Ook op Aarde zijn we niet alleen

Vorige week haalde een bericht over mogelijk leven op Mars de voorpagina's. Naar het zich laat aanzien gaat het om fossiele resten van zeer vroege (voor)stadia van levensvormen die ooit op Mars zijn gevormd toen op deze planeet nog vloeibaar water aanwezig was. Water komt nog steeds op Mars voor, maar bij een gemiddelde oppervlaktetemperatuur van -53 graden Celsius, is dit vastgelegd in ijskappen.

Bij deze barre omstandigheden is een uitbundige evolutie van levensvormen uiterst onwaarschijnlijk. We zullen dus nooit veel meer vinden dan summiere sporen van reeds lang uitgestorven leven. Toch is dit nieuws niet alleen vanuit wetenschappelijk gezichtspunt opmerkelijk al was het alleen maar door een opvallende reactie van president Clinton. Met zijn uitspraak 'We are not alone', geïnspireerd door dit nieuws over buitenaards leven, probeerde hij kennelijk een draagvlak te vinden voor NASA-plannen om in het begin van de volgende eeuw een mens op Mars te zetten.

De afgelopen tijd stond de geloofwaardigheid van de evolutietheorie nogal eens ter discussie. Volgens Daniel Dennett is het kernpunt van Darwins theorie niet zozeer dat de mens gewoon een van de uitkomsten van evolutie is, maar dat gecompliceerde levensvormen zich uit eenvoudige vormen kunnen ontwikkelen zonder dat hier een plan van een hogere macht aan ten grondslag ligt. Dat tevens de oorsprong van levensvormen gevonden moet worden in levenloze materie: steeds ingewikkelder verbindingen kregen een katalytische functie en waren vervolgens in staat zich te vermenigvuldigen. Hoe dit precies is gebeurd, in een 'oersoep' of een 'oerpizza', is van secundair belang. Wat vele wetenschappers verbaast is dat de eerste levensvormen zich zo snel konden ontwikkelen: op aarde zijn al restanten van filamenten en bolletjes gevonden in formaties die ouder zijn dan 3 miljard jaar. De levensvormen die verantwoordelijk zijn voor dergelijke structuurtjes hadden 'slechts' 500 miljoen jaar, een zevende van de leeftijd van de aarde, nodig om zich uit levenloze materie te ontwikkelen. Andere evolutieprocessen, als de evolutie van cellen met kernen, of van organismen die uit verschillende celtypen bestaan, hebben veel langer geduurd. Als de evolutietheorie juist is mag dus worden verwacht dat overal in het heelal waar een aantal algemeen voorkomende ingrediënten en vloeibaar water over een periode van zo'n 500 miljoen jaar beschikbaar waren zich levensvormen hebben ontwikkeld. Mars levert zo aanwijzingen over de juistheid van de evolutietheorie.

ALH84001, de van Mars afkomstige meteoriet uit de Allen Hills op Antartica levert echter niet de eerste aanwijzingen. Het is reeds lang bekend dat sommige meteorieten rijk zijn aan koolstof. Het is opmerkelijk dat die koolstof nogal eens in speciale verbindingen, pristaan en fytaan, kan voorkomen die ook deel uitmaken van zeer aardse verbindingen als chlorofyl en hemoglobine. Deze pigmenten zijn essentieel voor stofwisselingsprocessen als ademhaling en verbranding. Pristaan en fytaan kunnen dus van biologische oorsprong zijn. Dit maakt dat wij er ernstig rekening mee moeten houden dat leven ook buiten ons zonnestelsel inderdaad bestaat of heeft bestaan. Het zou fascinerend zijn om er achter te komen hoe zich dan daar het leven manifesteert: of bijvoorbeeld zwavel of stikstof de centrale positie in de stofwisseling innemen die bij ons zuurstof heeft.

Laten we wat verder speculeren. Ik heb eens eerder beweerd dat evolutie richting noch doel kent. Dit geldt zeker voor het proces, maar minder voor de uitkomsten daarvan die nu eenmaal de zeef van Natuurlijke Selectie moeten passeren. Als we het grote evolutiescenario binnen het dierenrijk bekijken vallen twee zaken op: levensvormen ontstaan, bestaan voor een paar miljoen jaar en sterven weer uit. Vormen verdwijnen tijdens 'catastrofes', door grote klimaatsveranderingen bijvoorbeeld, of doordat zij worden verdrongen door concurrentiekrachtiger vormen. Binnen de gewervelde dieren is het toenemen aan concurrentiekracht steeds samengegaan met het toenemen van hersencapaciteit. In dit perspectief bezien is de mens, hoe onaangepast hij verder mag zijn, wel degelijk te beschouwen als een hoogtepunt in het evolutiegebeuren. Intelligentie en bewustzijn zijn zo geen toevallige uitkomsten van een proces dat volgens Stephen J. Gould in hoge mate van toevalligheden aan elkaar hangt. Als de evolutiewetten universeel zijn, en waarom niet, dan zullen buiten ons zonnestelsel zeker intelligente levensvormen bestaan. Ook weer is dan de vraag hoe intelligentie en bewustzijn zich daar manifesteren. Hoe communiceren dergelijke wezens? Bestaat daar zoiets als religie of moraal? En zo ja, hoe zien die er uit?

Goed, het is niet onwaarschijnlijk dat buitenaards intelligent leven bestaat. Alleen, het probleem is, hoe komen we erbij, of, hoe komen ze bij ons? De dichtsbijzijnde planeet waarop leven mogelijk is draait rond de zon-achtige 70-Virginis. De oppervlaktetemperatuur van deze planeet met een massa ruim half zo groot als die van Jupiter wordt op ongeveer 85 graden Celsius geschat. 70-Virginis staat zo'n 35 lichtjaar van ons af. Een retourtje duurt dus minimaal 70 jaar. Dat lijkt geen aantrekkelijk experiment. Radiosignalen zijn een andere mogelijkheid. Hoewel onze aarde omgeven is door een wirwar van communicerende babbelboxen zijn deze aan buitenaardse intelligentie (nog) niet opgevallen. Ook vangen wij geen buitenaardse signalen op waarvan wij een intelligente oorsprong vermoeden. De conclusie is: het voorkomen van buitenaardse intelligentie is niet onwaarschijnlijk, maar wat moeten we ermee? We kunnen er domweg niet bij.

De wat pathetische uitroep van president Clinton: 'We are not alone' - wij zijn niet uniek - lijkt dus op grond van niet alleen ALH84001 realistisch maar ook op grond van wat we kunnen postuleren uit de evolutietheorie. Darwin heeft dus nogal wat op zijn geweten: de mens is niet uniek, een hogere macht hoeft het geheel niet te besturen en de aanwezigheid van leven is geen exclusief voorrecht van Moeder Aarde. Maar gelukkig, als intelligent leven bestaat dan kunnen we er niet bij. De hemel verhoede een confrontatie met buitenaards intelligent leven, hoe zou dat aflopen? Ik ben niet optimistisch over de gevolgen! Homo sapiens, deze 'wetende' mens, is verantwoordelijk voor de grootste vernietiging die ooit heeft plaatsgevonden, een catastrofe van de eerste orde... Volgens de paleoantropoloog Richard Leaky, en niet alleen volgens hem, is de mens bij uitstek verantwoordelijk voor het massaal uitsterven van levensvormen, eerdere mensachtigen inbegrepen. Waarom prijzen wij ons niet gelukkig dat wij deze planeet, deze schitterende parel in ons zonnestelsel, delen met nog steeds miljoenen fascinerende levensvormen. Wij hebben een paar sporen van leven op Mars niet echt nodig om ons 'not alone' te voelen... Wat niet wil zeggen dat het een uitdaging blijft om eens echt op Mars te gaan kijken. Hier ondersteun ik Clintons peptalk.