Stoel van Megawati blijft leeg

JAKARTA, 16 AUG. Ze wilde er kennelijk niet bij zijn. Terwijl de Indonesische president Soeharto vanmorgen in het parlement zijn jaarlijkse rede uitsprak aan de vooravond van Onafhankelijkheidsdag, bleef op de eerste rij, pal voor het orerende staatshoofd, de stoel met het naambordje 'mevr. Megawati Soekarnoputri' onbezet.

Tot vijfmaal toe, en indringend lang op het moment dat Soeharto uithaalde naar “onverantwoordelijke lieden die erop uit zijn de Nieuwe Orde omver te werpen”, toonde de Indonesische staatstelevisie de lege parlementszetel in het fractieblok van de semi-oppositionele Partai Demokrasi Indonesia (PDI).

Morgen viert de republiek zijn 51ste verjaardag, maar de gebruikelijke feeststemming rond Onafhankelijkheidsdag wordt gedrukt door arrestaties, politieverhoren en officiële vertogen over 'communistische ondermijning'.

Vandaag begon het laatste zittingsjaar van het huidige, in 1992 gekozen parlement. Volgend jaar zijn er weer verkiezingen en in maart 1998 is de vraag aan de orde of de oude leider nog een zevende ambtstermijn ambieert. Die gebeurtenissen werpen al maanden hun schaduw vooruit.

Na haar verkiezing tot PDI-voorzitster, tweeëneenhalf jaar geleden, maakte Megawati, de oudste dochter van wijlen president Soekarno, er geen geheim van dat ze de alleenheerschappij van de regeringspartij Golkar, een verbond van bureaucraten en gepensioneerde militairen, een ongezond verschijnsel vindt. Onder haar leiding kreeg de vanouds volgzame PDI oppositionele trekjes. Waarnemers van het Indonesische politieke bedrijf gaven haar partij een goede kans stemmen te trekken onder stedelijke jongeren die de heersende orde beu zijn. Een enkeling tipte haar als tegenkandidaat van Soeharto in 1998. Voor dat alles werd een stokje gestoken.

In juni, kort na begin van het zomerreces en een maand voor de sluiting van de kandidaatstellingsronde voor de verkiezingen, werd Megawati ruw aan de kant gezet. Een coalitie van partijdissidenten, de legertop en de minister van Binnenlandse Zaken ensceneerde een tussentijds congres en verving Megawati door Soerjadi, een vice-voorzitter van het parlement die vanochtend nadrukkelijk aanwezig was. Die ingreep van bovenaf leidde tot een revolte in de PDI-gelederen. Partijleden en sympathisanten van de populaire 'Mbak (zuster) Mega' gingen de straat op en hielden vlammende redevoeringen op een podium voor het door hen bezette partijhoofdkwartier in Jakarta. Na zes weken werd dit gebouw op 27 juli bestormd door politiemannen en vechtersbazen uit de stal van Soerjadi. Bij de daarop volgende, met de wapenstok bestreden rellen kwam een nog onbekend aantal mensen om het leven en op dit moment zitten 154 Indonesiërs vast in verband met de onlusten.

Vanmorgen liet Megawati via een woordvoerder weten dat “ze niet schijnheilig wil zijn” en om die reden tijdens de openingszitting van vandaag niet wenste plaats te nemen naast PDI-parlementariërs die Soerjadi steunen en die zij moreel medeplichtig acht aan het geweld van 27 juli.

Onafhankelijkheidsdag, doorgaans een moment van nationale eensgezindheid, staat dit jaar in het teken van nationale polarisatie. Veel, heel veel Indonesiërs - studenten, winkeliers, taxichauffeurs, artsen en ambtenaren - geven dezer dagen in kleine kring uiting aan hun sympathie voor Megawati, terwijl gezagsgetrouwe jongeren-, vrouwen- en andere officieel gewaarmerkte massaorganisaties in stadions trouw betuigen aan Soeharto's Nieuwe Orde en het legeroptreden tegen het 'de kop opstekende communistische gevaar' unisono toejuichen.

Ook de omvangrijke islamitische geloofsgemeenschap is verdeeld. Schriftgeleerden die in ruil voor overheidsbijdragen aan koranschooltjes hun volgelingen plegen aan te moedigen op Golkar te stemmen, leggen dezer dagen plichtsgetrouw anticommunistische verklaringen af, terwijl nota bene het Indonesische Verbond van Moslim-Intellectuelen (ICMI), dat zijn leden vooral recruteert in overheidsorganen, eerder deze week opriep om uitingen van onvrede niet lichtvaardig af te doen met ideologische etikettenplakkerij en aandacht vroeg voor de groeiende kloof tussen arm en rijk.

Pag.4: Wet tegen subversie 'elastisch als rubber'

Voor het eerst sinds jaren wordt de antisubversiewet van 1963 weer van stal gehaald. Vooralsnog alleen tegen Muchtar Pakpahan, voorzitter van de niet-erkende vakbond SBSI, die door sommige generaals al jaren voor 'communist' wordt versleten. Waarschijnlijk zal ook de onlangs gearresteerde bestuursleden van de niet-erkende Democratische Volkspartij (PRD), een verbond van links georiënteerde ex-studenten, 'subversie' ten laste worden gelegd. De PRD snelde Megawati te hulp en de maandag gearresteerde voorzitter Budiman Sujatmiko (27) voerde het woord op het 'vrije podium' dat eind juni werd opgericht voor het PDI-hoofdkwartier aan de Diponegorostraat. Over het vermeende communisme van de zich sociaal-democratisch noemende PRD wordt verschillend gedacht. Een vergrijsde communist, die een strafkamp heeft overleefd en liever niet met zijn naam in de krant komt, schudt zijn hoofd en mompelt afkeurend: “avonturiers.”

Marzuki Darusman, vice-voorzitter van de semi-officiële Nationale Commissie voor de Mensenrechten, verzette zich deze week openlijk tegen een beroep op de heftig omstreden antisubversiewet. “De artikelen zijn zo elastisch als rubber en stellen de autoriteiten in staat om elk willekeurtig misdrijf als subversief te bestempelen', aldus Marzuki.

Intussen zoemt het van de geruchten over verdeeldheid binnen de strijdkrachten van Indonesië (ABRI). Het is geen geheim dat de ABRI-rangen sympathisanten van Megawati herbergen. De landelijke partijraad die in januari 1994, in weerwil van verzet in regeringskring, Mega's verkiezing tot PDI-voorzitter bekrachtigde, werd door militairen afgeschermd voor tegenstanders, met de zegen van de toenmalige stadscommandant van Jakarta, generaal-majoor Hendropriyono.

Na de gewelddadige sloop van het vrije prodium aan de Diponegorostraat opereren Megawati en haar getrouwen in nog slechts één arena: de rechtszaal. Op 22 augustus dient hun civiele zaak tegen Soerjadi, de minister van Binnenlandse Zaken en de chef-staf van de strijdkrachten wegens het beleggen van een 'illegaal congres' en inmiddels hebben ze ook een strafzaak aangespannen tegen Soerjadi wegens de bloedige stormloop op het PDI-hoofdkwartier. Dat tekent eerder hun legalisme dan hun 'revolutionaire' geest. De politie op haar beurt verhoort Megawati en haar eveneens afgezette medebestuurders van de PDI, vooralsnog als 'getuigen'in de zaak die wordt voorbereid tegen de PRD, maar Soeharto hield deze week de mogelijkheid open dat haar status verandert in die van verdachte.

Zolang de autoriteiten Mega onder druk zetten, wint ze aan bekendheid. Haar adviseurs zeggen te vrezen voor arrestatie, maar in hun hart zijn ze ervan overtuigd dat verdergaande juridische stappen van Mega definitief een idool zullen maken. Laten de machthebbers haar gaan, dan is het niet uitgesloten dat de belangstelling in binnen- en buitenland wegebt en dat ze na de verkiezingen van volgend jaar, waarvoor ze waarschijnlijk geen kandidaat zal mogen staan, wordt gedegradeerd tot 'gewoon PDI-lid' en huisvrouw te Jakarta-Zuid. Dan is de vraag niet langer wie er volgend jaar op haar zullen stemmen, maar of ze zelf wel naar de stembus gaat.

Dan hebben de zegelbewaarders van de inmiddels hoogbejaarde Nieuwe Orde deze ronde gewonnen door het speelveld met harde hand te reserveren voor meelopers. Dat alles in de hoopvolle verwachting dat ze de beslissende ronde, die van 1998, naar hun hand kunnen zetten.

Dit is het laatste artikel van onze correspondent Dirk Vlasblom vanuit Jakarta.