Vervuiler van de WAO moet nu gaan betalen

DEN HAAG, 15 AUG. De prop die elke besluitvorming over de WAO maandenlang blokkeerde is dinsdag door de meest betrokken bewindslieden van het kabinet-Kok verwijderd. De WAO-premie zal niet per bedrijfstak of risicogroep variëren, zoals het kabinet aanvankelijk wilde, maar per individueel bedrijf. Bedrijven worden zodoende afgerekend op hun eigen gedrag met betrekking tot het veroorzaken van arbeidsongeschiktheid en niet op dat van andere bedrijven.

Met het gisteren genomen besluit wordt niet alleen de weg vrijgemaakt voor een ingrijpende wijziging van de WAO per 1 januari 1998, maar ook van de uitvoeringsorganisatie.

“In feite voltrekt zich in de WAO nu een dubbele privatiseringsslag”, zegt de voorzitter van het Tijdelijk instituut voor coördinatie en afstemming in de sociale zekerheid (Tica), Flip Buurmeijer. “De inhoud van de wet verandert. Zo krijgen werkgevers de mogelijkheid om voor de eerste vijf jaar arbeidsongeschiktheid zelf het risico te dragen. Maar ook bij de uitvoering van de WAO worden publiekrechtelijke organen veranderd in private uitvoeringsinstellingen. De ene ontwikkeling kan niet worden losgezien van de andere. Beide privatiseringsslagen zijn essentieel voor het terugdringen van het aantal arbeidsongeschikten.”

Buurmeijer was in 1993 voorzitter van de parlementaire enquêtecommissie Uitvoeringsorganen sociale verzekeringen, die de mankementen in het systeem trachtte op te sporen. Sindsdien probeert hij als Tica-voorzitter de aanbevelingen van zijn eigen enquêtecommissie te verwezenlijken.

Voor Buurmeijer zijn de mankementen in het oude systeem glashelder. “Vroeger was niemand aanspreekbaar in de WAO. Niemand had de schuld, allemaal dikke bult. Het kabinet is nu bezig de kosten daar te leggen waar ze worden gemaakt. Het principe van: de vervuiler betaalt. In dat licht moet je de premiedifferentiatie zien. Bedrijven krijgen een eigen financieel belang bij het terugdringen van de arbeidsongeschiktheid. Daar zijn ze gevoelig voor.”

Het veranderen van rechten en plichten in de wet vindt Buurmeijer belangrijk, maar even essentieel is de geplande ingreep in de uitkeringsbureaucratie. Buurmeijer: “Er lag een blokkade op de besluitvorming over de uitvoeringsorganisatie, doordat het kabinet lang vasthield aan een indeling van bedrijven in een zestal risicogroepen. Die blokkade is nu weg. Dat betekent dat het kabinet nu alsnog met bijgestelde wetsontwerpen kan komen. De Tweede Kamer zal die dit najaar in straf tempo moeten behandelen. Ik denk dat het kan. Het is van groot belang om deze operatie nu snel af te ronden.”

Pag.13: Meer partijen bevorderen markt

Op dit moment verkeert de uitvoering van de sociale verzekeringen in een tussenfase. De achttien bedrijfsverenigingen bestaan nog, maar hebben een andere rol gekregen. Zo mogen de besturen van bedrijfsverenigingen zich sinds dit jaar niet meer bemoeien met de gevalsbehandeling. Deze vindt voortaan op basis van wettelijke normen plaats door onafhankelijke organisaties: de uitvoeringsinstellingen (UVI's). Er is een viertal uitvoeringsinstellingen geformeerd: het GAK (met 13 bedrijfsverenigingen als opdrachtgever), het Sociaal Fonds Bouwnijverheid (met 1 opdrachtgever, de bouw), Cadans (met de vroegere bedrijfsverenigingen BVG en Detam als opdrachtgever) en GUO (agrarische sector en slagers).

In 1996 hebben de opdrachtgevers (de bedrijfsverenigingen) voor het eerst contracten afgesloten met de UVI's voor de gevalsbehandeling van arbeidsongeschikte werknemers. Deze contracten lopen tot het jaar 2000. Gedurende deze tijd hebben de genoemde vier uitvoeringsinstellingen (een vijfde, voor de overheid is in oprichting) een beschermde positie. Daarna mogen nieuwe aanbieders zich op de markt melden.

Het is de bedoeling dat de bedrijfsverenigingen, waarvan in 1993 bij de enquête werd vastgesteld dat ze in onvoldoende mate beleid hebben gevoerd om het aantal arbeidsongeschikten terug te brengen, volgend jaar worden opgeheven. In plaats van de oude bedrijfsverenigingen zullen individuele bedrijven of groepen van bedrijven als opdrachtgever voor gevalsbehandeling gaan optreden. Nederlands grootste werkgever, KPN Nederland, heeft al laten weten belangstelling te hebben. Kleinere bedrijven zullen echter moeten worden samengevoegd om een krachtige marktpartij te vormen, die een tegenwicht kan vormen voor de UVI's.

Volgende week zal het bestuur van het Tica advies geven over de samenvoeging van bedrijven in clusters. Het concept-advies wordt vandaag verstuurd naar de bestuursleden: werkgevers en werknemersvertegenwoordigers. Het Tica, zo valt daarin te lezen, adviseert om de sectorindeling van de veertig wachtgeldfondsen (het sectorale wachtgeld geldt voor de eerste 13 weken werkloosheid en gaat vooraf aan de landelijk geregelde WW) aan te houden. De bedrijven in zo'n sector hebben meer verwantschap dan die in de huidige 18 bedrijfsverenigingen, of in de 6 risicogroepen die het kabinet eerder dit jaar bij de WAO voorstond.

Als het advies van het Tica wordt opgevolgd ontstaan er tientallen opdrachtgevers voor de uitvoeringsinstellingen. Voordeel van zo'n nieuwe structuur, vindt Buurmeijer, is dat “de opdrachtgeversrol veel dichter bij het bedrijfsniveau wordt gelegd dan nu het geval is”. Er komt meer marktwerking en concurrentie in het systeem. Voldoet een UVI niet, dan kan worden overgestapt naar een andere UVI.

Het Tica wordt straks getransformeerd tot een Landelijk Instituut Sociale Verzekeringen (LISV) en zal de coördinatie voor alle opdrachtgevers gaan vervullen. Zo zal het LISV de opdrachtgevers helpen bij het opstellen van contracten en desgewenst de onderhandelingen met de UVI's voeren. Als het aan Buurmeijer ligt, blijft hij aan als voorzitter. Buurmeijer: “Ik vind de uitdaging om ook de volgende fase in te gaan heel groot”.

    • Frank van Empel