ABN Amro: winstsprong met rugwind

AMSTERDAM, 16 AUG. Een uiterst tevreden bestuursvoorzitter J. Kalff van ABN Amro presenteerde gisteren de grootste winstsprong in de geschiedenis van de bank. Het netto resultaat over het eerste halfjaar schoot omhoog tot 1696 miljoen gulden, ruim 36 procent meer dan in de zelfde periode vorig jaar.

Die uitbundige stijging illustreert vooral het uitzonderlijk gunstige gesternte waaronder banken in de eerste helft van dit jaar zaken deden. Dat komt door het renteklimaat en de stemming op de financiële markten waarin de banken opereerden.

Wat de rente betreft maken banken niet alleen winst door goedkoper geld aan te trekken dan dat ze het uitlenen. Een deel van die gelden wordt voor een andere looptijd uitgezet dan waarvoor het is aangetrokken. Het verschil tussen de rente op kortlopende kredieten (nu circa 3 procent) en tienjarige leningen (voor staatsobligaties nu 6,25 procent) liep in het eerste halfjaar op van 2,5 tot boven de drie procent. Het komt niet vaak voor dat de omstandigheden om goedkoop kort geld aan te trekken en duur lang geld uit te lenen zo gunstig zijn. Het is, ondanks de felle concurrentie op de markt voor kredietverlening, terug te vinden in de verbeterde rentemarge van ABN Amro. Die bedroeg 2,43 procent, tegen 2,26 procent in de eerste helft van 1995. De rente-inkomsten stegen met 13 procent.

De tweede belangrijke bijdrage aan de winst is de financiële handel. De financiële markten kenmerkten zich in de eerste helft van dit jaar door een grote activiteit, wat goed is voor de provisie-inkomsten voor effectenhandel en plaatsing van aandelen en obligaties. ABN Amro domineerde in Nederland de markt voor aandelen (de beursgang van Van Leer) en obligaties (de miljardenlening van de Europese Investeringsbank uit januari). Koersstijgingen werkten door in de resultaten van de handel voor eigen rekening. Vooral de investment-bankingpoot Hoare Govett (met daarin de Scandinavische activiteiten van Alfred Berg) en het Amsterdamse valutabedrijf droegen bij aan een stijging van de provisie-inkomsten met 24,9 procent tot 2474 miljoen gulden en een groei van de inkomsten uit financiële handel met liefst 85 procent tot 904 miljoen gulden.

Ook de valuta's zaten de bank mee. Zonder de waardedaling van de gulden tegenover de meeste belangrijke valuta's (waaronder met name de Amerikaanse dollar) ten opzichte van het extreem hoge niveau in de eerste helft van 1995 zou het bedrijfsresultaat van de bank niet met 36, maar met 31 procent zijn toegenomen.

ABN Amro's winstsprong is verbluffend, maar vergeleken met het buitenland niet uitzonderlijk. Overal waar banken onder met Nederland vergelijkbare rente- en marktomstandigheden opeerden, waren er uitschieters. In Zwitserland was de winststijging van zowel Union Bank of Switzerland (33 procent) als die van Swiss Bank (34 procent) vergelijkbaar met die van ABN Amro. In Duitsland presenteerde de Commerzbank een winststijging van 47 procent voor belastingen. Dresdner Bank kwam met 44 procent, mede door de bijdrage uit de financiële handel door de Britse dochter Kleinwort Benson. Zelfs de Bayerische Vereinsbank, waar het accent veel sterker op het rentebedrijf ligt, rapporteerde een winstsprong van 24 procent. Alleen Deutsche Bank, ABN Amro's grootste rivaal, meldde een naar verhouding magere stijging van het resultaat met 15 procent.

Dat laatste zal de top van ABN Amro extra verheugen. De invloedrijke Amerikaanse effectenbank Goldman Sachs stelde onlangs in een vergelijking tussen Deutsche en ABN Amro de Nederlandse bank voor als model voor de rest van Europa, ook voor Deutsche Bank. ABN Amro's raad van bestuur was daar zo mee in zijn nopjes dat hij gisteren de uitzonderlijke stap nam het bewuste rapport van Goldman Sachs met de halfjaarcijfers mee te leveren. Ter lering van Deutsche, en vermaak van ABN Amro.

Juist in dat rapport werd er overigens vanuit gegaan dat ABN Amro veel in het werk zou stellen de winstgroei in het eerste halfjaar te temperen door het nemen van zo veel mogelijk provisies. Dat blijkt slechts mondjesmaat te zijn gebeurd, en het is een van de verklaringen voor het feit dat de winstgroei van de bank de voorspelling van de meeste analisten ver overtrof.

Stijgt de winst van ABN Amro het komende halfjaar net zo hard door? Het is de vraag of de verhouding tussen de lage rente op korte leningen en de hogere rente op langlopend krediet zo gunstig blijft als hij was. Maar erg veel zien de meeste rente-analisten daar niet in veranderen. Wel zijn de vooruitzichten voor de financiële markten onzeker, en is de tweede helft van elk jaar vaak minder lucratief voor de investment bankers. ABN Amro-bestuurder R. van Tets wees daar gisteren op, en noemde vooral de stille maanden juli en augustus als oorzaak van dat seizoenseffect. Maar in juli denderde de provisietrein van de bank gewoon voort, onder (veel) meer met een aandelenemissie voor Ahold, en een obligatielening van 3 miljard gulden voor het Franse sociale-zekerheidsfonds Cades.

Belangrijk is wel dat de tweede helft van vorig jaar, waarmee de winst moet worden vergeleken, veel beter was dan de eerste helft: het zal moeilijker zijn om ten opzichte daarvan een stijging te laten zien. Topman Kalff voorspelde gisteren een “belangrijke” stijging van de winst over geheel 1996. Dat wijst, volgens geaccepteerd beursjargon, op een stijging van tussen 12 procent en 20 procent. Maar de winstgroei over de eerste helft van dit jaar is al zo enorm, dat zelfs voor het halen van een winstgroei van 20 procent over geheel 1996 nog maar een stijging van 5 procent ten opzichte van de tweede helft van vorig jaar nodig is. Kalff voegde dan ook toe dat zijn schatting voor geheel 1996 “conservatief” zou kunnen uitpakken.