CP'er bedacht dodelijk ongeluk

ROTTERDAM, 16 AUG.Het Rotterdamse raadslid voor CP'86 J. Freling heeft het geheime telefoonnummer van wethouder H. Simons laten opsporen door een Belgische vrouw. Zij ontfutselde het nummer aan de fractieleider van de PvdA in de Tweede Kamer, J. Wallage, door te zeggen dat een familielid van Simons was verongelukt in België. De dag nadat ze Freling het nummer had gegeven, begon een stroom van dreigtelefoontjes naar Simons.

Dit bleek gisteren tijdens een kort geding dat de CP'86-raadsleden Freling en Teijn hadden aangespannen tegen de gemeente Rotterdam. De raadsleden vechten het besluit van burgemeester Peper van begin juni aan waarin hun het gebruik van een fractiekamer in het stadhuis werd ontzegd. Aanleiding was een dreigtelefoontje naar wethouder Simons vanuit de fractiekamer van CP'86.

Tijdens de zitting citeerde de advocaat van de gemeente Rotterdam, J. Mentink, uitvoerig uit een brief van M. de Bruin aan het college van B en W. De Bruin is de voormalige Belgische vriendin van de Centrum-democraat M. de Regt die onlangs door Janmaat uit die partij werd gezet. De Bruin kreeg in mei van Freling het verzoek het geheime nummer van Simons te achterhalen. Ze deed zich bij Wallage voor als fractiemedewerker van het CDA en als medewerker van de Belgische verkeersdienst. Wallage gaf haar het privé-nummer van Simons nadat zij hem had wijsgemaakt dat Simons' zoon verongelukt was in België. Daarna had ze Simons met hetzelfde verhaal gebeld “om te controleren of het nummer klopte”.

Op een vraag van rechtbankpresident J. Mendlik bevestigde Freling gisteren het verhaal van De Bruin, maar hij ontkende iets te maken te hebben met de dreigtelefoontjes die daarop volgden. Hij zei dat hij Simons' geheime nummer wilde hebben omdat het uit oogpunt van “openbaarheid van bestuur” onjuist zou zijn dat bestuurders geheime nummers hebben.

Mentink stelde gisteren dat de fractiekamer van CP'86 sinds de komst van Freling in 1994 een “broeinest van intimidatie, provocatie en dreiging” was. Raadsleden en fractiemedewerkers van de andere partijen klaagden herhaaldelijk, maar volgens Mentink was keer op keer besloten CP'86 niet anders te behandelen dat andere partijen.

Eerder was wethouder H. Meijer door Frelings' fractiemedewerker R. Tubergen mishandeld. Na de mishandeling van Meijer werd Tubergen drie maanden de toegang tot het stadhuis ontzegd. Wethouder Simons was als loco-burgemeester verantwoordelijk voor de beslissing.

Daarop volgde de telefoon-terreur tegen Simons en zijn familie.

De advocaat van de CP'86-raadsleden, J. Hendriks, stelde gisteren dat Rotterdam met het sluiten van de fractiekamer oneigenlijk heeft gehandeld. De CP'ers zouden door deze stap hun werk als raadslid niet meer kunnen doen. Hendriks schetste het sluiten van de fractiekamer als een uitholling van de democratie: “vandaag zij, morgen gij.”

De advocaat van de gemeente verweet Hendriks de zaak te politiseren, terwijl het om wangedrag zou gaan dat de gemeente bij geen enkele partij zou tolereren. Ook hield hij de rechtbankpresident voor dat nergens in de Gemeentewet staat opgetekend dat partijen recht hebben op een fractiekamer en dat CP'86 daarom geen rechten waren ontnomen. De burgemeester had slechts zijn plicht gedaan als beheerder van de goede orde in het stadhuis, aldus Mentink.

Uitspraak 22 augustus.