SERGIU CELIBIDACHE 1912-1996; Een briljant dirigent

De Roemeense dirigent Sergiu Celibidache, die woensdagnacht op 84-jarige leeftijd overleed in Parijs, alwaar hij vandaag wordt begraven, was in de muziekwereld een uniek, bij leven al mythisch verschijnsel. Hij was een praktiserend zen-boeddhist, verwierf faam om zijn langzame tempi en om het feit dat het voor het geïnteresseerde publiek zo lastig was persoonlijk kennis te nemen van zijn manier van musiceren.

Aan gastoptredens deed Celibidache niet, zijn musiceren kon alleen geschieden op basis van een langdurige samenwerking en excessief lang repeteren. Er waren vrijwel alleen kopieën van radio-uitzendingen, want Celibidache verfoeide plaatopnamen als slappe en gestandaardiseerde aftreksels van wat in de concertzaal is te beleven. De opname was volgens hem de dood van de muziek, want muziek liet zich niet vastleggen en temmen tot een éénduidige uitvoering. Wie muziek volgens Celibidache wilde meemaken moest naar hem toe.

Pas enkele jaren geleden verschenen er bij Sony op video en laserdisc opnamen van de Brucknersymfonieën nrs 6, 7 en 8, volgens Celibidache niet meer dan 'een spektakel', een concessie aan de commercie. Daarop hoort èn ziet men hem bezig: hij dirigeert bij zijn Münchener Philharmoniker op uiterst persoonlijke wijze een eenmalige uitvoering: muziek is niet, muziek wordt, ontstaat door de uitvoering. Wat anderen beschouwden als 'eigenzinnig' zag hijzelf als 'objectief' - hij verafschuwde interpretatie, voor de rest van de muziekwereld de bestaansreden voor een dirigent.

Sergiu Celibidache werd geboren op 28 juni 1912 in de Roemeense stad Roman als zoon van musicerende ouders. Hij had evenveel belangstelling voor muziek als voor wiskunde en filosofie. Hij werd in Boekarest pianist, vestigde zich in Parijs en ging in 1936 naar Berlijn voor een studie muziek en compositie. Ondertussen bekwaamde hij zich ook in de golfmechanica. In 1940 studeerde hij af op Josquin des Prés en ging werken aan de Berlijnse Hochschule für Musik.

In 1945 werd Celibidache op 33-jarige leeftijd benoemd tot eerste dirigent van de Berliner Philharmoniker, toen Wilhelm Furtwängler zijn orkest niet meer van de geallieerden mocht leiden. Celibidache maakte in Berlijn naam als een onstuimig, veeleisend, compromisloos en briljant dirigent, tot Furtwängler in 1952 weer aan het werk mocht, later opgevolgd door Herbert von Karajan.

Celibidache werkte vervolgens in Stockholm, Parijs en Stuttgart. In zijn eigen land Roemenië mocht hij van president Ceaucescu niet meer werken. Sinds 1979 was Celibidache, tot zijn dood, dirigent van de Münchener Philharmoniker. Afgelopen mei had hij als gevolg van zijn slechte gezondheidstoestand een plan moeten opgeven om zich opnieuw in Roemenië te vestigen. Hij was sinds 1990 eredirigent van de FilharmoniaGeorge Enescu in Boekarest. Celibidache componeerde ook, hij schreef vier symfonieën, een pianoconcert, een requiem en verschillende suites.

De denkwijze en aanpak van Celibidache stonden haaks op de conventie, net als zijn oordelen over een aantal componisten en musici. Mahler vond hij wegens diens gebrek aan vormgevoel 'een van de pijnlijkste vergissingen van de muziekgeschiedenis'. Amerikaanse orkesten betichtte hij ervan vibrato te beschouwen als 'een sportieve prestatie'. Herbert von Karajan vond hij 'een giftig voorbeeld voor jonge musici'. Bernard Haitink beschouwde hij als 'een springbok, die in twaalfeneenhalve minuut door Wagners Siegfried-Idyll raast'. Bij sommigen zal zijn minst omstreden uitspraak zijn dat critici 'een stelletje amateurs zijn, die klakkeloos achter dit soort musici aanlopen'.

Hoewel Mahler en Bruckner vaak in één adem worden genoemd, verfoeide Celibidache Mahler en was Bruckner voor hem een favoriete componist. Hoe zijn Bruckner klonk, liet hij in 1994 ook in het Amsterdamse Concertgebouw horen. Met de Vierde symfonie, normaal een uur muziek, vulde hij een heel concertprogramma, dat niet de voorspelde 75 minuten in beslag nam maar 84 minuten duurde.

Niets kon aan Celibidaches Bruckner voorafgaan, niets kon er op volgen, behalve dan tien minuten applaus. Die Vierde werd door mij ervaren als een bijna tijdloos universum, muziek die sterk aan detaillering wint in de vertraagde weergave, die werkt als een loep.

Maar veel belangrijker bleek de totaal andere muzikale werking, die deze 'Romantische' symfonie van de avantgardist Bruckner een geheel nieuwe inhoud en betekenis gaf. Ondanks het uiterst langzame tempo kreeg de finale een fenomenaal motorisch karakter: een aanvankelijk uiterst moeizaam op gang komende locomotief, die uiteindelijk met onweerstaanbaar geweld komt aandenderen, het verleden achter zich latend. Wég met rustieke landschappen en jagers te paard: hier komt de Nieuwe Tijd!