Huilen om een dochter; De liefdesbrieven van Madame de Sévigné

Ruim 900 brieven schreef Madame de Sévigné 300 jaar geleden aan haar dochter. Ze geven een scherp beeld van het leven van de Franse aristocratie én van haar hartstochtelijke liefde voor haar kind: 'Ik omhels je met een tederheid die zijn gelijke niet kent.' Onlangs verschenen twee biografieën van De Sévigné.

Roger Duchêne: Naissances d'un écrivain. Madame de Sévigné. Uitg. Fayard, 354 blz., ƒ 57,40. Jacques Hislaire: La Marquise de Sévigné. Uitg. Le Cri, 216 blz., ƒ 44,95. Correspondance de Mme de Sévigné, texte établi et annoté par Roger Duchêne. Uitg. Gallimard, Bibl. de la Pleiade. 3 vol, ƒ 118 per deel. Madame de Sévigné: Lettres choisies. Uitg. Gallimard, 380 blz., ƒ 23,25.

Zonder de levenslange, allesoverheersende hartstocht voor haar dochter zou Madame de Sévigné (1626-1696) nooit de grootste literaire 'épistolière' van haar eeuw zijn geworden. In 1669 trouwt die dochter, Françoise-Marguerite, met de Comte de Grignan en twee jaar later verruilt zij Parijs voor de Provence om zich bij haar echtgenoot te voegen die er tot gouverneur is benoemd. Enkele dagen na haar vertrek schrijft Madame de Sévigné de eerste van de in totaal ruim 900 brieven die ze aan Françoise zal schrijven. Ze huilt, is wanhopig, ze voelt zich alsof haar hart en haar ziel zijn uitgerukt: 'Ik omhels je met een tederheid die zijn gelijke niet kent.' Drie dagen later, als zij een brief van haar dochter heeft ontvangen: 'Je houdt van me, m'n lieve kind, en je zegt het zo mooi dat ik m'n tranen niet kan bedwingen. Je gevoelens worden ontvangen met een tederheid en een gevoeligheid die alleen begrepen worden door diegenen die liefhebben zoals ik. Wees ervan verzekerd dat ik voortdurend aan je denk. Ik ben steeds bij je. Blijf altijd van me houden. Dat is het enige dat me kan troosten.'

Helaas is er niet één brief van de Comtesse de Grignan aan haar moeder bewaard gebleven, maar we kunnen er rustig van uitgaan dat die overstelpende moederliefde haar af en toe benauwde. Ze weigerde soms op haar moeders verzoek naar Parijs te komen in te gaan of vertrok alweer snel. Madame de Sévigné leert zich in de loop der jaren een beetje in te houden om haar dochter niet te irriteren. 'Ik weet niet of ik, tegen mijn wil, nog veel tederheid laat zien, maar ik weet wel dat ik er veel van verberg.'

Bijna twintig jaar zullen moeder en dochter elkaar schriftelijk aantrekken en afstoten, tot ze uiteindelijk een vorm van harmonie bereiken. Tegelijkertijd houden ze elkaar op de hoogte van de grote en de kleine dingen in hun leven, van de opstand in Bretagne en de zelfmoord van de hofkok tot de geneugten van een hete douche. Paradoxaal genoeg beschouwt De Sévigné, die zo'n groot deel van haar leven aan het schrijven van brieven zal wijden, het met 'esprit' voeren van een gesprek (iets waarin zij zelf excelleert) als het hoogste goed.

Correspondentie is slechts een vorm van conversatie. 'Eén conversatie staat gelijk aan vijftig brieven', schrijft ze in 1647.

Hoewel brieven in de zeventiende eeuw vooral dienden om een groepje exquise vrienden te vermaken, waren die van Madame de Sévigné aan haar dochter niet voor andere ogen bestemd. Nooit heeft de Marquise haar brieven gekopieerd alvorens ze te verzenden, nooit heeft ze ze gerangschikt of gecorrigeerd, laat staan dat er tijdens haar leven één in gedrukte vorm is verschenen.

Toch werd De Sévigné al dertig jaar na haar dood het symbool van literair epistolair talent. In 1725 publiceerde een anonieme uitgever enkele tientallen brieven, die meteen een schandaal veroorzaakten door hun hartstochtelijke inhoud en de snedige opmerkingen over toen nog levende adellijke personen. Voor ons, twintigste-eeuwers, zijn de brieven vooral beeldend, geestig, en anekdotisch. Ze zijn spontaan, ze verrassen door de plotselinge wendingen van vrolijke naar serieuze onderwerpen en zijn na driehonderd jaar nog zo leesbaar dat ze een stroom van nieuwe publikaties op gang hebben gebracht, waaronder enkele biografieën.

De biografie van jurist en journalist Jacques Hislaire is een goed leesbaar essay over Madame de Sévigné tegen de achtergrond van haar eeuw. Het boek van Sévigné-specialist Roger Duchêne is veel gedegener. Duchêne laat geen relevant detail ongenoemd en geeft nauwkeurig, stap voor stap, aan hoe haar literaire talent na het vertrek van haar dochter tot volle bloei kwam.

Uit beide werken komt De Sévigné enerzijds naar voren als een zelfbewuste, erudiete vrouw met voor haar tijd vrije ideeën over huwelijk, zwangerschap en opvoeding en anderzijds als iemand wiens zelfverzekerdheid stevig verankerd was in de privileges van haar klasse. Nadat Henri de Sévigné, in het zevende jaar van hun huwelijk, in een duel om één van zijn minnaressen was gedood, voelde de 'veuve joyeuse' er weinig voor haar vrijheid weer op te geven en te hertrouwen. Aan haar dochter, zes maal zwanger in zeven jaar, gaf zij, een brief afsluitend, ondubbelzinnig advies. 'Veel liefs aan je graaf. Ik waardeer hem meer in zijn eigen slaapkamer dan in de jouwe.'

Meestal wordt Madame de Sévigné grenzelose passie voor literatuur en toneel toegedicht. De recent verschenen biografieën schaven dit beeld enigszins bij. Als goed van de tongriem gesneden vriendin van Madame de Lafayette en La Rochefoucauld en als generatiegenote van Molière en La Fontaine verdedigde zij ongetwijfeld briljant haar mening in de Parijse literaire salons. Na het vertrek van haar dochter verslapte haar interesse. Slechts af en toe woont zij voorstellingen bij in Bretagne of in Grignan ('het Versailles van het zuiden'), die haar 'meer dan zes tranen' kunnen ontfutselen. Een van de uitzonderingen was Esther van Racine. Hoewel ze in het algemeen Corneille verkoos boven Racine, kon zij dit religieuze toneelstuk wel waarderen. 'Racine heeft zichzelf overtroffen. Hij houdt van God zoals hij zijn maîtresses beminde.'

Met het stijgen der jaren schrijft de 'jolie païenne' vaker over God en de dood. 10 juni 1671: 'Hoe zal ik uit het leven stappen? Zal ik duizend en één pijnen lijden? Hoe zal ik tegenover God staan? Waarop kan ik hopen? Ben ik de hemel waard of de hel?' 16 maart 1671: 'Ik behoor God noch de duivel toe. Ik vind het vervelend maar volgens mij is dat de gewoonste zaak van de wereld. Je behoort de duivel niet toe omdat je God vreest. Je behoort God niet toe omdat zijn wetten zo hard zijn. Dat veroorzaakt halfhartige gelovigen, van wie er heel veel zijn. Maar God haat hen, dus je moet er wat aan doen en dat is nu juist het probleem.'

De Marquise de Sévigné is geen denker, geen filosofe, geen schrijfster in de gebruikelijke zin des woords. Maar ze is door de eeuwen heen wel een springlevende, gepassioneerde 'femme savante' gebleken, die ons met groot gemak haar zeventiende-eeuwse heden, haar hier en nu voorschotelt. Door onverbloemd uiting te geven aan de heftige liefde voor haar dochter doorbreek De Sévigné een taboe dat in feite nog steeds bestaat. Proust laat in In de schaduw van de bloeiende meisjes zijn aristocratische personages discussiëren over deze uitzonderlijke liefdesverhouding. Uiteindelijk heeft de homoseksuele Charlus het laatste woord: “Het belangrijkste in het leven is niet wat je liefhebt, maar dat je liefhebt.”