'Ons geheim schuilt niet in de techniek'

Volgend weekeinde vindt in de Flevopolder het driedaagse Lowlands- festival plaats, waar ongeveer honderd popgroepen optreden. 808 State uit Engeland was een van de populaire house-groepen van begin jaren negentig, en is daarna op de achtergrond geraakt. Met Don Solaris hoopt de groep weer een groot publiek te bereiken.

808 State treedt 23/8 op op het Lowlands-festival. De cd 'Don Solaris' is verschenen bij Warner Music (0630-14356)

'Don Solaris' klinkt als de naam van een Zuidamerikaanse drugsbaron, of een ander soort crimineel. Maar de titel van 808 State's nieuwe cd is minder profaan bedoeld. Volgens de groepsleden Graham Massey, Andy Barker en Darren Partington betekent Don Solaris iets als 'de beste dag' of 'een topdag'. Dat ze de cd zo'n optimistische naam hebben gegeven, hoeft geen verbazing te wekken. Voor Massey, Barker en Partington moet Don Solaris, waar ze twee jaar aan hebben gesleuteld, een 'come back' bewerkstelligen.

Het Engelse trio, dat in 1987 in Manchester werd opgericht, was een van de eerste groepen die house maakte voor de dancing en voor de huiskamer. Die slimme balans werd later ook gevonden door bijvoorbeeld The Prodigy en Leftfield. Dat 808 State en deze andere groepen op beide fronten aanspreken heeft te maken met het feit dat de tot dansen dwingende instrumentale stukken worden afgewisseld met meer verhalende nummers met zang. Maar zingen doen Massey, Barker en Partington, die alledrie programmeren, niet zelf.

Op eerdere cd's waren de stemmen te horen van Björk en Bernard Sumner van New Order, en voor Don Solaris werden onder anderen James Dean Bradfield van de Manic Street Preachers, en Doughty van de Amerikaanse groep Soul Coughing gevraagd. Don Solaris is een verfijnde plaat geworden. De rechttoe-rechtaan dansnummers rond een repeterende synthesizerdreun zijn vervangen door melancholieke melodieën. Wat vroeger blikkerig klonk, klinkt tegenwoordig donzig.

Het trio zit op een zomerse dag in een Amsterdams hotel voor een rondje interviews. Massey, Partington en Barker, ongeschoren en onderuitgezakt, doen op geen enkele manier hun best zich als 'popster' te gedragen. Ze drinken een kopje thee en vertellen over hun inspanningen om van Don Solaris een plaat te maken voor een breed publiek. Want de nu zo strikt in hokjes verdeelde Engelse dans-scene heeft een 'schop onder zijn kont nodig', zoals Darren Partington het uitdrukt.

808 State is een democratisch gezelschap, alledrie de bandleden programmeren, spelen drums en gitaar, en beslissen hoe de nummers moeten klinken. Waar hangt het van af of ze aan een track zang toevoegen of niet? “Bij ieder nummer gaan we er van uit dat we een instrumentaal nummer maken”, zegt Graham Massey. “Maar we werken altijd heel lang ergens aan en soms bedenken we ineens dat er iets ontbreekt. Dan gaan we brainstormen over wat voor soort stem we ons er bij voorstellen. Is het een man of een vrouw, zwaar of lichtvoetig. We praten net zolang tot we precies de stem hebben bedacht die bij de sfeer van het nummer past. En dan gaan we de persoon vragen die die stem heeft. Wie het ook is, bekend of onbekend.”

Wat de zangers uiteindelijk zingen bedenken ze zelf. Maar de teksten worden door de leden van 808 State streng bekeken: wat maar neigt naar alledaagsheid wordt afgekeurd. “De manier waarop Jarvis Cocker van Pulp zijn teksten maakt, dat zou bij ons nooit kunnen. Veel te down to earth: 'ik ging naar de pub en bestelde een pint'. Dat zou het mysterie van onze muziek verstoren. Om nog maar te zwijgen van al die stereotype kreten die op dance-hits voorkomen, zoals What goes up, must come down, of Take me higher.”

Laag over laag, zo is de muziek van Don Solaris opgebouwd. De drie 'programmeurs' streefden naar een versluierd geluid en dat is gelukt. Gedempte percussie geeft een stevige ondergrond en luchtige synthesizer-loopjes die nog het meest klinken als neusfluiten, zijn in lagen over elkaar heen geplakt. Herkenbare samples zijn achterwege gelaten. Sinds de groep ooit een sample uit een nummer van Big Country gebruikte en daar achteraf royalties voor moest betalen, sampelen ze alleen nog zichzelf.

“Don Solaris gaat over een wereld waar je niet in woont, maar waar je over kan fantaseren. Niets is volledig uitgesproken, er blijft genoeg ruimte voor de luisteraar om zelf gedachten op te projecteren, zowel muzikaal, als in de teksten”, zegt Andy Barker.

Over de middelen waarmee deze fantasiewereld geconstrueerd is, is de groep wèl uitgesproken. Op de cd-hoesjes vermelden Massey, Barker en Partington altijd de volledige inventaris van hun studio, compleet met merk en serienummer. Zo leren we dat de drumgeluiden in Joyrider werd gegenereerd door de Roland TR909, de Roland TR 727 en een Pearl Syncussion, en de bas door de Akai S1100, de Mini Moog en de Arp 2600.

“Dat zetten we altijd op de hoesjes omdat we hebben geleerd dat dat is wat fans van ons willen weten. Daar komen ze naar vragen na een optreden. Andere muzikanten vragen ze misschien naar hun favoriete kleur, maar wij moeten vertellen welk type keyboard we gebruiken. Er wordt veel te veel nadruk gelegd op techniek”, zegt Massey. “Alsof daar ons geheim in zou schuilen”, moppert Partington.