Cd-handel

Dat de platenindustrie vorige week van de president van de Utrechtse rechtbank steun heeft gekregen in haar strijd tegen de parallel-import van goedkope cd's, heeft alom verontwaardiging gewekt. Als een volksheld die een eervolle nederlaag heeft geleden in zijn gevecht tegen het grootkapitaal verscheen de Amersfoortse platenwinkelier die geen cd's uit Amerika meer mag inkopen, in het journaal.

Hij kan er niets aan doen, voortaan moeten zijn klanten weer de door de Nederlandse industrie vastgestelde prijzen betalen. En hij zal niet de enige zijn die in het stof moet bijten; nu er één slag is gewonnen, worden de komende tijd ongetwijfeld ook andere detaillisten voor de rechter gesleept. Zij allen zullen zich, net als hij, kunnen verheugen in de sympathie van hun publiek.

Dat is begrijpelijk, en toch merkwaardig. Een supermarkt die in België een voorraadje Nederlandse boeken opkoopt en die tegen lage prijzen bij de kassa zet, heeft nooit zulke golven van medeleven veroorzaakt. Dat de nieuwe A.F.Th. van der Heijden kost wat hij kost, ergert kennelijk niemand. Maar dat de nieuwe Lou Reed of Iggy Pop niet tegen een lagere prijs te koop is, wordt gezien als onrechtvaardig. De vaste boekenprijs is een gegeven waaraan niet wordt getornd. Een vaste platenprijs bestaat niet meer; de Economische Controledienst is nu zelfs doende met een onderzoek naar de vraag of de platenmaatschappijen misschien toch in het geniep prijsafspraken met elkaar maken.

Ook zonder in die kartel-kwestie of in de zaak van de Amersfoortse winkelier te treden, is het zonneklaar dat boeken en platen met volstrekt verschillende maten worden gemeten. Niet alleen door de publieke opinie, maar ook door de overheid. Neem alleen al de btw: de platen vallen in het hoge tarief (17,5 procent) en boeken in het lage (4 procent), dat speciaal is ingesteld om de barrières bij de verspreiding van culturele uitingen onder alle lagen van de bevolking zo laag mogelijk te houden.

Terwijl er vanzelfsprekend geen principieel verschil tussen de beide cultuurdragers bestaat: in de boekhandel ligt minstens zoveel pulp als in de platenwinkel, en op de plaat verschijnt minstens zoveel moois als in een boek. Herman van Veen en Toon Hermans worden in boekvorm als cultuur beschouwd en op de plaat niet. Een biografie over Leonard Bernstein is cultuur, een plaatopname van zijn concerten niet. Het spoorboekje en een postzegelalbum vallen onder het lage btw-tarief, maar de Vijfde van Beethoven niet. Huub van der Lubbe zingt bij De Dijk op de plaat: geen cultuur. Huub van der Lubbe bundelt zijn teksten - en bingo: cultuur!

Overheid en publieke opinie lijden aan dezelfde zinsbegoocheling: de boekhandel handelt in cultuur en de platenhandel in handel. Misschien moet die Amersfoortse detaillist op zijn lege plek in de winkel maar eens een stapeltje afgeprijsde Van der Heijdens neerleggen.