Bedelen om tabak

Frits Vos: Gedichten van de excentrieke Zen-priester Ryokan. Uitg. Meulenhoff, 108 blz. ƒ 36,90.

Japan mag nu bekend staan om zijn legioenen uniforme zakenlui, het land heeft in de loop der eeuwen ook een flink aantal prettig gestoorde typen voortgebracht. Daarvan spannen eigenzinnige monnik-dichters de kroon. De twaalfde-eeuwse Myoe bijvoorbeeld, gaf af op monniken die naar zijn smaak te laks in de leer waren: 'Ook in deze bergtempel/ stinkt het naar monniken,/ hier moet ik weg:/ als je hart maar puur is,/ kan je ook op de plee wonen'.

Een late geestverwant is Ryokan, van wie nu voor het eerst poëzie in het Nederlands is uitgebracht. Emeritus hoogleraar Japans Frits Vos vertaalde een selectie van Chinese en Japanse gedichten van deze zen-priester uit het achttiende-eeuwse Japan en voegde er een uitgebreid nawoord aan toe.

Het heeft nooit aan belangstelling voor Ryokan ontbroken. 'Een grote dwaas' heette hij en sloot daarmee aan bij een lange traditie van zen-monniken voor wie excentriciteit een middel was om tot inzicht te komen. Als Ryokan op bedeltocht ging, droeg hij op zijn rug een tabakszakje waarin gulle gevers hun tabak kwijt konden, die hij dan oprookte. Hij sprak liever met kinderen dan met volwassenen. Hij dronk, mijmerde over hoeren en had op het eind van zijn leven een verhouding met een beeldschone, veertig jaar jongere non. Poëzie over zulke onderwerpen slaat altijd aan. Het is die bij tijden bijna burleske toon in zijn poëzie die Ryokans gedichten populair maakt.

Hoewel hij graag in twee talen dichtte, bereikt Ryokan in het Chinees lang niet altijd dezelfde soepelheid als in het Japans. Vrijgevochten dichters uit het oude China waren zijn grote voorbeeld in het Chinees. Zijn Japanse poëzie staat bekend als puristisch en semi-archaïsch. Toch leidt dit af en toe tot een omgekeerd resultaat: melig in het Japans en plechtig in het Chinees.

Het ontbreekt in de bundel niet aan commentaar, maar iets meer uitleg over zen had niet misstaan. Niet iedereen heeft ten slotte de zen-studie Spel zonder snaren in de kast staan, die Vos dertig jaar geleden met Erik Zürcher schreef. Het woord 'zen' schrikt velen af, terwijl Ryokan juist laat zien dat meditatie niet alleen op een klinische theeceremonie slaat, maar ook een menselijk gezicht kan hebben.

    • Ivo Smits