Kringloop

In 'De wanhopige kringloop' (Middeleeuwse toestanden in W&O van 1 augustus) vraagt W.P. Gerritsen zich af of er tussen een houtsnede in een Duitse incunabel van 1476, gedrukt door Anton Sorg te Augsburg, en de litho 'Ontmoeting' van M.C. Escher, 1944, een verband zou kunnen bestaan.

Gerritsen ziet punten van overeenkomst, maar deze zouden psychologisch van aard moeten zijn, te verklaren door de oorlog die maar niet eindigde, want de houtsnede is in Nederland voor het eerst in 1949 gepubliceerd en Escher kan niet toevallig in een Duitse bibliotheek een authentiek exemplaar van de incunabel in handen hebben gekregen.

Gerritsen weet blijkbaar niet dat alle illustraties van Duitse incunabelen - 15 à 20.000 - door Albert Schramm in 23 banden tussen 1920 en 1943 op ware grootte zijn gepubliceerd met de titel 'Der Bilderschmuck der Frühdrucke'. Ettelijke Nederlandse bibliotheken waren op deze serie geabonneerd, in Amsterdam de universiteitsbibliotheek. De werken uit de drukkerij van Anton Sorg vullen band 4 van 1921. Escher was toen 23 jaar en als graficus ongetwijfeld in deze bijzondere serie geïnteresseerd. Hij kan de achttien houtsneden hebben gezien waarmee 'Sand Brandons Buch' (Sinte Brandaans reis) was verlucht - bij Schramm afb. 224-241 met kleine stukken tekst.

De overeenkomst ligt volgens Gerritsen in de kringloop die op beide kunstwerken te zien is; op de oude houtsnede lopen menselijke figuren om een kleine vijver, op de litho van Escher lopen ze om een rond gat. Maar juist voor die kringloop had Escher geen voorbeeld nodig. Gerritsen ziet een belangrijke factor bij Escher over het hoofd. Hij spreekt van 'linksom lopende zwarte figuurtjes en rechtsom lopende witte figuurtjes', hetgeen inderdaad juist is voor de figuurtjes op de voorgrond die elkaar ontmoeten, maar op de rest van de litho zien we dat de figuren in verdiepingen boven elkaar lopen en telkens van richting veranderen. De zwarte figuren lopen eerst naar links en een verdieping hoger naar rechts en de witte figuren lopen eerst naar rechts en een verdieping hoger naar links. Aan deze litho is een tekening in zwarte inkt zonder kringloop voorafgegaan die de wisseling duidelijk uitdrukt en vanzelf om een kringloop vraagt. Ze moet tegelijk met de litho worden afgebeeld. De zon die 's morgens opgaat en 's avonds ondergaat wisselt van richting. Nacht en dag of dag en nacht ontmoeten elkaar en vallen één moment samen. Escher had er een tweede kringloop aan toe kunnen voegen.

Zijn werk drukt nooit een 'wanhopige kringloop' uit. Bij hem zijn alle tegenstellingen met elkaar vergroeid; ze zijn absoluut gelijkwaardig en keren voortdurend terug. Pure wanhoop bestaat bij hem niet. Hoop en wanhoop ontmoeten elkaar en geven elkaar de hand. Op de middeleeuwse prent heerst chaos die pas wordt opgelost als Sinte Brandaan in zijn klooster terugkeert. Escher kan deze prent niet bewonderd hebben.