Soms moet je je neerleggen bij de loop der dingen

Het raarste wat de aanstaande moeder van de achtling zei was dit: “Ik wil dat de natuur haar loop heeft.” Het klinkt heel gewoon, zelfs wel prijzenswaardig eigenlijk, iemand die nu eens niet alles eigenhandig anders wil maken, die het leven wil nemen zoals het komt. Maar het is, in haar geval, belachelijk, want het is de natuur niet die haar deze achtling bezorgd heeft maar een hormonenkuur.

En de juichende anti-abortusbewegingen doen ook net alsof hier van een natuurverschijnsel of van een goddelijke beschikking sprake is in plaats van een medisch ingrijpen waarop, zoals zo vaak, alleen maar méér medisch ingrijpen kan volgen. En trouwens, zelfs al was het de natuur, wat dan nog? Er komt zoveel narigheid voor in de natuur.

De op geld beluste achtling-moeder, van wie we eerst nog maar eens moeten afwachten of ze werkelijk tot het eind wil doorgaan of dat ze, als haar kapitaal eenmaal naar wens is toegenomen, toch zal bezwijken voor de argumenten om een paar foetussen te laten weghalen, was voorafgegaan door de Engelse vrouw die, zwanger van een tweeling, had besloten dat een eenling haar financieel toch beter uitkwam. Om die reden liet ze één van de twee verwijderen. En in dezelfde tijd verscheen ook het bericht in de krant over een Nederlands echtpaar dat een proces begonnen was tegen het ziekenhuis waar hun dochter geboren was: de ouders van de nu ongeveer tweejarige vonden dat hun dochter eigenlijk niet geboren had mogen worden. Het kind heeft een ziekte waardoor ze pijn heeft en niets kan, noch ooit zal kunnen. Een neef van de familie leed aan dezelfde ziekte maar desondanks had het ziekenhuis geen aanleiding gezien om een vlokkentest te doen. Daardoor had de afwijking vastgesteld kunnen worden zodat de ouders tot abortus hadden kunnen besluiten.

Dat zijn allemaal verschillende gevallen maar ze hebben wel iets gemeen. Wat verwekt is, hoeft niet per se geboren te worden. En het is niet de natuur maar de moeder die daarover beslist. Zij overweegt, als ze eenmaal weet wat er te weten valt, en ze wíl ook alles weten, of ze door wil gaan met haar zwangerschap of zelfs met een gedeelte daarvan. De moeder vindt, en onlogisch is dat niet, dat ze er recht op heeft om dat te overwegen. Wat heeft het immers voor zin om informatie te krijgen over wat er zich in de baarmoeder afspeelt (een tweeling, een achtling, een gehandicapt kind) als je daar geen conclusies aan mag verbinden?

Maar hoe doet zo'n moeder dat, dat afwegen? In zekere zin was het eenvoudiger toen abortus zo goed als onmogelijk was, dan valt er niets af te wegen en je moet maar zien te leven met het resultaat. Berusting, een deugd die weinig populariteit geniet, want men dient zijn leven immers in eigen hand te nemen en tot een succes te maken, krijgt bij gebrek aan alternatieven meer kans. Maar verdriet om mislukking en ziekte ook. Toch is verdriet beter te dragen zonder opstandigheid, zonder het verontwaardigde gevoel 'dit had niet gehoeven'. Het is zonder enige twijfel vreselijk, het leven van dat zwaar gehandicapte meisje, maar je hart draait om als blijkt dat de ouders er een dagtaak van maken om te benadrukken dat zij er niet had moeten zijn. Zinloze, alles verwoestende opstandigheid tegen iets wat nu eenmaal niet meer ongedaan te maken is. Het is het lot, verdraag het.

Het ingewikkelde is dat elk van die gevallen een ander antwoord lijkt te vragen: de moeder van de tweeling moet ze maar alletwee krijgen, want zo'n loterij voor de geboorte kun je het overlevende kind niet aandoen. De moeder van de achtling daarentegen lijkt wel gek om door te willen gaan met het risico dat noch een van de kinderen, noch zijzelf het er levend afbrengt. En de ouders van het ongelukkige meisje zouden gelijk gehad hebben als ze de vrucht tijdig hadden laten aborteren, maar omdat dat niet mogelijk is geweest moeten ze zich nu neerleggen bij de loop der dingen.

Toch moet er een houvast te vinden zijn in deze ogenschijnlijke stuurloosheid. Het is een oud houvast, een oud gevoel, maar het is niet altijd makkelijk in jezelf boven te halen: dat het leven zo veel mogelijk de kans moet krijgen. Niet absoluut, maar naar vermogen. En dan blijkt het vermogen om iets op te lossen of te verdragen vaak groter dan van te voren in angst wel gedacht wordt. De onlangs overleden dichter Bert Schierbeek had op een gegeven moment iets aan zijn heup of been waardoor hij slecht liep en een stok nodig had. “Word je nu niet chagrijnig van zo'n stok?” vroeg een vriend hem. “Welnee” zei Schierbeek, “dan ben je ook nog chagrijnig.”