De hemel op aarde

'De schaamte voorbij' van Anja Meulenbelt (1976) was het eerste bekentenisboek uit de moderne Nederlandse literatuur. “Het is een levensgeschiedenis met de allure van een hedendaags heiligenleven, opgeschreven door de heilige zelf.” Korte serie over boeken die eens een onuitwisbare indruk maakten.

Anja Meulenbelt: De schaamte voorbij. De 22-ste druk uit 1992 is nog leverbaar.

Op de laatste bladzijde van De schaamte voorbij (1976) kijkt Anja Meulenbelt naar een huisvrouw in een supermarkt. 'Ze wordt rood als ze haar geld laat vallen. Ik glimlach haar bemoedigend toe als ze haar portemonnee heeft opgeraapt en staat te frommelen bij de kassa. (-) Ik zou mijn armen om haar heen willen doen, haar koude borsten willen warmen in mijn handen. Mond op mond beademing. Maar ik ben bang om meer te bieden dan het kontakt met mijn ogen, dat ze afwijst. Ze zou schrikken als ze wist wat ik dacht. Een van die vieze lesbiënnes, onnatuurlijke vrouwen, fanatieke mannenhaters. Ze is bang voor me en ik begrijp te goed waarom. Ze zal het zelf moeten doen, de eerste stappen. Ik kan niets anders doen dan wachten aan de kantlijn, wachten tot ze breekt en uit haar kooi barst. Ik kan haar een hand toereiken om zich aan vast te houden als ze dat wil. Een schouder om op uit te huilen als ze niet meer kan.'

Wat die anonieme vrouw achter haar karretje van Anja Meulenbelt dacht, zullen we nooit weten, maar van Anja zelf weet je op dat moment alles. Ze heeft zich ontworsteld aan de wurgende greep van een tienerhuwelijk, flink rondgeneukt in het alternatieve theatercircuit van Amsterdam en via het marxistisch-leninisme het socialisties feminisme omarmt. Praatgroepen, vrouwenkampen, kommunes, vormingstoneel, femsoc-vrouwen, opperheksen, het lesbies front - je kunt het niet bedenken, of Anja is erbij geweest, stond in de voorhoede ervan, richtte het op of liep er als eerste uit weg. Twintig jaar later leest het als een hellevaart, maar Anja zelf, en tienduizenden lezers met haar, zagen De schaamte voorbij als een adembenemend verslag van een proces van bewustwording, zelfontplooiïng en bevrijding.

De schaamte voorbij was een sensatie en ik begrijp nu nog wel waarom: het is het eerste moderne Nederlandse bekentenisboek. Waren de ontboezemingen van Jan Cremer ruim tien jaar daarvoor vooral bedoeld om te laten zien hoe uniek on-Nederlands Jan Cremer was, de 'persoonlijke geschiedenis' van Anja Meulenbelt diende als voorbeeld voor vrouwen die nog met teneergeslagen ogen achter hun karretje in de supermarkt liepen. Wat Anja Meulenbelt beleefd en doorstaan had, was niet alleen maar particulier, het maakte deel uit van de collectieve vrouwelijke ervaring, zoals die behaarde, aapachtige Amerikaanse theatermakers waarmee ze eind jaren zestig het bed indook stuk voor stuk iets van de Man in zich bleken te hebben. Als literair genre was De schaamte voorbij nieuw: ik heb geleefd en geleden, zodat anderen er inspiratie uit kunnen putten. Een levensgeschiedenis met de allure van een hedendaags heiligenleven - veel lijden, veel tranen en dan ineens het licht - opgeschreven door de heilige zelf.

Die religieuze termen gebruik ik niet zomaar: zoals uit het citaat hierboven al op te maken valt, is De schaamte voorbij een autobiografie met Messiaanse-trekken. In heel haar beschreven leven is Anja het onderwerp van spot en haat. Waar ze ook gaat, ze wordt belasterd en uitgestoten. Mannen, ze ziet het meteen, voelen zich bedreigd door haar fenomenale zelfvertrouwen zodra ze ergens binnenstapt. Vrouwen worden onherroepelijk jaloers op haar succes. Maar hoewel Anja, verzekert ze haar lezers steeds opnieuw, haar zwakke momenten kent, momenten van onzekerheid en verdriet, van boosheid en rancune, is er geen weg meer terug: ze heeft een taak te vervullen.

Waaruit bestaat die taak? In De schaamte voorbij vertelt Anja Meulenbelt het verhaal van haar eigen ontwikkeling om het persoonlijke achter de politiek zichtbaar en vooral voelbaar te maken - het persoonlijke, leerde het feminisme, ís immers politiek?

Maar wie het boek nu leest, ziet vooral een poging om het particuliere te verheffen tot iets groots, het vastberaden voornemen om in de tergende alledaagsheden van een gewoon leven grote, betekenisvolle verbanden te ontdekken. De morsige details van Anja's relaties met haar mannen krijgen voor haar betekenis, wanneer ze ontdekt dat ze niet alleen is, dat het persoonlijke eigenlijk maatschappelijk is, haar ongeluk eigenlijk onrecht. De ontdekking van haar lotsverbondenheid met andere vrouwen brengt haar halverwege haar relaas in een wezenloze extase - veel samen dansen en knuffelen, elkaar strelen en veel gemeenzaam gevoel; bijvoorbeeld de ontdekking dat bijna alle vrouwen wel eens net gedaan hebben alsof ze een orgasme kregen. In een praatgroep bekent Anja dat zich schaamt voor haar hangborsten en wat blijkt? De andere vrouwen vinden dat helemaal niet erg, ze raken ze aan en vinden ze zelfs mooi.

Die gelukzalige wezenloosheid van vrouwen onder elkaar - voor Anja Meulenbelt bezitten vrouwen een zelfde zuiverheid als dolfijnen voor Prinses Irene - lijkt eerst haaks te staan op de politieke bewegingen en feitelijke discussies over het feminisme. Totdat je ontdekt dat al die grote woorden - vrouwenstrijd, klassenstrijd - al die reusachtige, betekenisvolle verbanden, en dat marxistisch jargon over maatschappelijke verhoudingen, eveneens een poging zijn om de werkelijkheid van alledag te ontkennen, om betekenis te geven aan wat nietig en betekenisloos kan lijken. Ze hebben de schijn van realistische analyses, maar twintig jaar later zie je pijnlijk goed dat het onwerkelijke woorden zijn die het alledaagse bestaan een transcendentale glans moeten geven. In het reeële maatschappelijke proces van vrouwenemancipatie school onmiskenbaar de verwachting van een verlossing.

Anja Meulenbelt ziet hoe dwingend en benauwend die politieke retoriek kan zijn en ze blijkt ook oog te hebben voor het venijn en de onredelijkheid van al de ideologisch bevlogenen om haar heen, voor hun menselijke kanten dus. Dat moet de verademing van haar boek geweest zijn. Niettemin houdt ze de lezers van De schaamte voorbij de mogelijkheid tot verlossing voor, de vrouwenhemel op aarde, en dat maakt dit boek tot een valse getuigenis. Ongetwijfeld geeft het je een gevoel van bevrijding wanneer je je borsten vrij laat hangen onder je blouse en wanneer je eindelijk durft te roepen dat je niet klaarkomt, maar dat betekent nog niet dat de verlossing nabij is. Schuldgevoelens zijn onuitroeibaar gebleken, ongeluk blijkt niet uit te bannen. Onderwerping en onderdrukking onttrekken zich al te vaak aan ideologische analyses. In iedere man of vrouw schuilt veel persoonlijks dat nooit politiek zal kunnen worden. En de schaamte gaat nooit voorbij.

Of die waarheid inmiddels tot Anja Meulenbelt zelf is doorgedrongen, weet ik niet. Ze woonde jarenlang bij mij in de buurt en ik zag haar regelmatig in de supermarkt, onhandig manoeuvrerend met haar karretje tussen de schappen. Ik heb haar bemoedigend toegelachen.