Vrij stinken voor de varkensstallen

ZELHEM. De scherpe, zeurende stank slaat op de keel. De ogen van mevrouw van Kooten uit het dorp Zelhem gaan er soms van tranen. De mestdampen walmen over de viooltjes en hoge gele schermbloemen in de voortuin. Bij noordoostenwind stinkt het het meest. De lucht komt van een paar gesloten gebouwen met grote voedselsilo's er naast, verscholen achter het woonhuis.

Maar de schijn bedriegt. “Als je al die varkens los zou laten, is het hele dorp verstopt”, zegt mevrouw van Kooten. In Schoorl, waar dominee E. van Kooten voor zijn emeritaat preekte, was de lucht frisser. Al meer dan drie jaar hebben de van Kootens, die hier zijn gepensioneerd, procedures gevoerd om de stank te beperken. Met weinig succes. Op elke juridische overwinning volgde stilte. Volgens burgemeester Th. Heere van Zelhem moesten de wettelijke termijnen in acht worden genomen.

Na twee sommeringen van de Raad van State en onderhandelingen met de gemeente heeft de overbuurman van Kooten eindelijk toegezegd dat hij van 1.900 varkens zal teruggaan naar 1.400. Maar een in september uit te vaardigen Algemene Maatregel van Bestuur zal het de overbuur mogelijk maken om weer terug te gaan naar 1.900. Die maatregel ratificeert de status van het platteland als industrieterrein.

Wie in het groen wil wonen of recreëren, moet de stank op de koop toe nemen. Een woordvoerder van de Oost-Nederlandse boerenorganisatie, GLTO, gebruikt liever het woord “geurhinder”. Maar veehouders doen wel mondkapjes op als ze de stallen in gaan om zich tegen de ammoniakuitstoot te beschermen. Gelukkig kan bijna iedereen zich vakantie naar Frankrijk veroorloven. Daar zijn de boeren minder produktief en ruikt het nog wel eens naar bloemetjes. Het Peelse en Brabantse groen worden steeds minder geschikt als vakantiebestemmingen en zelfs de Veluwe wordt aangetast door de agro-industrie. Veel eiken verliezen nu al hun blad. Ze kunnen zich niet handhaven in de droogte omdat de wortels zijn verschrompeld. Natuurlijk zwemwater wordt groen slijm.

Afgelopen dinsdag kwam de populistische boerenleider, W. van den Brink, bekend van radio en tv, met wat aanhangers naar Zelhem en andere plaatsen om te demonstreren voor meer stank op het platteland. Zo'n boerenprotest geschiedt niet meer met rieken maar de veehouders stappen uit Mercedessen en grote Opels. Underdog is het bruine front allerminst. De grootste boer van Zelhem heeft 6.000 varkens. Door de gekke-koeienziekte trekken de varkensprijzen weer aan en de mestwetgeving is zo ondoorzichtig dat volgens sommige kenners een uitbreiding van de huidige, in concentratiekampen ondergebrachte veestapel van 15 miljoen varkens in het verschiet ligt.

Het grondwater vervuilt en waterleidingbedrijven moeten bronnen sluiten. Landbouwers zelf gooien de eigen putten dicht. Er bestaat geen filter tegen schadelijke nitraten. De zwaarste lading fosfaten, nitraten en ammoniak moet nog arriveren, omdat het tientallen jaren duurt voor de huidige overproduktie goed en wel tot het grondwater is doorgedrongen. De verontreiniging tart alle Europese en internationale normen.

De strijd over stank is typerend voor de schuchterheid van de overheid tegenover varkens. Sinds 1976 hebben varkenshouders een hinderwetvergunning nodig voor uitbreiding. De gemeenten hebben deze wetgeving nooit uitgevoerd. De boeren breidden uit zonder een vergunning aan te vragen. Ze kregen zelfs ruime subsidies en aftrekposten voor de groei van hun bedrijf. Tot de milieubeweging, wanhopig geworden door de vele mazen in de mestboekhouding, de verwaarloosde Hinderwet aangreep als wapen tegen de varkensoverbevolking en de registratie op het stadhuis ging vergelijken met de bestaande situatie in de stallen.

Arend Bosscher van Milieudefensie volgt het vergunningenverloop bij alle dorpen en steden in Twente en de Achterhoek. Met procedures bij de Raad van State dwingt hij lakse gemeentebesturen tot actie. En dat valt zwaar, want in de Achterhoek overheerst nog altijd noaberschap, het goede buurmanschap van mensen die vaak nog onderling verwant zijn. De oudere bewoner Anton Olieslager vindt de poeplucht een teken dat het goed gaat. “Ik ruuk het liever dan de autogassen in de stad”, zegt hij.

De zogenoemde daling van het fosfaat- en stikstofgehalte in de mest is mede veroorzaakt doordat de varkenshouders zichzelf ruimte verschaften met veel te hoge schattingen van hun mestuitstoot in het peiljaar 1987. De ammoniakproduktie is onveranderd gebleven ook al vliegt de mest niet meer door de lucht maar blubbert ze uit slangetjes in machinaal gegraven ondergrondse sleuven.

Het komende politieke seizoen komt de sanering van de onrendabele boerenbedrijven aan de orde. De overheid wil daar 475 miljoen gulden aan uitgeven. De landbouworganisaties willen dat geld zelf hebben om dan de mestrechten van de verloren bedrijven te verdelen over andere varkenshouderijen. De landbouwers hopen op de gouden uitvinding die een eind maakt aan alle ellende. Bosscher zou daarentegen het liefst de overheid de mestrechten laten opkopen zodat degene die de varkenshouderij opgeeft met een kapitaaltje achterblijft.

Voorlopig gaan de Van Kootens en andere buren van walmende boerenschuren er niet op vooruit. Volgens de huidige planning moet de mestbalans pas ruim in de volgende eeuw in evenwicht zijn. Zo hebben overheden elders prachtige toekomstplannen voor de verbetering van het regenwoud. “Zelhem heeft haar eigen wetten”, concludeert Van Kooten. Nederland ook. Wat uit de aars van een dier komt, krijgt een coulante behandeling, of het nu hondenpoep is of varkensmest.