Dole geeft zichzelf een nieuwe kans

SAN DIEGO, 16 AUG. Na een campagne die maandenlang maar niet van de grond kwam is Bob Dole er dan eindelijk in geslaagd om zijn Republikeinse achterban enthousiast te maken voor zijn presidentiële ambities.

Geestdriftig nomineerde de Grand Old Party woensdag een kandidaat die altijd meer een pragmatisch wetgever is geweest dan een ideoloog, die 73 jaar oud is en allerminst mediageniek, en die na een leven in de politiek zijn weerzin tegen het oppervlakkige campagnewerk nog altijd niet goed kan verbergen. Ondanks al die handicaps is het hem gelukt zijn partij de hoop te geven dat hij een reële kans maakt om Bill Clinton te verslaan.

Het Republikeinse vertrouwen in Dole begon zich te herstellen toen hij tien dagen geleden zijn bezwaren tegen drastische belastingverlagingen inslikte. Hij stelde de kiezers een klassiek Republikeins verkiezingscadeautje in het vooruitzicht: 15 procent minder inkomstenbelasting.

Daarna verraste hij vrijwel iedereen door zijn oude rivaal Jack Kemp uit te kiezen voor het vice-presidentschap. De energieke en eeuwig opgewekte Kemp belichaamt het soort optimisme dat ook Ronald Reagan uitstraalde. Hij stroomt over, zoals een commentator schreef, van de geest van Amerika - een welkome aanvulling op de broodnuchtere Dole. Deze week hield Dole de aanhang van Pat Buchanan en de voorstanders van het recht op abortus bijeen. Tegelijk slaagde hij er in groepen kiezers aan te spreken die tot nog toe weinig verwantschap voelden met de denkwereld van Dole, Gingrich en hun medestanders in het Congres. Sprekers als de zwarte ex-generaal Colin Powell en de jonge New-Yorkse Afgevaardigde Susan Molinari hielden het Amerikaanse publiek voor dat de Republikeinse partij breder is dan men vaak denkt.

Maar of ook buiten de actieve Republikeinen enthousiasme voor Dole kan worden opgewekt, moet nog worden afgewacht. De afgelopen paar maanden is niet duidelijker geworden waar Dole en zijn partij nu eigenlijk voor staan. Bij zijn tegenstander Clinton is dat, zacht gezegd, ook niet altijd eenvoudig vast te stellen.

Maar de Republikeinen hadden in 1994 nu juist helderheid geschapen met hun Contract met Amerika, een reeks beleidsvoornemens waar men voor of tegen kon zijn, maar die het Congres onder Republikeinse leiding hoe dan ook zou uitvoeren.

Terugdringing van de macht van de federale overheid was de centrale gedachte, terugdringing van het begrotingstekort een van de voornaamste concrete maatregelen.

Pag.5: Speelruimte Dole ligt nog niet vast

Nog steeds wordt met kracht het geloof in een kleine overheid beleden, althans als het gaat om vermindering van het aantal ministeries, lagere belastingen en decentralisatie van de bijstand. Maar de krachtige taal van Gingrich en zijn bondgenoten in het Congres is grotendeels verstomd. De veelbezongen Republikeinse revolutie lijkt wel weggemoffeld, net als de uitgesproken Gingrich zelf. En de totale eliminatie van het begrotingstekort wordt nog wel genoemd, maar in één adem met de omvangrijke belastingverlagingen die het tekort wel eens zouden kunnen vergroten. Zijn de Republikeinen nog dezelfden als twee jaar geleden?

Op levensbeschouwelijk terrein (dat in het Contract met Amerika nauwelijks aan de orde kwam) bepleiten Dole en zijn partij een zeer actieve overheid, die bijvoorbeeld abortus via een amendement op de grondwet strafbaar maakt. Rechters zouden alleen benoemd mogen worden als ze de “traditionele waarden van het gezin” respecteren. En ook of iemand een partner van het eigen of het andere geslacht kiest, wordt beschouwd als een zaak die de overheid aangaat.

De blijkens opiniepeilingen impopulaire bezuinigingsmaatregelen van Gingrich zijn de afgelopen week nauwelijks nog genoemd. Maar zijn ze ook van tafel? Heeft Dole opeens zijn overtuiging verloren dat het stelsel van ziektekostenverzekeringen grondig op de helling moet, en wellicht ook de ouderdomsuitkering? Of komen de plannen na de verkiezingen weer uit de kast? In hun haast om het grimmige imago van het Congres af te schudden hebben de Republikeinen dat in het midden gelaten.

Nog onduidelijker is welke invloed aan christelijk rechts en de geestverwanten van Pat Buchanan moet worden toegekend. Het partijprogramma ademt hun geest, en niet alleen bij het punt abortus. Het programma gaat bijvoorbeeld ook tekeer tegen “wereldbelastingen” die de Verenigde Naties zouden gaan heffen. Hoon wordt uitgestort over de visie, die aan de regering Clinton wordt toegeschreven, dat “naties zoals we die kennen overbodig worden en dat alle staten één enkele wereld-autoriteit zullen erkennen”. Amerikaanse militairen zouden nooit verplicht mogen worden vreemde (lees: VN-)uniformen of insignes te dragen. “En we zullen niet toestaan dat enige internationale rechtbank Amerikaanse burgers arresteert, berecht of straft.” Het is nauwelijks voorstelbaar dat de internationalist Dole zich hierbij op zijn gemak voelt.

Een aantal prominenten in de partij, onder wie Dole, heeft getracht het belang van het partijprogramma te minimaliseren. Maar ook als het document niet uitgevoerd hoeft te worden en niet veel gewicht in de schaal legt, dan nog zegt het iets over de partij wier kader dit alles verkondigt.

Niet alleen de Republikeinen, ook de Democraten ontberen op het moment een duidelijk herkenbare politieke richting. Tijdens een conventie is dat niet zo erg, want daar gaat het in de eerste plaats om de feestelijkheden die de verkiesbaarheid van de eigen presidentskandidaat een handje moeten helpen. Maar op 5 november zijn er niet alleen presidentsverkiezingen. Ook over alle zetels van het Huis van Afgevaardigden en een deel van de Senaat moet worden gestemd. De uitslag van die verkiezingen zal de speelruimte van de president bepalen, wie het ook wordt. Hoe onduidelijker voor de kiezers de posities van de twee grote partijen zijn, hoe groter de kans van een onafhankelijke kandidaat wordt om de uitslag te beïnvloeden door een aanzienlijk deel van de stemmen te trekken.

    • Juurd Eijsvoogel