Politie-initiatief tegen winkeloverval

DEN HAAG, 15 AUG. Preventiemedewerker J. Scheutjens van de politie Haaglanden staat stil voor een kunsthandel aan de rand van de Haagse binnenstad. “Hier kunnen overvallers rustig hun gang gaan”, zegt hij. “De ramen zijn dicht, je kunt niet naar binnen kijken. Er komen ook weinig mensen langs en er is veel te halen.”

Hij heeft geprobeerd de kunsthandelaar te overtuigen van het nut van veiligheidsmaatregelen, maar die vond dat er al genoeg was gedaan.

De kunsthandelaar is een uitzondering. Veel Haagse winkeliers en horeca-eigenaren reageren positief op het initiatief van de politie. In navolging van Amsterdam 'adopteert' de politie Haaglanden panden waar veel geld omgaat. De bedrijfsleiders vullen samen met Scheutjens een korte vragenlijst in en krijgen na een paar weken persoonlijk advies over wat ze aan beveiliging kunnen verbeteren. Donkere steegjes waarlangs overvallers graag ontsnappen kunnen worden afgesloten, camera's kunnen beelden van een overval naar de buren doorzenden en naar beveiligingsbedrijven. Aangeraden wordt om kluizen te nemen met tijdsloten. Winkeliers leren hoe ze moeten handelen tijdens en na een overval.

N. Oosterwijk, bedrijfsleider van een pizzeria aan de Molenstraat, merkte dat de beveiliging niet deugde toen een overvaller door de branddeur binnendrong. Achter de deur stond een werknemer, die de opbrengst van die dag in zijn hand hield. “Die begon te schreeuwen”, zegt Oosterwijk. “Daardoor begon er in de zaak een hond te blaffen. Toen zijn de overvallers gelukkig gevlucht.”

Het aantal overvallen op winkels is de laatste jaren toegenomen. In 1990 werden landelijk 409 winkels overvallen, in 1994 was dat aantal gestegen tot 761. In Den Haag is dat ook merkbaar, vooral in de winkels die net buiten het centrum liggen. “Op het Noordeinde is bijna geen winkel meer die koopavond heeft”, zegt Scheutjens. “Er zijn zelfs zaken die hun deur op slot hebben tijdens de openingsuren.” Voor elke klant moet de deur worden geopend.

Scheutjens loopt een café in de Papestraat binnen om een vragenlijst af te nemen. “Wij hebben gelukkig nog nooit een overval meegemaakt”, zegt bedrijfsleider F. Sleebe. “Maar ik vind het toch een uitstekend idee.” Ofschoon het café goed is beveiligd, brengt de vragenlijst Sleebe op nieuwe ideeën. “We hebben wel eens gepraat over een kluisje bij de kassa. Dat moet er nu maar eens van komen. En we kunnen in het vervolg wel met twee man het geld naar de bank brengen.”

Het adoptieproject is een vervolg op een succesvol verlopen samenwerking tussen de politie Haaglanden en postkantoren in de regio, twee jaar geleden. Dat project leidde tot een forse daling van het aantal overvallen op postkantoren: van 33 in 1993 naar 16 in 1994. Door de grotere inzet van de politie en sterkere betrokkenheid van het personeel werd ook de kans om een overvaller op te sporen groter. Het oplossingspercentage van overvallen op postkantoren steeg van 35 naar 70 procent.

Na het café is een kinderkledingzaak aan de beurt, even verderop in de Oude Molstraat. Eigenaresse I. Holtrop heeft kort geleden een overvaller in haar winkel gehad. “Op 2 april. Ik weet het nog precies”, zegt ze. Na de overval heeft ze een tijd de deur op slot gehouden. Als mensen iets wilden kopen, moesten ze aanbellen. Dat begon klanten te kosten. “Als er nu mannen alleen binnenkomen, blijf ik met ze bij de deur staan”, zegt ze. “Ik had niet verwacht dat je na zoiets zo op je hoede zou zijn.”