Jonge generatie wil hereniging van Cyprus

ATHENE, 15 AUG. De tweede dode viel, niet toevallig, op 14 augustus. Dat is de datum waarop, 22 jaar geleden, de Turkse strijdkrachten 37 procent van Cyprus inlijfden, nadat ze een maand lang een klein bruggenhoofd rond Kyrenia hadden bezet. Er waren 180.000 Grieks-Cypriotische vluchtelingen. Het was de dag van de schijnbaar definitieve opdeling van het eiland.

Bij velen leefde na de zomer van 1974 de verwachting dat de Grieks-Cyprioten deze catastrofe niet zouden accepteren, dat er op zijn minst een guerrilla-oorlog zou losbarsten in de door Turkije veroverde zone, met sabotagedaden en andere aanslagen. Niets van dit alles gebeurde. Men voelde zich murw, door de militaire- en de morele nederlaag, in de steek gelaten ook - al zei men dit niet hardop - door moederland Griekenland. De Griekse-Cyprioten zochten hun heil in heel hard werken aan het economisch herstel, dat van Grieks-Cyprus nu een land heeft gemaakt dat net als Luxemburg helemaal klaar is voor de monetaire EU-criteria.

Intussen groeide een nieuwe generatie op die als vluchteling was geboren en die steeds te horen kreeg: waar nu de Turken zitten is de grond - en die kon men vaak met de ogen ontwaren - waar je ouders zijn geboren. De gebeurtenissen van de laatste dagen wekken de indruk, dat inmiddels het 'tweede generatie-effect' is opgetreden - een reactie op de vergetelheid waarin de ramp uit 1974 met Cyprus dreigde te verzinken. De jonge generatie keert zich af van de mening dat het 'probleem Cyprus' al “is opgelost”, zoals de Turks-Cyprische leider Rauf Denktas steeds beweert. De jongelui willen de hereniging van Cyprus. Dat is hun republiek. Het irrationele is dat ze hun acties voeren met vertoon van voornamelijk de Griekse vlag - terwijl er ook een Cyprische is - en nadat ze het Griekse volkslied hebben gezongen (Cyprus heeft nog steeds geen eigen volkslied).

Dat is op zijn minst een enorme tactische fout. Het geeft Denktas het materiaal om te verkondigen dat ze “Cyprus helemaal Grieks willen maken”, dat ze de enosis, de vereniging met Griekenland nastreven, waarvoor in de jaren vijftig de guerrilla's van Grivas hebben gestreden en die ook aartsbisschop Makarios aanvankelijk najoeg.

Dat die vereniging met Griekenland op Grieks-Cyprus geen doel meer is, merkt iedereen die een paar dagen in het Griekse deel van eiland verblijft. Maar men voelt zich nog wel Grieks, men wil laten zien dat het geen Levantijnse staat is, uitsluitend geïnteresseerd in commercie, zoals vaak over Cyprus en Malta wordt beweerd. En de jongeren willen bewijzen dat ze de opdeling van hun eiland niet slikken.

Zij willen nieuwe publiciteit voor hun - ook in Athene - bijna vergeten kwestie en zij grijpen daarbij terug op desparate middelen. De dood van het tweede slachtoffer, dat in een paal klom om een Turkse vlag neer te halen, was bijna een zelfmoordactie. Op zijn minst wilde hij, net als de eerste dode, een held worden - zijn neef Tasos Isaac had immers anderen uit het prikkeldraad van de Turken willen bevrijden en werd daarbij bruut afgeslacht. “Hij is voor Griekenland gestorven”, zei bij de begrafenis van gisteren aartsbisschop Chrisóstomos, één van de laatste fanatieke enosis-voorstanders. De Griekse premier Simitis zag af van zijn aanvankelijke voornemen, de volgende begrafenis morgen bij te wonen. Hij zal nu aanwezig zijn bij de zitting van de Nationale Raad in Nikosia op zaterdag. Na de eerste moord had hij het verwijt gekregen dat hij zijn vakantie niet onderbrak.

“De Turken doen gewoon hun werk, dat zijn nu eenmaal barbaren” kan men alom in Athene horen. “Maar waarom staken de soldaten van de Verenigde Naties geen hand uit, waarom zijn de reacties uit het buitenland zo slap?” Eén Atheense krant, de Ethnos, kwam met de kop: “Attila gaat vrijuit, terwijl ze jagen op Karadzic.” Na de tweede middag van geweld, waarbij twee Britten van het VN-contingent gewond raakten, zullen deze reacties misschien wat milder worden. Maar de Griekse minister van buitenlandse zaken Pángalos had zich intussen bij de kritiek op de VN aangesloten.

Grieks-Cyprioten zijn nog steeds uit op enosis, alle Turken zijn barbaren - dat zijn de twee misverstanden die door de jongste gebeurtenissen zullen zijn versterkt. De kans op spoedige hervatting van de besprekingen over een oplossing is sterk afgenomen. Wat de barbarij betreft, deze werd op de eerste dag voornamelijk bedreven door fanatieke elementen die Denktas speciaal van het vaste land had laten komen, en die hij zelfs een feestelijke receptie aanbood. Het waren de voormalige Grijze Wolven, die zich nu Idealistische Broederschappen noemen, en die tegen alle regels in vrijelijk in de bufferzone werden toegelaten. De eerste moord is vrijwel zeker door deze elementen begaan en de regering in Nikosia zoekt nog in het filmmateriaal om tot een feitelijke beschuldiging over te gaan.

De komst van Grijze Wolven had al eerder dit jaar het klimaat in de Turkse sector aangetast - bij de moord op de journalist Kutlu Adali, die toenadering tot de Cyprioten nastreefde alsmede het EU-lidmaatschap voor heel Cyprus, een doodzonde in Denktas' ogen. Een belangrijk deel van de Turks-Cyprische pers getuigt van onbehagen over het feit dat Denktas eerst tienduizenden kolonisten en nu honderden fascisten van het vasteland liet komen. Men voelt zich als Turks-Cyprioten, het tegendeel van barbaren, in de verdrukking raken.

Deze geluiden werden ook na de eerste moord weer vernomen, zelfs van de Federatie van Turks-Cyprische journalisten. Grieks en Turks-Cyprioten dreigen verder uit elkaar te groeien dan ooit, maar dat zou niet nodig zijn als hun beider onbehagen een gemeenschappelijke bedding zou vinden. Theoretisch is dat nog steeds mogelijk. Als men eerst eens los zou kunnen komen van die boosaardige, en funeste, vlaggen.