'Kwartje van Kok' was al omstreden

DEN HAAG, 16 AUG. Aan het 'kwartje van Kok', een belastingmaatregel uit 1991, heeft vrijwel niemand goede herinneringen. De automobilist die zich het geld uit de portemonnee gestoten zag niet, de milieubeweging die een vermindering van de automobiliteit zag uitblijven niet, de pomphouders langs de grens niet en de politici tegen wie woedende demonstranten uithaalden - die toch eigenlijk ook niet. De schatkist werd gespekt, dat wel. En de buitenlandse pomphouders langs de grens voeren er wel bij.

Het 'kwartje van Kok' was een van de maatregelen om de schatkist te vullen van het derde kabinet-Lubbers, waarin de huidige premier minister van financiën was. Dit kabinet-Lubbers wilde de accijns eerst met een dubbeltje verhogen, maar toen in Duitsland een aanzienlijke accijnsverhoging op stapel bleek te staan, werd dat drastisch meer. Immers, alleen als het buurland meedoet, lekt er niet een deel van de opbrengst van de accijnsverhoging weg doordat over de grens wordt getankt.

In tegenstelling tot wat nu in het regeerakkoord over mogelijke accijnsverhogingen staat, ging het 'kwartje van Kok' niet gepaard met een verlaging van de motorrijtuigenbelasting. Bij de totstandkoming van het huidige regeerakkoord was deze clausule over gelijktijdige verlaging van de vaste autolasten een nadrukkelijke wens van de VVD, tevens leverancier van de minister van verkeer en waterstaat.

Het idee hierachter is dat mensen de auto vaker laten staan als de vaste lasten laag zijn en het gebruik duur. Immers, bij hoge vaste lasten ligt het niet voor de hand de auto ongebruikt te laten. Ook is de verhoging dan als het ware dubbelop, wat wegens de geringe prijselasticiteit van benzine wel nodig is: de automobilist rijdt pas echt minder rijden als de prijsverhoging fors is. Een kwartje bovenop de accijns is niet genoeg, zo bleek ook in 1991.

Daarnaast heeft een gelijktijdige verlaging van de motorrijtuigenbelasting natuurlijk tot gevolg dat er minder automobilisten en pomphouders in de gordijnen worden gejaagd. In 1991 werd het ene actiecomité van pomphouders na het andere opgericht. Zij stelden dat Duitsland ook na een accijnsverhoging nog altijd aanzienlijk goedkopere benzine zou leveren dan Nederland. Belgische pomphouders kondigden een prijsverlaging aan. De Kamer ging akkoord met de accijnsverhoging. Later werd die teniet gedaan door lagere olieprijzen.