Russen schrikken van onvermogen van hun leger

MOSKOU, 16 AUG. Russen gaan er prat op dat juist zij de machtige oorlogsmachine van Hitler hebben verslagen. Hoe is het dan toch mogelijk dat hun strijdkrachten al tien dagen - of eigenlijk al bijna twee jaar - worden vernederd door een paar duizend rebellen? De onmacht van de federale troepen in Tsjetsjenië leidde de afgelopen dagen tot verhitte koppen in de Russische pers.

“Een grote schande, onze verliezen zijn enorm”, schreef het veelgelezen weekblad Argoementi i Fakti. “Een vernederende militaire nederlaag”, meende de Moskovski Komsomolets. Het populaire dagblad constateert: “Door Grozny in te nemen hebben de separatisten ons hun voorwaarden opgelegd voor beëindiging van het conflict. Wij hebben hen niet gedwongen tot vrede, maar zij ons.”

De Russische strijdkrachten hebben vorige week in twee dagen de Tsjetsjeense hoofdstad uit handen moeten geven die zij in 1995 pas na twee maanden hadden weten te veroveren. Alle recente beweringen dat de strijd zo goed als gestreden was en nog slechts enkele 'gewapende benden' de deelrepubliek onveilig maakten, zijn gelogenstraft. Een overmacht aan tanks, pantserwagens, helikopters en vliegtuigen blijkt niet genoeg te zijn om een opstand van met kalasjnikovs en granaatwerpers uitgeruste 'zwartkonten' te onderdrukken.

Hoe is dit mogelijk? De antwoorden lopen uiteen van samenzwering - een veelgehoorde uitleg voor àlles wat misgaat in Rusland - tot eenvoudig geldgebrek. Maar de meeste analisten wijzen op het verschil in moreel tussen de Russische dienstplichtigen en hun Tsjetsjeense tegenstanders.

In hun eerste verklaringen voor het militaire fiasco wezen Russische bevelhebbers op het gebrek aan een wettelijk kader voor hun optreden. Omdat in de Kaukasische deelrepubliek nooit de noodtoestand is uitgeroepen - formeel zijn er alleen onlusten - zouden zij niet vrijuit alles kunnen doen wat nodig is. Hoewel in de praktijk niet blijkt dat de Russische strijdkrachten zich inhouden - konvooien met vluchtelingen worden vanuit de lucht bestookt omdat onder hen zich rebellen zouden kunnen bevinden - heeft het parlement de regering inmiddels gevraagd in Tsjetsjenië de noodtoestand af te kondigen.

Een inkrimpend defensiebudget is ook een veelgehoorde verklaring van militaire zijde. De Russische strijdkrachten hebben zwaar te lijden gehad onder de economische hervormingen. De veiligheidsadviseur van president Jeltsin, generaal b.d. Aleksandr Lebed, omschreef na een bezoek aan het strijdgebied de Russische troepen daar zelfs als 'halfuitgehongerd' en slechter gekleed dat partizanen tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Maar veel waarnemers betwijfelen of een beter gevoed Russisch leger de oorlog ook beter zou voeren. “Als een groot leger een gebied binnendringt zonder duidelijk doel zal het altijd verliezen van goed-gemotiveerde guerrillastrijders die wél een duidelijk doel hebben, namelijk het verdrijven van de indringers”, schreef de defensieredacteur van de legerkrant Krasnaja Zvezda, Aleksandr Golz. Hij wees op de nederlagen van de Amerikanen in Vietnam, de Russen in Afghanistan en de Fransen in Algerije.

Vooral met die laatste twee oorlogen wordt het Tsjetsjenië-conflict steeds vaker vergeleken. Golz wees op een van de lastigste problemen bij dit soort oorlogen: “Mensen die zich overdag gedragen als vreedzame burgers kunnen 's nachts veranderen in gewapende vijanden. Dat maakt de vijand vormloos en dus is het moeilijk hem in het nauw te drijven.” Er is slechts één manier om deze oorlog te winnen, concludeerde ook Andrej Pjontovski, analist bij het Centrum voor Strategische Studies: “Het uitroeien van de gehele mannelijke bevolking van Tsjetsjenië.” Hij wilde deze manier niet aanbevelen.

Berichten uit het conflictgebied zelf duiden er echter op dat de belangrijkste reden voor het uitblijven van een Russische overwinning deze is: de Russische soldaten willen niet vechten. Een correspondent van het persbureau Reuter constateerde eerder deze maand tijdens een rondgang langs federale controleposten dat de Russische eenheden aldaar een stilzwijgende afspraak hebben met hun Tsjetsjeense tegenstanders: wij vallen elkaar niet lastig. De Russen lieten jeeps met gewapende rebellen ongehinderd passeren, in ruil daarvoor vielen de Tsjetsjenen de controleposten niet aan.

“We worden verondersteld de grondwettelijke orde te herstellen”, zei een commandant van een controlepost tegen de correspondent. “Ik weet niet wat de president daarbij precies in gedachten heeft. Maar hier ben ik president en wij hebben hier orde.” Hij wees op zijn ondergeschikten die lagen te bakken in de zon. Zonder uitzondering was hun belangrijkste doel niet het winnen van de oorlog, maar een heelhuidse thuiskomst.

“Het gebrek aan notie dat je iets verdedigt, dat je aan de goede kant staat, dat je een eerlijke plicht als soldaat vervult, heeft een verpletterend effect op het Russische moreel”, zei vanmorgen Aleksandr Konovalov, analist bij het gerespecteerde Instituut voor Amerika en Canada, in de Moscow Times. Weinigen zien de noodzaak om de kleine deelrepubliek en het toch al gewantrouwde Tsjetsjeense volk koste wat het kost in de Russische Federatie te houden. “Het heeft geleid tot een situatie waarin soldaten veel meer denken over hun eigen leven dan over het verslaan van de vijand.”

Bijzonder schadelijk voor het moreel van de Russische troepen lijkt ook de eindeloze stroom berichten over corruptie in de legertop. Eerder deze zomer toonde de televisie beelden van gloednieuwe landhuizen in de bossen bij Moskou. Ze werden gebouwd met behulp van dienstplichtigen, die met naam en toenaam de generaal noemden in wiens opdracht ze werkten. In ruil voor hun werk zouden ze korter hoeven te dienen. De generaals ontkenden, maar de aanwezigheid van al die dienstplichtigen werd niet op een andere manier verklaard.

De berichten over dit soort verrijking worden aangevuld met beweringen als die van Aleksandr Lebed, gisteren in Tsjetsjenië, dat “iemand aan het vechten verdient. Dit is een commerciële oorlog.” Grote corruptie - echt of vermoed - roept kleine op. “Als een soldaat het vermoeden heeft dat hij aan het vechten is om iemand anders rijk te maken, begint hij te rationaliseren en bedenkt hij zich dat ook hij eens aan geld moet denken. Dus verkoopt hij wat hij te verkopen heeft: wapens”, zei analist Konovalov. “En dan duurt het niet niet lang voordat jouw arsenaal niet veel sterker meer is dan dat van de vijand.”

    • Hans Nijenhuis