Bij China sla je links af

Alan Garner: Strandloper. Uitg. Harvill, 201 blz. ƒ 40,50 (geb.).

De Engelse roman Strandloper, waarvan uitsluitend de titel gemakkelijk in het Nederlands te vertalen zal zijn, hangt tegen het genre van de historische fantasy aan. Daar moet je van houden. Het verhaal is gebaseerd op een historisch feit, al het overige is bedacht, en hoe. Een boerenzoon die last heeft van angsttoevallen, is nog nooit verder dan 10 mijl van zijn huis vandaan geweest. Van een door de Franse Revolutie aangestoken edelmanszoon leert hij schrijven op ruw papier en eikenbast. Dat komt de boerenjongen, William, duur te staan. De de vader van de edelman is zo bang voor het overslaan van revolutionaire ideeën dat hij William in de boeien laat slaan en verbant naar een uithoek van de wereld. De boottocht is lang, smerig en wreed maar William houdt moed: zodra hij aan wal is zal hij ontsnappen en terug naar huis lopen. Dat is makkelijk; bij China, waar alle mensen blauw zijn, sla je linksaf en dan is het almaar rechtdoor. Zo geschiedt. Met het blauwe porseleinen bord - uit China - uit het bezit van zijn geliefde in gedachten wandelt William weg. Daar ook laat de schrijver zijn verbeelding de vrije loop. De jongen lijdt vreselijke ontberingen, drinkt gek van dorst zijn eigen urine en bloed, loopt in kringetjes met zijn op boomschors getekende kompas, en valt in handen van een stam inboorlingen die in hem hun langverwachte Verlosser zien, Murrangurk. Dertig jaar lang vertoeft hij onder hen, zich overgevend aan al hun barbaarse en onbegrijpelijke bijgelovige rituelen. De auteur trekt hier een zware wissel op het inlevingsvermogen van de rationele lezer.

William, inmiddels met een houtje door zijn neus, wordt 'bevrijd' door een Engelse koloniaal die hem in ruil voor vredesonderhandelingen een overtocht naar zijn vaderland schenkt waar de revolutie nooit is doorgedrongen, zijn geliefde is getrouwd en een porseleinverzameling koestert, en de adellijke zoon in het onderwijs is beland.

Het esthetisch genot van deze merkwaardige roman schuilt hoofdzakelijk in het uiterst fantasierijke taalgebruik. 'I'm feart. I might cack me.' Maar ook hele lappen tekst in een nauwelijks doorgrondelijk oertaaltje van inboorlingen. “He put a koim bone through his nose in place of a reed, and tied bwal about his arms and around his ankles. Then he sat in turn before the Clashing Rock and before the Tree, and sang them into him. He faced the Spirit Hole.”

Wat mij betreft heeft Garner zijn 'strandloper' wat al te veel de vrije loop gelaten en zal alleen de grap 'bij China waar alle mensen blauw zijn linksaf' bijblijven.