van Sixteen Horsepower klinkt onmiskenbaar 'zuidelijk'. De broeierige samensmelting van accordeon, banjo en ritselige drums geeft de high lonesome sound die hoort bij de Zuidelijke staten van Amerika.

Volgens Edwards is er inderdaad invloed van het land, op de manier waarop mensen muziek maken. “Er is verschil tussen Zuidelijk en Zuid-West, en onze muziek is weer een mengvorm van die twee. Enerzijds is er de invloed van Western-muziek, uit bijvoorbeeld Texas. Dat wijde, eindeloos platte land heeft eenzame muziek opgeleverd, die zo verlaten klinkt als de 'tumbleweeds' die over de vlaktes buitelen.

“De puur Zuidelijke muziek daarentegen is juist 'klein' en ingeperkt. Dat is de muziek van mensen die tussen de bomen op de bergen wonen. Tientallen jaren spelen ze op dezelfde manier hun liedjes, zonder beïnvloeding van buitenaf. Een voorbeeld daarvan is de muziek van de Appalachian Mountains, de bergen in het Noorden van Tennessee. De bewegingen daarin zijn kleiner en sneller, denk maar aan de snelle fiddles en drums die horen bij bluegrass. Onze muziek heeft het 'doorrollende' van het rijden over de vlaktes, en het snelle, opgepropte geluid van de bergmuziek.”

Sinds zijn dertiende wilde Edwards muzikant worden (“muziek maken was nu eenmaal het enige dat ik goed kon”). Hij speelde als jongen al piano en viool, maar stopte met lessen omdat hij daarvoor te ongeduldig was. Toen Edwards gitaar begon te spelen, besloot hij het zichzelf te leren. “Ik dacht 'laat ik het zelf maar uitvinden'. Vandaar dat ik speel als niemand anders. Ik speel gewoon wat ik zelf graag wil horen.”

De teksten die hij schreef voor de debuut-cd van Sixteen Horsepower, Sackcloth 'n' Ashes, hebben een religieuze lading. Zoals in Flannery O'Connors boek Wiseblood figureren ook hier bezeten priesters en diep onderdanige gelovigen. 'My knees are made for kneeling', laat Edwards een van hen zeggen. Edwards heeft zijn jeugd grotendeels doorgebracht in de kerk. Zijn vorming, als mens en als muzikant, had plaats in een kleine Baptisten-kerk in Denver. Want zo lang als hij zich kan herinneren, gelooft Edwards in God.

“Ik heb het altijd leuk gevonden om naar de kerk te gaan. Daar ben ik gelukkig. Waarom? Omdat ik daar in aanwezigheid ben van God. Daar spreekt hij tot mij, en ik tot hem. Als je dat hoort, denk je natuurlijk meteen: 'Schei uit! Wij willen gewoon dansen en plezier maken'.

“We zijn een keer gebeld door een christelijk televisie-station in Amerika, dat had vernomen dat ik gelovig ben. Dat station wilde onze video-clip wel vertonen. Maar toen hebben ze onze plaat gedraaid en een paar woorden gehoord waar ze nogal van schrokken. Woorden als 'fuck' en 'bitch' moesten worden geschrapt. Dat hebben we natuurlijk niet gedaan. Ik wil helemaal niet op zo'n christelijk tv-kanaal gedraaid worden. Ik zing niet voor hen, ik zing voor mensen die niet in God geloven en die niet naar de kerk gaan.”

Volgens Edwards is de muziek van Sixteen Horsepower verbonden met de kerkmuziek van zijn jeugd. “Al vind ik de kerk een door mensen verpest instituut, met die sjieke rituelen en gewaden, ik vind bepaalde aspecten wèl fijn. Ik hou van de orde die er heerst en van de muziek. De muziek is serieus en zwaar. Die oude kerkelijke hymnes, daar moet ik altijd aan denken als ik zelf een liedje schrijf. Dat geeft onze muziek die zware ondertoon. Maar omdat wij met akoestische instrumenten spelen, wordt het nooit werkelijk luid en opdringerig. Het is een soort bezeten kerkmuziek.”

Edwards is een van de weinige popmuzikanten die een horloge draagt. Om zijn pols zit een mooi antiek, rechthoekig horloge. Maar het staat stil. “Ja, het is stuk.” Waarom draagt hij het dan? “Dat is bijgeloof. Ik moet het gewoon om hebben; als ik mijn horloge niet draag, weet ik zeker dat ik een rotdag krijg. Ik heb het gekregen van mijn grootvader. Hij was vroeger priester, maar daar is hij inmiddels te oud voor. Hij repareert nu horloges.”

    • Hester Carvalho