'Recherche presteert ver onder de maat'

AMSTERDAM, 16 AUG. De kwaliteit van het recherchewerk bij de politie schiet tekort. Rechercheurs maken processen-verbaal slecht op, verzamelen bewijsmateriaal niet goed, hun verhoortechnieken deugen niet, het schort aan kennis van recherchetechnieken en de opvang van slachtoffers is ook niet goed geregeld. Dat staat in het onderzoeksrapport Recherche op koers, van de organisatiedeskundigen dr. J. Horn van Change Management Consultants en P.M. van der Fluit van Spectra bv.

Horn en Van der Fluit deden hun onderzoek in opdracht van hoofdofficieren en korpsbeheerders. Recherche op koers is in april 1996 uitgekomen en alleen bedoeld voor intern gebruik bij politie en justitie. De ondervraagden, onder wie (hoofd)commissarissen van politie, onderzoekers, korpsbeheerders en procureurs-generaal, menen dat bij rechercheurs vaak te weinig “inhoudelijke kennis van het recherchevak” bestaat. Ook hebben rechercheurs “te weinig ervaring met recherchewerk” of een “te laag opleidingsniveau om het werk naar behoren te doen”.

Een woordvoerder van het openbaar ministerie zegt niet verbaasd te zijn over de kritiek die in het rapport wordt geuit op het recherchewerk. “Een aantal zaken is voor verandering vatbaar.”

De in totaal 43 geïnterviewden stellen vast dat ervaren rechercheurs “te snel naar administratieve functies verdwijnen” en “de ambachtelijke kennis van het recherchevak onvoldoende wordt onderhouden”. Ook ontbreekt het volgens hen aan een gedegen kwaliteitscontrole en neemt niemand de verantwoordelijkheid voor het afgeleverde werk op zich.

Het gebrekkige recherchewerk heeft geleid tot een daling van het percentage opgeloste misdrijven, aldus het rapport. Leidde in 1950 nog circa tachtig procent van de processen-verbaal tot een veroordeling, in 1985 was dat percentage gedaald tot onder de twintig procent.

Pag.3: 'Bij politie heerst gesloten cultuur'

In 1994 was dat zelfs 16 procent. Zowel in Duitsland, Frankrijk, Groot Brittannië en Zweden is het oplossingspercentage gedaald, maar de daling heeft zich het sterkst voorgedaan in Nederland, aldus Horn en Van der Fluit in hun onderzoek.

Een belangrijke oorzaak voor het lage oplossingspercentage is dat de registrate van 'criminele' gegevens te wensen overlaat. Zo ontbreekt een helder beeld van daders en dadergroepen bij de politie, aldus de onderzoekers, omdat de politie voor het merendeel gegevens verzamelt voor het afhandelen van individuele zaken. Bij die verzameling ontbreekt het aan systematiek.

Ook zijn rechercheurs van de criminele inlichtingendiensten (CID) te veel gericht op het verkrijgen van informatie van informanten in het criminele circuit, zo menen de ondervraagde politiedeskundigen. Gegevens blijken niet juist dan wel onvolledig te zijn en de controle op de invoering van gegevens is eveneens gebrekkig. Rechercheurs zouden veel te weinig gebruik maken van 'open bronnen' (bijvoorbeeld kadaster of Kamer van Koophandel) en grote bestanden van andere instanties. Ook de samenwerking met derden - banken, bijzondere opsporingsdiensten, verzekeringsinstellingen - verloopt nog verre van ideaal, zo staat in het onderzoek.

Ten grondslag aan de weinig florissante staat van dienst waarin het recherchewerk verkeert, ligt volgens de geïnterviewden onder meer “de gesloten cultuur” bij de politie en vooral bij de recherche. Bij deze laatste dienst voelt men zich behoren tot een elite en kijkt neer op de surveillance. Werknemers bij de politie als geheel zijn weinig bereid om van anderen, binnen en buiten de politie, wat te leren, stellen de onderzoekers vast. Mede hierdoor laat de uitwisseling van informatie tussen politie en andere instanties te wensen over. “Politiemensen zitten nog steeds heel erg op hun eigen informatie”, aldus een geïnterviewde.

De auteurs van Recherche op koers bepleiten ter verbetering van het recherchewerk onder meer controle op de voortgang van recherche-onderzoek, een betere sturing door het openbaar ministerie, het beter benutten van bestaande expertise en informatie, het instellen van speciale teams om bepaalde problemen aan te pakken en het certificeren van de opleidingen.