Herkenbare VVD

Bij het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is de ene VVD'er als staatssecretaris door de andere vervangen. Het politieke wonderkind Robin Linschoten ging en een ander wonderkind, Frank de Grave, kwam ervoor in de plaats. De twee zijn ook nog vrienden van elkaar. Er lijkt dus weinig veranderd.

De Grave is echter van start gegaan met een verloochening van de beginselen van zijn eigen partij. Zo liet hij in zijn eerste interview als staatssecretaris meteen optekenen dat er wat hem betreft niet getornd hoeft te worden aan de hoogte en duur van de uitkeringen. Deze uitspraak staat haaks op het verkiezingsprogramma van de VVD uit 1994 Nederland moet weer aan de slag.

Ook op andere punten heeft De Grave gebroken met de ideeën van zijn partij. Onder leiding van VVD-leider Bolkestein en de huidige minister van Financiën, Gerrit Zalm, werd in 1994 de aanval geopend op de sociale partners. De VVD was tegen algemeenverbindendverklaring van CAO-bepalingen, had kritiek op de Sociaal-Economische Raad en andere instituten van het typisch Nederlandse overlegmodel. Werkgevers en werknemers gruwden van de hautaine Bolkestein en zijn schildknapen in het kabinet. Met name Linschoten moest het ontgelden. Hij was eigenwijs en wilde bijvoorbeeld niet luisteren naar sociale partners en verzekeraars toen die een gedeeltelijke privatisering van de WAO afwezen. Ook bleef hij, tegen de wens van sociale partners in, lang vasthouden aan een differentiatie van WAO-premies per bedrijfstak.

De Grave is heel wat kneedbaarder, zo lijkt het. Ambtenaren menen dat hij uit is op witte voetjes bij Tweede-Kamerleden. De nieuwe staatssecretaris zou zo bang zijn om af te gaan dat hij de Kamerleden op hun wenken bedient. Vreemd. De politieke positie van De Grave is immers ijzersterk. Het parlement zal niet gauw twee keer achter elkaar dezelfde staatssecretaris wegsturen. De voorgangers van De Grave als staatssecretaris van Sociale Zaken hebben het stuk voor stuk moeilijk gehad en dus zal ook hij het moeilijk krijgen, denkt hij volgens zijn ambtenaren. Is De Grave een politicus van de angst? Zijn verleden heeft tot die conclusie allerminst aanleiding gegeven. Hij was mede-instigator van de val van het kabinet-Lubbers II. Is De Grave niet gewoon een linkse politicus? Hij werd als VVD-wethouder in Amsterdam immers uitvoerig geprezen door de PvdA.

Herkenbaar VVD-beleid valt van De Grave in elk geval niet te verwachten. Deze herkenbaarheid neemt de laatste tijd toch al rap af. Over bezuinigingen ten behoeve van een lagere staatsschuld hoor je geen VVD'er meer praten. Het mini-stelsel voor sociale zekerheid is door De Grave deze week afgeschoten. En onder aanvoering van de gedreven minister Melkert (Sociale Zaken, PvdA) wordt bij alle instituten van de verzorgingsstaat een tripartiet bestuur ingesteld. En dat terwijl juist de VVD de macht van het “ middenveld” ter discussie stelde.

Daarmee is het paarse kabinet weer terug bij af. Hoewel Paars het tegendeel beoogde, maken belangengroepen momenteel weer de dienst uit, terwijl verantwoordelijke politici paraferen.

Hoe moet de VVD zich in 1998 profileren als de huidige bewindslieden zo inwisselbaar zijn voor n'importe qui van het CDA of de PvdA, de partijen van het middenveld? Waar is de strijdbare Gerrit Zalm gebleven, die als ambtenaar, directeur van het Centraal Planbureau en kroonlid bij de SER zulke uitgesproken opvattingen had? En wat is er typisch liberaal aan het beleid van de ministers Dijkstal (Binnenlandse Zaken) en Jorritsma (Verkeer en Waterstaat)? Wie het weet mag het zeggen. Jorritsma wil de VVD-kiezer met hogere benzineaccijnzen uit zijn geliefde auto jagen. En het in VVD-kringen nogal gekoesterde eigen huis ligt onder vuur van gemeenten (onroerend zaakbelasting) en rijk (huurwaardeforfait).

VVD-leider Bolkestein had in 1994 een sterk herkenbare start met opmerkingen over asielzoekers en illegalen, maar zijn attentiewaarde is inmiddels flink afgenomen. Zijn politieke wapenarsenaal is kennelijk leeg. Opmerkelijk, want Nederland is nog lang niet af. Nu het regeerakkoord nagenoeg is uitgevoerd kan een begin gemaakt worden met het ontwikkelen van nieuw beleid. Wat te denken van maatregelen om de economische zelfstandigheid van de vrouw te bevorderen? Toch een typisch liberaal onderwerp.

En hoe zit het met de overheidsbureaucratie: de opeenhoping van regels en verordeningen die de vrijheid van de burger beperken? Een aantal sociale wetten mag dan wel veranderd zijn, toch zijn de problemen van de verzorgingsstaat allerminst voorbij. Het aantal uitkeringen wegens arbeidsongeschiktheid bedraagt nog altijd 850.000 en die wegens werkloosheid 750.000. Het economische tij hoeft maar even tegen te zitten of deze aantallen lopen weer op.

De VVD, die zich aanvankelijk onder leiding van Bolkestein ontpopte als een veranderingsgezinde partij, wordt langzaam maar zeker weer conservatief.