Een ABC tegen overlast bestaat niet

Overlast is aan de orde van de dag, in Utrecht en Kampen, in Dordrecht en Tilburg. Een uniforme oplossing bestaat niet. ,We vinden steeds opnieuw het wiel uit.''

ROTTERDAM, 16 AUG. Vijf jaar geleden besloot Kampen probleemgezinnen buiten de stad te huisvesten. Vier gebruikte containerwoningen werden aan de rand van een industrieterrein tegenover het woonwagenkamp gezet. Een wandeling maakt duidelijk dat er een overtreffende trap is in onaangepastheid. Rond drie van de vier vale gebouwtjes is een tuintje aangelegd, hier en daar bloeit een bloem. Eén containerwoning staat in een wildernis, voor de ramen hangen smoezelige lappen.

Ambtenaar M. van Dijk, de man “voor de sociale gevallen”, vreest dat de bewoners van die ene container in hun eigen vuil omkomen. “Geloof me maar, de stront ligt er een halve meter hoog achter de voordeur”. Hij kan niks doen: “Ze willen met niemand iets te maken hebben en voorzover bekend is er geen huurachterstand”. De woordvoerder van de gemeente veronderstelt dat de 'verbanning' voor iedereen goed heeft gewerkt. “De mensen zijn prima te spreken, hebben het nooit zo goed gehad.”

Kampen staat niet alleen. Buurtoverlast doet zich voor in het hele land, zo blijkt uit de ervaringen van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. Alle grote steden, maar ook steeds meer kleinere plaatsen 'in de provincie' hebben te maken met ernstige overlast door bewoners in wat volksbuurten worden genoemd. Soms uitmondend in het eigen rechter spelen, zoals onlangs in de Utrechtse wijk Pijlsweerd.

Een uniforme oplossing bestaat niet. “De problemen verschillen te veel”, zegt J.A. Scholten, directeur van de Tilburgse Woonstichting (Tiwos). “We vinden iedere keer opnieuw het wiel uit.” In enkele van de negenduizend woningen die zijn stichting verhuurt, wonen personen die zeer onaangepast of a-sociaal gedrag vertonen. Acht of negen keer per jaar is sprake van terreur.

Opvallend is dat bij het zoeken naar de juiste aanpak allerlei instellingen voor hulpverlening steeds vaker samenwerken met de politie om een eind te maken aan de overlast. Met het ernstiger worden van de problemen, groeide men naar elkaar toe. Tevens trachten de bestuurders eerder in beeld te krijgen waar de zaak uit de hand zou kunnen lopen, via meldpunten of een signaleringsoverleg. Of zoals de gemeente Kampen besloot, door een speciale ambtenaar te belasten met het ontwerpen van maatwerk, nadat een hulpverlenende instelling een waarschuwing heeft laten horen. “We zullen een hardere inbreng moeten krijgen bij de instellingen opdat de hulpverlening ook echt op gang komt en doorgaat”, zegt Van Dijk. Ook de woningbouwcorporaties kiezen voor een strengere aanpak: huurders die na twee waarschuwingen hun leven niet hebben gebeterd, kunnen een procedure tot uitzetting verwachten. Na de ontruiming krijgen ze altijd een tweede kans, dat wel.

Als Tiwos-directeur Scholten in Tilburg een oplossing moet bedenken vraagt hij zich consequent af hoe mensen er toe komen om zich zo te uiten. “De ene keer stellen ze zich teweer tegen de komst van nieuwe bewoners, de andere keer sluiten ze zich helemaal af van hun omgeving of beginnen met lawaai of vervuiling hun buren te terroriseren.” Scholten keurt “eigenrichting of het overtreden van de regels” sterk af, maar heeft wel een idee waar de oorzaak van dit gedrag ligt: “De steeds groter wordende onzekerheid. De mensen horen verhalen over verdere afbraak van allerlei voorzieningen. Het gaat dan niet alleen over de sociale zekerheid of individuele subsidies, maar ook over de volkshuisvesting. Vastigheden worden weggeschoffeld”. Volgens de Tiwos-directeur heeft deze groep burgers enige tijd geleden reeds besloten dat stemmen geen zin meer heeft, de politiek luistert niet naar hun klachten. “Dan richt men zich op mensen met een net iets lagere maatschappelijke positie omdat zij als de grootste bedreiging worden ervaren”, meent Scholten.

Dat gebeurde in 1993. De Tilburgse woonstichting wilde een Antilliaans gezin huisvesten in de Veestraat, de buurt verzette zich heftig. Burgemeester Brokx verscheen in hoogst eigen persoon bij de opstandelingen, maar het gezin is toch elders gehuisvest. Een woningstichting heeft te maken met urgentie, soms met punten die een ingeschrevene heeft “verzameld”, zegt Scholten. Belangrijk is de datum waarop een gezin voor het eerst op de wachtlijst kwam te staan. Het toewijzingsbeleid kan niet “zomaar even” onderuit gehaald worden door eigenrichting van een buurt.

De directeur heeft van de affaire-Veestraat wel geleerd: “Theoretisch hadden we een aardig beleid, de werkelijkheid was totaal anders. Wij houden nu als er woningen vrijkomen meer rekening met de cultuur van een wijk. Als er dan ook nog sprake is van overkoken, raden we het betreffende gezin aan om daar niet te gaan zitten”. De woordvoerder van de gemeente voegt er aan toe: “Ons standpunt is dat ongewenste concentratie (van allerlei minderheidsgroepen, red.) moet worden voorkomen. Maar tegelijk voeren we geen spreidingsbeleid.”

In Den Haag en Amsterdam, maar evengoed in Dordrecht, Kampen, Tilburg of Groningen worstelen de bestuurders met de vraag wat een goede aanpak zou kunnen zijn in de strijd tegen de overlast. Voor een psychiatrische patient die iedere dag op de stoep staat te tieren is iets anders nodig dan voor een drugsdealer die zijn klanten aan huis bedient. Dat geldt ook voor de verslaafde die zich niet meer bewust is op welke sterkte hij de geluidsinstallatie heeft staan of de bovenbuurvrouw die zich met veertig katten heeft opgesloten. Landelijk overleg om te komen tot een uniforme aanpak bestaat niet, behalve dan het zogenoemde “grote stedenbeleid” dat de leefbaarheid en veiligheid in een aantal wijken moet vergroten. “Recent is in de werkgroep volkshuisvesting van de Vereniging voor Nederlandse Gemeenten heel kort de overlast aan de orde geweest. Niet echt inhoudelijk, meer toegespitst de nieuwe wetgeving tegen drugsoverlast die in de Tweede Kamer zal worden behandeld”, zegt wethouder W. Verbakel van Dordrecht. Bij de VNG zijn overigens wel gespecialiseerde medewerkers in dienst om gemeentebestuurders bij te staan. Directeur D.Hamersma van de Nationale Woningraad benadrukt dat er geen landelijke, uniforme aanpak bestaat. “Op tijd met elkaar in gesprek zien te komen, dat is de ontwikkeling totnutoe geweest”.

Uit een eerder dit jaar door de Woningraad gehouden onderzoek onder negenhonderd woningcorporaties is gebleken dat het aantal uitzettingen wegens overlast stabiel blijft. Op een totaal van 2,5 miljoen huurwoningen werden vorig jaar twintigduizend verzoeken tot uitzetting ingediend. Daarvan zijn zesduizend gerealiseerd. Ruim 90 procent hiervan betreft ontruimingen wegens huurschulden, het aantal uitzettingen wegens (lawaai)overlast is al enige jaren “stabiel”, tussen de 300 en 350. Directeur Hamersma stelt vast: “Voor woningbouwcorporaties is de leefbaarheid steeds vaker een post op de begroting. Het is een 'prestatieveld' voor ze geworden”.

In Den Haag is onlangs het 'signaleringsoverleg' van de grond gekomen. Daarin werken politie, gemeente, woningbouwverenigingen, instellingen voor hulpverlening zoals RIAGG en maatschappelijk werk onder leiding van de GGD samen. Dit gebeurt op basis van een convenant, ondertekend door alle betrokkenen. “In alle stadsdelen is dit overleg gekoppeld aan de politieposten. We werken ontzetten goed samen”, zegt J. Sariman van de dienst welzijn in Den Haag. Het “maatschappelijk herstel” zoals de aanpak daar wordt genoemd kost “excessief veel tijd, geduld en energie”, en is, zo benadrukt Sariman “moeilijk af te dwingen”. “De eerste ervaringen stemmen positief.”

In de jaren vijftig werden in allerlei plaatsen, meestal net buiten de bebouwing zogenoemde woonscholen opgericht waar asociale gezinnen aangepast moesten leren leven. Deze pedagogische aanpak mislukte onder meer door het stigmatiserende karakter, maar lijkt in deze tijd in een meer indivuele opzet terug te keren. De Tilburgse woonstichting werkt al langer met wijkconsulenten en “een handjevol huismeesters”. Onlangs is met de drie andere woonstichtingen besloten om hardleerse huurders een speciaal programma aan te bieden. Ze moeten als tweede kans lessen gaan volgen in 'normaal wonen'. “De slaagkans is 70 procent. Wie het goed doet mag blijven zitten. Desgewenst zoeken we een huis voor ze in een andere wijk. De 30 procent die het niet haalt moet inderdaad voor de tweede keer het huis uit. Daar hebben wij als woonstichting vervolgens geen zicht meer op”, zegt Scholten. De kosten neemt hij op de koop toe, het hoort er gewoon bij. Ook in Dordrecht kunnen huurders die zoveel overlast hebben veroorzaakt dat er een uitzetting op volgde, aanspraak maken op een herkansing. Die loopt via de Stichting Stoeprand, een benaming die ook in andere steden wordt gebruikt. “Uitzetting is eigenlijk nooit een echte oplossing, maar in sommige gevallen is het de enige oplossing”, zegt wethouder Verbakel. Hij schat dat de gemeente ruwweg 200.000 gulden per jaar uitgeeft aan dit probleem. “Het brengt zijn geld wel op”.

Wie met 'Stoeprand' in zee gaat, zal een contract moeten ondertekenen. “Men krijgt dan via een woningcorporatie een huis toegewezen, dat kan overal in de stad zijn. Als het goed gaat, dan verdwijnt de stichting er weer tussenuit. De mensen moeten dus bewijzen dat ze ordelijk kunnen leven”, aldus Verbakel. In Kampen begint volgende maand een woonbegeleider aan vergelijkbare bezigheden.