Winterse impressies van de Amsterdam Arena in aanbouw door Arie Schippers; Stadsgezichten van een hedendaagse Breitner

Tentoonstelling: De Arena in aanbouw. Schilderijen van Arie Schippers. Artotheekruime, Westergasfabriek, Haarlemmerweg 8-10, Amsterdam. T/m 25 aug. Wo t/m zo 14-18u.

Ver van het feestgedruis dat deze week losbarstte bij de officiële opening van Amsterdam Arena, exposeert Arie Schippers (1952) schilderijen van het stadion in aanbouw. De werken, vierentwintig in totaal, hangen niet in een sjieke galerie, maar in een kale opslagruimte van een artotheek op het terrein van de voormalige Westergasfabriek in Amsterdam.

Vorig jaar trok Schippers van eind juni tot half oktober regelmatig met zijn schilderspullen in de auto naar de rand van Amsterdam-Zuidoost waar het nieuwe sportcomplex verrees. Bij wisselende weersomstandigheden en op verschillende momenten van de dag en ook 's nachts, legde hij in snelle olieverfschetsen de bouw vast. Zo baadt de karakteristieke diabolovorm van de arena bij het vallen van de avond in een warme oranje gloed; bij mist lost de stalen dakconstructie op in de grijze achtergrond. Op een regenachtige dag zorgen rode kranen en roze containers voor een vrolijk kleuraccent en 's nachts zie je voornamelijk het blauwe lichtschijnsel door het dak. Het gebouw lijkt dan op een verlichte vliegende schotel die zojuist is geland. Op het moment dat deze nachtelijke impressie werd geschilderd, begint het bouwwerk zijn voltooiing te naderen. De open constructie verandert langzaam maar zeker in een soort gesloten ovalen dekschaal - de uitkragende tribunes omsluiten het sportveld nu volledig en de bogen voor het uitschuifbare dak krijgen een bedekking.

Eind oktober werd het te koud om buiten te werken, vertelt Schippers, die de tentoonstelling zelf heeft georganiseerd. Na een kleine dertig schilderijen verloor hij bovendien zijn belangstelling voor het onderwerp. De doorkijkjes via de schuine betonnen dragers op het veld daarachter en de tribunes aan de overkant fascineerden hem vooral als schilderkunstig probleem: hoe vertaal je zo'n kolossaal drie-dimensionaal gevaarte naar het platte vlak?

Schippers studeerde in de jaren zeventig aan de Amsterdamse Rijksakademie waar toen nog ouderwets-degelijk naar model werd gewerkt. In 1977 won hij de Prix de Rome. Naast zijn vrije werk, schildert Schippers in opdracht portretten van hoogleraren en andere hoogwaardigheidsbekleders.

Op de expositie in de Westergasfabriek hebben de doeken en paneeltjes een handzaam formaat: ongeveer veertig bij vijftig centimeter, een enkele is wat groter. Schippers schildert op locatie en als een werk na ruim twee uur af is, verandert hij er niets meer aan. Door snelle penseelstreken, kleine vlakjes en sprankelende kleuren ontstaat een fris, levendig beeld. Uit het werk spreekt plezier en vakmanschap - zonder veel pretenties. Met dezelfde elementen maakt hij steeds nieuwe aanzichten.

Schippers' werk doet wel denken aan Breitner, de Amsterdamse impressionist die een eeuw geleden ook de bouwactiviteiten aan de rand van de stad vastlegde toen wijken als de Pijp en de Staatliedenbuurt uit de grond werden gestampt. Breitner maakte, anders dan Schippers, ter plekke alleen schetsen en foto's. Later in zijn atelier dienden deze als geheugensteun bij het schilderen. Ook de manier van bouwen was toen anders: in Breitners bouwputten staan heipalen en stomende heimachines en op de voorgrond duwen stoere werklieden kruiwagens voort.

Mensen ontbreken bij Schippers en kruiwagens hebben plaatsgemaakt voor gele graafmachines. Ondanks die anonimiteit en schaalvergroting ademen de schilderijtjes van Schippers dezelfde sfeer van vooruitgang. Het heeft tegelijk ook iets nostalgisch: binnenkort zijn de lege weilanden verdwenen en is alles onherkenbaar veranderd. Amsterdam Arena, het gigantische, moderne colosseum dat nu nog de hele omgeving domineert en reduceert tot formaat-Madurodam, zal dan zelf grotendeels aan het oog zijn onttrokken door kantoortorens en megatheaters.