Rechter oordeelt over longtest

MAASTRICHT, 15 AUG. Voor de bestuursrechter in Maastricht stonden gisteren drie oud-mijnwerkers. Zij willen dat de rechter onderzoekt of de medische beoordeling van slachtoffers van 'stoflongen' zorgvuldig is geschied.

De rechter merkte op dat buiten deze drie nog vijfhonderd zaken aanhangig zijn gemaakt en dat er in totaal wel duizend zaken te verwachten zijn.

Van de ruim vierduizend aanvragen heeft de Stichting Silicose, die ooit begon als steuncomité voor silicoseslachtoffers maar die nu tegen wil en dank en door toedoen van de rechter een uitvoerend orgaan van een sociale zekerheidsregeling is geworden, er tweeduizend gehonoreerd. In ruim tweehonderd gevallen is besloten tot herkeuring, de rest is afgewezen.

De Maastrichtse pneumoloog prof. dr. E. Wouters, die in opdracht van de stichting de keuringen verrichtte volgens een vast protocol, moest zich gisteren verdedigen tegen twee collega's uit het De Weverziekenhuis in Heerlen, die door de eisers als getuige-deskundigen waren meegebracht en tegen de Belgische hoogleraar Vermeyren, die door de rechtbank als deskundige was benoemd. Zo kreeg de zitting het karakter van een wetenschappelijk symposium over de vraag hoe met enige zekerheid gezegd kan worden dat een oud-mijnwerker als gevolg van het inademen van mijnstof een zo ernstige longaandoening heeft opgelopen dat hij in zijn dagelijks functioneren tenminste voor dertig procent beperkt is in vergelijking met een leeftijdgenoot, die nooit aan mijnstof is blootgesteld.

Volgens de andere longartsen was het criterium niet erg scherp en bovendien was de inspanningstest, waarmee de aandoening vrij nauwkeurig kan worden vastgesteld, niet bruikbaar. Aanvankelijk werd die wel gebruikt, maar daaraan kwam een eind toen enkele oud-mijnwerkers tijdens de (fietstest) hartklachten kregen.

Volgens de Heerlense longartsen Van Noord en Maesen is de nu gehanteerde methode, waarbij vooral de in- en uitademingscapaciteit en de gasdiffusie in het bloed worden gemeten, te onnauwkeurig. Zij schatten de foutmarge op tien procent, maar de voorzitter van de stichting, de Heerlense burgemeester J. Pleumeekers, stelt daar tegenover dat die marge ruimschoots gecompenseerd is. “In feite hebben we een marge van ruim zestien procent gehanteerd, omdat we bij het beoordelen van de beperking die iemand ondervindt, geen 30 procent, maar 25 procent als maat hebben genomen”, aldus Pleumeekers.

Uitspraak over zes weken.