Macedonië heeft ruzie op twee fronten

Minder dan een jaar nadat een akkoord tussen Griekenland en Macedonië een eind maakte aan jarenlange bittere ruzies, en minder dan een half jaar nadat nog hoopvol was geroepen dat het ijs tussen Athene en Skopje nu echt was gebroken, zitten de twee buurlanden elkaar weer in de haren.

Voor Macedonië komt daar nog bij dat ook de relaties met een ander buurland, Albanië, de afgelopen weken onder spanning zijn komen te staan.

Deze week zag de Griekse minister van Buitenlandse Zaken, Theodoros Pangalos, af van de ontmoeting die hij volgende maand in New York zou hebben met zijn Macedonische collega, Ljubomir Frckovski. Deze had zich in twee recente vraaggesprekken dermate laatdunkend over de Griekse standpunten uitgelaten, aldus Pangalos, dat het klimaat was bedorven en dat van “welke ontmoeting dan ook” geen sprake kon zijn. Frckovski, zo lichte hij gisteren toe, heeft de relaties tussen beide landen “in een impasse gebracht” en “letter en geest” van het normalisatie-akkoord van september vorig jaar “op schandalige wijze geschonden”.

Frckovski zei het afgelopen weekeinde tegen het Griekse blad To Vima dat Macedonië onverkort blijft staan op zijn officiële naam - Republiek Macedonië. Tegen het Oostenrijkse blad Der Standard ging hij beduidend verder: de Griekse opvattingen in het conflict over de naam van Macedonië waren “juridisch ongefundeerd en bovendien belachelijk”.

Daarmee is de dooi in de betrekkingen, die in september vorig jaar begon, voorlopig verleden tijd en is het geschil over de naam van Macedonië weer een heuse ruzie.

Na de uitroeping van de Macedonische onafhankelijkheid in 1991 wist Griekenlang lang de erkenning van de nieuwe republiek te voorkomen met het argument dat de naam Macedonië Grieks was en dat met die naam alleen het noordelijke deel van Griekenland kon worden bedoeld. 'Skopje', zoals men in Athene Macedonië sindsdien hardnekkig is blijven noemen, zou aan de naam Macedonië territoriale aanspraken kunnen ontlenen. De Griekse argumenten werd kracht bijgezet met twee economische boycots, die Macedonië lang in een economische wurggreep hebben gehouden.

In september vorig jaar haalde een onder internationale druk tot stand gekomen akkoord de angel uit het conflict. De kwestie van de naam werd niet opgelost: daarover moest verder worden gepraat. Maar het akkoord voorzag wel in wederzijdse erkenning, een aanpassing van de Macedonische grondwet, de vervanging van de omstreden Macedonische vlag en de opheffing van het Griekse embargo. In afwachting van een compromis over de naam gaat Macedonië nog altijd als FYROM (Former Yugoslav Republic of Macedonia) door het internationale diplomatieke leven.

In januari kwam in Griekenland premier Kostas Simitis aan de macht, vol goede voornemens: hij beloofde een compromis met Macedonië. “Het ijs is gebroken.” Minister Pangalos nodigde collega Frckovski uit voor een bezoek, en die liet in maart weten graag te komen. Diezelfde maand wees een in het Griekse blad Elefterotypia gepubliceerde opiniepeiling uit dat het fanatisme dat in Griekenland jarenlang ten aanzien van de kwestie aan de dag was gelegd, gaandeweg verdwijnt: 59 procent van de Grieken was inmiddels voor een compromis over de naam van het noordelijke buurland, 47,8 procent vond dat het woord Macedonië in die naam mocht voorkomen, elf procent wilde Macedonië twee namen geven (een voor intern, een voor extern gebruik), en nog slechts 37,4 procent was gekant tegen een naam waarin het woord Macedonië voorkomt. Een voorstel van de Macedonië-bemiddelaar Cyrus Vance, de Amerikaanse oud-minister, om Macedonië voortaan Nieuw Macedonië te noemen werd overigens in maart door zowel Skopje als Athene afgewezen.

Maar vorige maand begonnen de betrekkingen te verzuren. Minister Pangalos' uitnodiging aan collega Frckovski had nog altijd niet tot een bezoek geleid, wegens 'agendaproblemen'. Erger: beide landen begonnen weer beschuldigingen uit te wisselen. Volgens Macedonië bleef Athene achter de schermen een stokje steken voor een samenwerkingsakkoord tussen Macedonië en de Europese Unie en werden auto's met de landenaanduiding voor Macedonië, MK, niet tot Griekenland toegelaten. Griekenland van zijn kant beschuldigde de Macedonische regering van het frustreren van de toenadering tussen beide landen. Die ruzie mondde uiteindelijk uit in de nu gewraakte vraaggesprekken van minister Frckovski en tenzij Cyrus Vance de Grieken alsnog op andere gedachten brengt, lijkt de afgesproken ontmoeting tussen de twee ministers van de baan.

Skopje ruziet inmiddels ook met zijn westelijke buur, Albanië, en wel over een ander thema dat de stabiliteit van Macedonië voortdurend ondergraaft: de positie van de Albanese minderheid in Macedonië. Dat conflict werd eind juli geactualiseerd door betogingen van Macedonische Albanezen tegen het verbod van 'hun' eigen Albaneestalige universiteit. Die universiteit werd in december 1994 door de minderheid zelf gesticht, maar prompt letterlijk platgebulldozerd door de Macedonische autoriteiten, die aanvoerden dat de Albanezen ook konden studeren aan de Macedonisch-talige universiteiten. De rector van de universiteit van Tetovo werd indertijd opgepakt en veroordeeld, maar op borgtocht vrijgelaten.

De kwestie van de universiteit - die overigens ondergronds wel degelijk opereert - werd weer actueel toen die rector en vier andere veroordeelde voorvechters van de universiteit in juli de gevangenis in moesten om hun straf uit te zitten. Duizenden Albanezen gingen in Tetovo de straat op en voor het eerst werd gedreigd met geweld.

De openlijke steun die de Albanezen in Macedonië vanuit Albanië ondervindt, schoot de regering in Skopje begin deze maand in het verkeerde keelgat. Toen het parlement in Tirana in een resolutie steun betuigde aan de vijf activisten werd dat door Skopje bestempeld als inmenging in zijn binnenlandse zaken. Sindsdien wisselen beide regeringen wederzijds beschuldigingen uit, Skopje over inmenging, Tirana over het recht, op te komen voor de Albanezen over de grens.

Troost voor Skopje in deze moeilijke tijden: president Kiro Gligorov is deze week kandidaat gesteld voor de Nobelprijs voor de Vrede.