'Links' in China begint een offensief tegen moderne tijd

Orthodoxe communisten in China voeren sinds enkele maanden een ideologisch offensief. Ze willen terug naar de oud-communistische waarden en hebben groot bezwaar tegen het moderne devies dat het glorieus is om rijk te zijn. De regering in Peking kijkt nerveus toe.

PEKING, 16 AUG. Enkele weken geleden had een bijeenkomst in Peking plaats van een sinister gezelschap heren. De redactiechefs van China's quasi-maoïstische tijdschriften Hoofdstroom en Hedendaagse Denkbeelden hadden een vergadering belegd om Xing Bensi, de gematigde hoofdredacteur van Zoeken naar de Waarheid, het tijdschrift van de communistische partij, te veroordelen. Xing had begin juni de linkse politici en ideologen beschuldigd van ondermijning van China's economisch hervormingsprogramma. Daarop maakten de neomaoïsten de hoofdredacteur tijdens hun bijeenkomst vervolgens uit voor antimarxist.

De vergadering van de ogenschijnlijk betekenisloze groep heren bracht een lichte siddering teweeg in Zhongnanhai, het bestuurscentrum van de Chinese regering. Want de stem van links is de afgelopen maanden in volume toegenomen en alle politici in China weten dat behoedzaamheid in acht moet worden genomen.

'Linkse' opvattingen zijn invloedrijk in China. Daar hebben zeventien jaar van economische hervormingen en opening naar het buitenland weinig aan kunnen veranderen. Integendeel, de sprong voorwaarts van China's economie is er primair de oorzaak van dat 's lands orthodoxe marxisten in opstand komen. Zij verzetten zich tegen het in de jaren tachtig door Deng Xiaoping geïntroduceerde motto dat het glorieus is rijk te worden.

Maoïstische ideologen beweren dat Dengs markthervormingen de basis van de socialistische heerschappij aantasten. “Hervormen is noodzakelijk, maar voldoet de alles ontwrichtende totaliteit waarmee hervormingen worden doorgevoerd, nog wel aan de socialistische idealen van eertijds? Nee!”, aldus een van hen.

De kritiek van de ultraconservatieve redactiechefs was veelbetekenend. Te meer daar president Jiang Zemin, na de publicatie van het artikel van Xing in het Volksdagblad, zijn waardering had uitgesproken over de inhoud ervan. Jiang, die tevens de secretaris-generaal is van de communistische partij, zou Xing hebben opgebeld en hem persoonlijk zijn complimenten hebben gemaakt.

De belangrijkste boodschap die Xing in zijn artikel had laten doorklinken was dat het bepalen van wat of wie marxistisch is, uitsluitend een taak is voor Deng, de opperste leider in ruste persoonlijk, en dat de “zogenaamde orthodoxen” geen enkel recht van spreken hebben. Voor Jiang Zemin was dit een zeer welkom commentaar en voor het eerst sinds zijn aanstelling als president waagde Jiang het, tijdens een vergadering van 's lands twaalf hoogste propaganda- en nieuwsbazen, daags na de bijeenkomst van de redactiechefs, uit te halen naar links. De recente verschijning van een aantal 'linkse' artikelen en petities, zo zou Jiang gesproken hebben, had “een verwarrende uitwerking op de beeldvorming van het volk”. Hij voegde daaraan toe dat “de koers van het schip geenszins zal veranderen”.

Verder ging Jiang niet. Hij zou ook niet durven, beweren liberale intellectuelen in Peking, want de linkse groeperingen in de samenleving hebben te veel invloed. Bovendien, aldus een van hen, zou Jiang daarmee zijn eigen ondergang verzekeren, want ook de president, die bekendstaat als een naar links neigende centrist, is verantwoordelijk geweest voor de uitvoering van bij 'links' populaire maatregelen. Zo heeft Jiang het Departement voor propaganda en het Bureau voor pers en publicatie het recht verleend op te treden tegen tijdschriften en kranten die “tenderen naar bourgeois-liberalisme”. En ook de anticriminaliteitscampagne Sla Hard, waarbij misdadigers in een bliksemactie van straat zijn gehaald en via snelrecht zijn veroordeeld, is een initiatief van het staatshoofd.

Dergelijke maatregelen, die vooral zijn bedoeld om links te sussen, illustreren het dilemma waarin sommige politici, en met name centristen, verkeren. Het ultralinkse maoïsme is de erfenis waarop alle Chinese politici hun macht hebben gebaseerd, maar de economisch moderne samenleving die China aan het worden is, zo weten de meer verlichte politici, vereist een andere, liberale, aanpak.

De opbloei van links is onder meer een gevolg van de ophanden zijnde dood van Deng Xiaoping. Du Gangjian, een uitgesproken liberale jurist die werkzaam is aan de Volksuniversiteit van Peking, spreekt van een zorgelijke ontwikkeling. “Ultralinkse ideologen in China kunnen eenvoudig omschreven worden; ze zijn intolerant. Ze geloven dat ze altijd gelijk hebben, in theorie en praktijk.” Du, die in tegenstelling tot China's partijleiders harde kritiek op de maoïsten niet schuwt, vindt het kenmerkend dat de communistische partij zelfs niet in staat is geweest om te gaan met de dissidenten bínnen de partij. Zowel wijlen Hu Yaobang als Zhao Ziyang, die beiden de functie van secretaris-generaal van de communistische partij hebben bekleed, hebben volgens Du onder invloed van ultralinkse politici het veld moeten ruimen.

Politici in China weten wat balanceren tussen links en rechts betekent. De meesten kiezen het veilige kamp en hanteren het motto dat het beter is 'links' dan 'rechts' te zijn. Bovendien zijn alle politici er zich van bewust dat uitsluitend 'linkse' denkbeelden serieus worden genomen tijdens de politieke besluitvorming. Du: “Iedereen in China weet dat wanneer je je nek uitsteekt, je wordt veroordeeld en wordt uitgemaakt voor een aanhanger van 'rechts'. ” In de Chinese context betekent dat zoveel als liberaal en tolerant ten opzichte van Chinese dissidenten en buitenlandse regeringen.

Een direct gevolg van 'het sussen van links' is een ideologische campagne van Jiang Zemin. Deze heeft als uitgangspunt dat in China meer over politiek gepraat moet worden. Jiang heeft bedacht dat na zeventien jaar 'kapitalistisch' geld verdienen de door geld verblinde Chinese samenleving door zijn 'praatcampagne' weer doordrongen kan worden van oude waarden als liefde voor het vaderland. Jiang slaat daarmee twee vliegen in één klap. Een juiste mate van respect voor het land (en met name zijn politieke leiding) kan geen kwaad, moet hij gedacht hebben. Daarnaast sust de campagne weer even de ultralinkse gemoederen.

Die inschatting blijkt wat betreft het laatste niet geheel onjuist te zijn, want de in de herfst gelanceerde campagne had een cryptomaoïstische wervelstorm tot gevolg. Volgens Li Yanming, werkzaam bij het Instituut voor marxisme-leninisme en Mao Zedong-denken aan de Chinese academie voor sociale wetenschappen (CASS), is een dergelijke campagne een methode om “de nieuwe klasse van de bourgeoisie” het hoofd te bieden. Li, een felle maoïst die veel liberale collega's binnen de CASS, na de dramatische afloop van de pro-democratische demonstraties in het voorjaar van 1989, openlijk heeft veroordeeld, gelooft dat de heropleving van “de bourgeoisie, met haar overmatige belangstelling voor sauna's, karaoke-bars, dure auto's en hoeren”, de ondergang kan betekenen van socialistisch China.

“Hervormen betekent letterlijk stappen terug maken en die zijn onvermijdelijk in de ontwikkeling naar een communistische samenleving. Maar we moeten ons ervoor hoeden dat we niet te ver gaan.” Li is van mening dat de privatisering van China's staatsbedrijven een te hoge vlucht heeft genomen. Hij vreest dat wanneer de Chinese staat zijn meerderheidsbelang uit handen geeft, “de socialistische zaak” reddeloos is verloren. “Dan neemt de vierde klasse (de bourgeoisie) het roer weer in handen.”

Duan Ruofei, de hoofdredacteur van het linkse tijdschrift Hedendaagse Denkbeelden, denkt dat ideologische conflicten in het huidige China alleen door middel van klassenstrijd opgelost kunnen worden. Ook hij hanteert een sterk verjaard vocabulaire wanneer hij indirect kritiek uitoefent op het opendeurbeleid van Deng Xiaoping. “Individualisme, hedonisme en mammonisme zijn stuk voor stuk afkomstig uit het Westen. Die hebben geen plaats in de Chinese samenleving. Hier werkt enkel het belangeloos collectief.” Zowel Li als Duan gelooft dat de communistische partij wordt overspoeld met leden “die zeggen dat ze marxist zijn, maar zich gedragen als kapitalist”.

Maar een dergelijk verwijt kan volgens jurist Du net zo gemakkelijk aan 'links' worden gemaakt. Du: “De meeste linkse ideologen liegen dat ze barsten. Wanneer ze thuis zijn, spreken ze een heel andere taal. Het zijn geen integere maoïsten. Het zijn opportunisten; ze zijn enkel bevreesd hun ideologische hegemonie te verliezen. Waarom sturen ze hun eigen kinderen dan naar dure universiteiten in het buitenland, terwijl ze datzelfde buitenland voortdurend door het slijk halen?”

Du denkt daarom dat de invloed van ultralinks in China van voorbijgaande aard is. Toespraken van Jiang Zemin, zoals vorige maand tijdens de 75-jarige verjaardag van de communistische partij, waarin Jiang sprak over “de zeven belangrijke vormen van onderscheid”, waaronder het onderscheid tussen marxisten en niet-marxisten, socialisme en “de corrupte denkbeelden van het kapitalisme”, een beschaafde en een decadente levensstijl, moeten slechts beschouwd worden als een tijdelijk leunen naar links. In de praktijk, weet Du, wordt niet afgeweken van het pad van de economische hervormingen.

“De ultralinkse ideologen zullen na de dood van Deng proberen hun machtspositie te handhaven. Maar veel langer dan drie, vier jaar zal dat niet duren. Het Chinese volk heeft geen behoefte meer aan klassenstrijd. Het wil rijkdom en vrijheid.”