Buurt vreest grotere agressiviteit door junks

AMSTERDAM, 16 AUG. “Bitch!” De aangesprokene draait zich om. “Ja, jij! Je verstaat het heel goed”, roept een junk in het metrostation Wibautstraat in Amsterdam. De vrouw haalt haar schouders op en loopt door. De junk kijkt zoekend rond, maar geen van zijn maten laat zich zien. Na een uur is ook hij verdwenen.

Gisteren werd een nieuwe maatregel van kracht die de overlast, veroorzaakt door drugsverslaafden in een aantal metrostations in Amsterdam, drastisch moet inperken. Samenscholingen van meer dan vier personen van wie kan worden verondersteld dat zij drugs gebruiken danwel verhandelen, zijn verboden. Mensen die overlast veroorzaken krijgen een verwijderingsgebod opgelegd gedurende acht uur en/of voor een periode van veertien dagen. De maatregel geldt voor de metrostations Centraal Station, Nieuwmarkt, Waterlooplein, Weesperplein en Wibautstraat.

De stations vertoonden vanochtend hetzelfde beeld als gisteren: vrijwel geen junk te bekennen, maar ook geen politie, althans niet bij de metrostations Weesperstraat en Wibautstraat. Wel was de politie gistermiddag zichtbaar aanwezig op de Zeedijk en in de omgeving van de Nieuwmarkt, maar zij kon niet verhinderen dat er lustig werd gebruikt en gedeald. Winkeliers in de Anthoniebreestraat, in de directe omgeving van het metrostation Nieuwmarkt, worden moedeloos van het nieuwe offensief om de junks uit de metrostations te verwijderen. “Dit is weer zo'n plan om ze op te jagen. Het schiet niks op, want ze blijven toch wel komen. Dan heb ik persoonlijk liever dat ze onder de grond blijven”, zegt J. van Vlaanderen, eigenaar van een sigarenzaak.

“Knijpen in een ballon”, zo kwalificeert boekhandelaar D. Pereboom het beleid van politie en gemeente. “Ze trekken een blik agenten open, maar het blijft een kat en muis spel. Het is allemaal erg kortzichtig.”

Sinds 15 juli wordt een speciaal team van 36 agenten ingezet om de overlast in de metrostations te bestrijden. Anders dan in vroeger dagen wordt een junk die nu het verwijderingsgebod negeert, linea recta aan justitie overgeleverd, verzekert een woordvoerder van de politie. Wijkteams moeten de zaak op straat in de gaten houden. Boekverkoper F. Schnuck zal de dag prijzen dat hij daar in zijn buurt, vlakbij de Nieuwmarkt, daadwerkelijk iets van merkt. “Het is elke ochtend hetzelfde. Als ik fris geschoren op mijn werk kom, ligt het hier vol met zilverpapier, blikjes, etensresten en in het ergste geval braaksel. Dan ga je maar weer eens bellen met de gemeente of ze de rotzooi komen opruimen.” Dat gebeurt dan weliswaar, “maar altijd later dan ik zou willen”, zegt hij. De junks komen niet in zijn winkel, noch lopen ze de cafés binnen. Ze weten dat ze niet gewenst zijn.

Volgens zijn collega zijn de junks de laatste jaren agressiever geworden. “Als ze vroeger voor je deur stonden en je vroeg of ze weg wilden gaan, dan gingen ze ook. Nu krijg je meteen een grote bek terug. Het is allemaal nerveuzer, meer gespannen geworden.” Het bewijs hiervoor werd gistermiddag geleverd door een jonge vrouw die haar ogen achterna holde op zoek naar haar dealer.

Een winkelier vermoedt dat drugsverslaafden steeds vaker crack gebruiken. Het middel werkt kort maar hevig en zou de gebruikers in hun drang om te scoren nog verder opjagen.

A. de Loor van de Stichting Adviesbureau Drugs verricht momenteel onderzoek naar het crackgebruik in de hoofdstad, maar relativeert de verhalen over het toenemende gebruik ervan: “Er wordt een spookbeeld gecreëerd rond crack. Ik ken maar twee plaatsen in de stad waar crack in kant-en-klare vorm wordt aangeboden.”

Het openstellen van gedoogruimten voor de dak- en thuisloze drugsverslaafden is volgens bewoners van de Amsterdamse binnenstad weliswaar niet dé oplossing voor het probleem, maar met de komst van deze ruimten zou het probleem wel beheersbaar kunnen worden gemaakt. Wethouder Van der Giessen (drugsbeleid) pleitte begin juni voor het instellen van zulke ruimten in buurten waar sprake is van straatoverlast door druggebruik. Na de zomer wordt dit voorstel op stadsdeelniveau besproken.